JurispRadar
ECLI:NL:HR:2026:949Middel38/100

Cassatie WOZ-indexeringspercentages ongegrond verklaard door Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2026:949, Hoge Raad, 03-07-2026, 24/03073

Hoge RaadUitspraak: 3 juli 2026Publicatie: 17 juni 2026
Procedure:Cassatie
Zaaknummer:24/03073
Bestuursrecht
Belastingrecht
Overheid
Vastgoed
Vergunningen
Heffingsambtenaar
Wet Woz
Indexeringspercentages
Inzageplicht
Waardebepaling

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Art. 40, lid 2, Wet WOZ; indexeringspercentages en onderbouwing daarvan, ECLI:NL:HR:2026:297

Kern van de zaak

Een belastingplichtige stelde cassatie in tegen een uitspraak van het Hof over de inzageplicht van de heffingsambtenaar op grond van artikel 40 lid 2 Wet WOZ. De kern van het geschil betrof de vraag of indexeringspercentages en de onderbouwing daarvan onder de wettelijke informatieverplichting vallen bij de WOZ-waardebepaling.

Beslissing van de rechter

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Hoewel het middel terecht klaagt dat het Hof ten onrechte oordeelde dat indexeringspercentages in het algemeen buiten de reikwijdte van artikel 40 lid 2 Wet WOZ vallen, leidt dit niet tot cassatie omdat de heffingsambtenaar de gevraagde percentages al in de bezwaarfase had verstrekt; voor de onderbouwing verwijst de Hoge Raad naar zijn arrest van 27 februari 2026.

38van 100

Impactscore

Middel

Het arrest heeft beperkte zelfstandige impact omdat het voortbouwt op het al gewezen arrest van 27 februari 2026; het bevestigt die lijn maar stelt geen nieuwe rechtsregels.

Belangrijkste punten

  • 1Indexeringspercentages vallen wél onder de reikwijdte van artikel 40 lid 2 Wet WOZ; het Hof oordeelde hierover onjuist.
  • 2Het middel leidt desondanks niet tot cassatie omdat de heffingsambtenaar de percentages in de bezwaarfase al had verstrekt (geen procesbelang meer).
  • 3De onderbouwing van indexeringspercentages valt niet onder artikel 40 lid 2 Wet WOZ, conform HR 27 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:297 (r.o. 5.16.10).
  • 4Klachten over het gebruik van transactiedata zijn tardief: nieuwe feitelijke stellingen kunnen niet voor het eerst in cassatie worden aangevoerd.
  • 5Geen proceskostenveroordeling uitgesproken.

Impactanalyse

Juridische impact

De Hoge Raad bevestigt dat indexeringspercentages in beginsel onder de WOZ-inzageplicht vallen, maar de onderbouwing daarvan niet; dit sluit aan bij het richtinggevende arrest van 27 februari 2026 en verduidelijkt de grenzen van artikel 40 lid 2 Wet WOZ.

Praktische impact

Belastingplichtigen kunnen de heffingsambtenaar verplichten tot verstrekking van indexeringspercentages in het kader van een WOZ-bezwaar, maar hebben geen recht op de volledige onderbouwing of methodologische verantwoording daarvan.

Onderwerp-impact

Voor de vastgoedpraktijk en WOZ-procedures betekent dit dat gemeentelijke heffingsambtenaren indexeringspercentages tijdig in de bezwaarfase moeten verstrekken, maar niet gehouden zijn tot verdere toelichting van de wijze van indexering.

Samenvatting

In deze procedure stond centraal of een heffingsambtenaar op grond van artikel 40 lid 2 van de Wet WOZ verplicht is om bij de onderbouwing van een WOZ-beschikking ook indexeringspercentages én de onderbouwing daarvan te verstrekken. De belastingplichtige had in bezwaar en beroep verzocht om inzage in deze gegevens, die door de heffingsambtenaar waren gehanteerd bij de waardebepaling via de vergelijkingsmethode. Het Hof Arnhem-Leeuwarden had geoordeeld dat indexeringspercentages in het algemeen buiten de reikwijdte van de informatieverplichting vallen, en ook dat de onderbouwing van die percentages niet onder artikel 40 lid 2 Wet WOZ valt. De Hoge Raad oordeelt dat het Hof ten aanzien van het eerste punt onjuist heeft beslist: indexeringspercentages vallen wél in beginsel onder de informatieverplichting van artikel 40 lid 2 Wet WOZ. Dit onderdeel van het middel is dan ook terecht voorgesteld. Desondanks leidt dit niet tot cassatie, omdat de heffingsambtenaar de gevraagde indexeringspercentages reeds in de bezwaarfase had verstrekt. Er bestaat daardoor geen procesbelang meer bij vernietiging van de uitspraak op dit punt. Ten aanzien van de onderbouwing van de indexeringspercentages sluit de Hoge Raad aan bij zijn arrest van 27 februari 2026 (ECLI:NL:HR:2026:297, r.o. 5.16.10), waarin is bepaald dat deze onderbouwing niet onder de reikwijdte van artikel 40 lid 2 Wet WOZ valt. Het middel faalt op dit punt. Tot slot worden klachten over het gebruik van transactiedata door de heffingsambtenaar tardief verklaard: dergelijke feitelijke stellingen kunnen niet voor het eerst in cassatie worden aangevoerd. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 14 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:CBB:2026:324Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:324, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 23/1898

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026OverheidHandhaving
22/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:323Middel
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht

ECLI:NL:CBB:2026:323, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 25/232

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026ZorgHandhaving
38/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1275Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1275, Hoge Raad, 10-07-2026, 26/01234

Hoge Raad10 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
28/100Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:19357Laag
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:19357, Rechtbank Den Haag, 10-07-2026, NL25.56506

Rechtbank Den Haag10 jul 2026OverheidAansprakelijkheid
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied