Hoge Raad verduidelijkt reikwijdte CBS-werkzaamheden voor derden
ECLI:NL:HR:2026:406, Hoge Raad, 13-03-2026, 24/04272
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Overheidsprivaatrecht. Wet op Centraal bureau voor statistiek. Werkzaamheden van CBS voor derden. Betekenis van ‘derden’. Zijn ministeriële regeling en ministerieel besluit met betrekking tot verhouding tussen CBS en marktpartijen onverbindend?
Kern van de zaak
Het CBS voert statistische werkzaamheden uit voor overheidsinstanties zoals gemeenten, provincies en ministeries. De vraag is of deze overheidsinstanties als 'derden' in de zin van art. 5 Wet op het CBS kunnen worden aangemerkt. Het hof oordeelde van niet, waartegen cassatie werd ingesteld.
Beslissing van de rechter
De Hoge Raad behandelt het middel dat klaagt over de uitleg van het begrip 'werkzaamheden voor derden' in art. 5 Wet op het CBS. Het hof had geoordeeld dat overheidsinstanties geen derden zijn in de zin van dit artikel; de cassatieklacht betoogt dat dit onjuist is en dat de Regeling en Beleidsregel daarmee in strijd zijn met de Wet op het CBS. De uitspraak is onvolledig weergegeven, waardoor de eindbeslissing van de Hoge Raad niet volledig kan worden vastgesteld.
Impactscore
HoogDe Hoge Raad geeft uitleg aan een niet-gedefinieerd wettelijk begrip in de Wet op het CBS met structurele gevolgen voor de taakomschrijving en bekostiging van een rijksinstelling; de uitspraak is echter beperkt weergegeven waardoor de definitieve impact niet volledig kan worden beoordeeld.
Belangrijkste punten
- 1Art. 5 lid 1 Wet op het CBS staat het CBS toe in incidentele gevallen statistische werkzaamheden voor derden te verrichten, mits dit niet leidt tot ongewenste marktmededinging met private aanbieders.
- 2De Wet op het CBS definieert 'werkzaamheden voor derden' niet; de memorie van toelichting uit 2015 biedt aanknopingspunten voor uitleg.
- 3Het hof oordeelde dat overheidsinstanties (gemeenten, provincies, ministeries) geen 'derden' zijn in de zin van art. 5 Wet op het CBS.
- 4Het middel betoogt dat ook overheidsinstanties en overwegend publiek gefinancierde partijen met wettelijke taken als derden kunnen kwalificeren.
- 5Art. 60 Wet op het CBS bepaalt dat kosten voor werkzaamheden voor derden niet ten laste van de rijksbegroting komen, wat financiële relevantie heeft voor de kwalificatie.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak raakt de uitleg van een kernbegrip in de Wet op het CBS en heeft gevolgen voor de toelaatbaarheid van statistische dienstverlening door het CBS aan overheidsinstanties. De interpretatie bepaalt tevens de grenzen van de bijbehorende Regeling en Beleidsregel.
Praktische impact
Voor het CBS heeft de uitkomst directe gevolgen voor de vraag in welke gevallen het statistische werkzaamheden mag verrichten voor gemeenten, provincies en andere overheden, en of daarvoor kostendoorberekening verplicht is. Voor overheidsopdrachtgevers bepaalt het of zij voor dergelijke diensten bij het CBS terecht kunnen.
Onderwerp-impact
De uitspraak heeft impact op de wijze waarop overheidsstatistieken worden geproduceerd en hoe publieke instanties statistische onderzoeksopdrachten kunnen uitzetten bij het CBS.
Samenvatting
Deze zaak betreft een cassatieprocedure over de reikwijdte van de bevoegdheid van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) om statistische werkzaamheden te verrichten voor derden, zoals geregeld in art. 5 lid 1 Wet op het CBS. Kern van het geschil is de uitleg van het begrip 'derden': omvat dit ook overheidsinstanties zoals gemeenten, provincies en ministeries, of is dit begrip beperkt tot private partijen zonder wettelijke taak en overheidsfinanciering? Het hof had geoordeeld dat overheidsinstanties niet als derden in de zin van art. 5 Wet op het CBS kunnen worden aangemerkt. Op basis daarvan concludeerde het hof dat een Regeling en Beleidsregel die het CBS toestaan dergelijke werkzaamheden te verrichten, niet in strijd zijn met de wet. Het cassatiemiddel klaagt dat het hof hiermee een te beperkte uitleg hanteert. Volgens het middel vallen ook overheidsinstanties en overwegend publiek gefinancierde partijen met een wettelijke taak onder het begrip 'derden', althans kunnen zij daaronder vallen. Indien dat juist is, zijn de Regeling en de Beleidsregel wél in strijd met de Wet op het CBS, zo betoogt het middel. De Hoge Raad gaat in op de wetsgeschiedenis en de strekking van art. 5 en art. 60 Wet op het CBS. Art. 60 bepaalt dat de kosten van werkzaamheden voor derden niet ten laste van de rijksbegroting komen, wat de financiële relevantie van de kwalificatievraag onderstreept. De memorie van toelichting uit 2015 biedt aanknopingspunten voor de uitleg. De weergegeven tekst van de uitspraak is onvolledig, waardoor de uiteindelijke beslissing van de Hoge Raad en de volledige motivering niet kunnen worden vastgesteld. Op basis van het beschikbare materiaal gaat het om een juridisch relevante uitspraak over de taakomschrijving en bekostiging van een rijksstatistiekinstelling.