Hoge Raad vernietigt parkeernaheffing bij gratis eerste twee uur
ECLI:NL:HR:2026:715, Hoge Raad, 24-04-2026, 24/03468
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Parkeerbelasting; art. 20, lid 1, AWR; naheffingsaanslag; eerste twee uur gratis parkeren.
Kern van de zaak
Een automobilist ontving een naheffingsaanslag parkeerbelasting van de gemeente Diemen omdat zij bij aanvang van het parkeren geen parkeerapparatuur in werking had gesteld. Zij stelde niet langer dan twee uur te hebben geparkeerd, wat op grond van de gemeentelijke Verordening gratis is. De zaak belandde via bezwaar, rechtbank en hof uiteindelijk bij de Hoge Raad.
Beslissing van de rechter
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie gegrond en vernietigt de naheffingsaanslag. De doorslaggevende reden is dat belanghebbende geen parkeerbelasting verschuldigd was omdat zij niet langer dan twee uur heeft geparkeerd, en artikel 20 lid 1 AWR naheffing alleen toestaat als belasting die op aangifte betaald had moeten worden, geheel of gedeeltelijk niet is betaald.
Impactscore
HoogDe Hoge Raad stelt een duidelijke grens aan de gemeentelijke naheffingsbevoegdheid bij parkeerbelasting en corrigeert een breed toegepaste praktijk. De uitspraak heeft directe landelijke werking voor alle gemeenten met vergelijkbare parkeerverordeningen.
Belangrijkste punten
- 1Naheffing op grond van artikel 20 lid 1 AWR is alleen mogelijk als er daadwerkelijk belasting verschuldigd was die niet is betaald.
- 2Het niet in werking stellen van parkeerapparatuur maakt de bestuurder niet belastingplichtig indien de parkeerverordening dit niet als voorwaarde stelt voor de gratis-parkeerregeling.
- 3Ook bij het geheel achterwege blijven van aangifte kan geen naheffingsaanslag worden opgelegd als geen belasting verschuldigd is.
- 4Het Hof paste ten onrechte het arrest HR 18 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:56 toe; dat arrest ziet op gevallen waarin wél belasting verschuldigd was.
- 5De gemeente Diemen moet griffierechten van zowel het cassatieberoep (€ 138) als de hofprocedure vergoeden aan belanghebbende.
Impactanalyse
Juridische impact
De Hoge Raad verduidelijkt dat de naheffingsbevoegdheid van artikel 20 lid 1 AWR een materiële belastingschuld als grondslag vereist; het formeel ontbreken van een aangifte is op zichzelf onvoldoende grond voor naheffing. Dit begrenst de naheffingspraktijk bij parkeerbelasting voor gemeenten.
Praktische impact
Automobilisten die aantoonbaar binnen een gratis parkeerperiode zijn gebleven maar vergaten de parkeerapparatuur te bedienen, kunnen met succes naheffingsaanslagen aanvechten. Gemeenten kunnen niet langer volstaan met het formele gebrek van ontbrekende aangifte als basis voor naheffing.
Onderwerp-impact
Gemeenten die parkeerbelasting heffen via naheffingsaanslagen zullen hun handhavingspraktijk moeten herijken: controle op het al dan niet in werking stellen van parkeerapparatuur is onvoldoende als de bestuurder materieel geen belasting verschuldigd is.
Samenvatting
Een inwoner van of bezoeker aan Diemen parkeerde haar voertuig zonder parkeerapparatuur in werking te stellen in een zone waar de eerste twee uur gratis is. De gemeente legde een naheffingsaanslag parkeerbelasting op, omdat het niet bedienen van de parkeerapparatuur gold als het niet doen van aangifte. Zowel de heffingsambtenaar, de Rechtbank als het Hof stelden de gemeente in het gelijk. Het Hof baseerde zich daarbij op het arrest van de Hoge Raad van 18 januari 2019 (ECLI:NL:HR:2019:56), dat inhoudt dat bij het uitblijven van voldoening op aangifte de naheffing niet hoeft te worden beperkt tot de te weinig betaalde belasting. De Hoge Raad casseert echter alle eerdere beslissingen. De kern van de redenering is dat naheffing op grond van artikel 20 lid 1 AWR — dat via de Gemeentewet van toepassing is op gemeentelijke parkeerbelasting — alleen mogelijk is als er daadwerkelijk belasting op aangifte betaald had moeten worden die geheel of gedeeltelijk niet is voldaan. Omdat belanghebbende onbestreden heeft gesteld niet langer dan twee uur te hebben geparkeerd, was zij op grond van de gemeentelijke parkeerverordening helemaal geen parkeerbelasting verschuldigd. Het niet bedienen van de parkeerapparatuur doet hier niet aan af: de Verordening stelt dit niet als voorwaarde voor toepassing van de gratis-parkeerregeling gedurende de eerste twee uur. Een formeel gebrek — het ontbreken van een aangifte — kan dus geen zelfstandige grond zijn voor naheffing wanneer materieel geen belastingschuld bestaat. Het eerder aangehaalde arrest uit 2019 is in deze situatie niet van toepassing, nu dat ziet op gevallen waarin wél belasting verschuldigd was. De Hoge Raad vernietigt de naheffingsaanslag volledig en draagt de gemeente op de griffierechten te vergoeden. De uitspraak heeft brede betekenis voor de parkeerhandhavingspraktijk van Nederlandse gemeenten.