Hoge Raad: geen wanbeleid ICTS bij aandelenuitgiftes
ECLI:NL:HR:2026:403, Hoge Raad, 13-03-2026, 25/00552
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Tweedefasebeschikking. Art. 2:355 BW. Is ondernemingskamer steeds gehouden verzoek tot vaststelling van wanbeleid toe te wijzen indien sprake is van ernstige gebreken van formele en materiële aard, waarbij onvoldoende oog is geweest voor belang van vennootschap en minderheidsaandeelhouders? Belang bij verzoek. Inmiddels getroffen maatregelen.
Kern van de zaak
Een minderheidsaandeelhouder (verzoeker) stapte naar de Ondernemingskamer omdat hij stelde dat zijn voorkeursrecht niet was gerespecteerd bij aandelenuitgiftes in 2016, 2018 en 2019 door ICTS, en dat het bestuur en de raad van commissarissen van ICTS wanbeleid hadden gepleegd.
Beslissing van de rechter
Het verzoek tot vaststelling van wanbeleid en het treffen van voorzieningen is afgewezen. De Ondernemingskamer oordeelde dat de gebreken in de besluitvorming weliswaar onjuist beleid opleverden, maar geen wanbeleid, omdat ICTS herstelmaatregelen had genomen om de nadelige gevolgen weg te nemen.
Impactscore
MiddelDe uitspraak betreft een toepassing van bestaand enquêterecht en stelt geen nieuwe rechtsregel, maar bevestigt en concretiseert de maatstaf voor wanbeleid in het licht van herstelmaatregelen. De zaak is relevant voor de ondernemingsrechtpraktijk maar heeft beperkte precedentwerking.
Belangrijkste punten
- 1Gebreken bij de besluitvorming over aandelenuitgifte en conversie in mei/juni 2019 leverden onjuist beleid op, maar geen wanbeleid.
- 2ICTS heeft de aanbevelingen van de onderzoeker opgevolgd en de vereiste herstelstappen gezet.
- 3Het voorkeursrecht bij de aandelenuitgiftes van 2016 en 2018 is buiten beschouwing gelaten, omdat de onderzoeker daar geen onderzoek naar had gedaan.
- 4Er kon niet worden geconcludeerd dat het bestuur of de raad van commissarissen in algemene zin geen behoorlijke taakopvatting had.
- 5Het belang van verzoeker bij voortzetting van het verzet tegen de hersteloperatie was voor de Ondernemingskamer niet duidelijk geworden.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak verduidelijkt de grens tussen 'onjuist beleid' en 'wanbeleid' in het enquêterecht: herstelmaatregelen na geconstateerde gebreken kunnen een wanbeleidsoordeel voorkomen. Dit bevestigt bestaande jurisprudentie over de matigende werking van corrigerende acties door de vennootschap.
Praktische impact
Voor minderheidsaandeelhouders benadrukt de uitspraak dat het enkele niet-respecteren van een voorkeursrecht niet automatisch tot wanbeleid leidt als de vennootschap adequate herstelmaatregelen treft. Aandeelhouders dienen ook een voldoende concreet belang te stellen bij verdere verzoeken.
Onderwerp-impact
In de context van corporate governance onderstreept deze uitspraak dat een actief herstelbeleid door bestuur en raad van commissarissen doorslaggevend kan zijn bij de beoordeling of sprake is van wanbeleid in een enquêteprocedure.
Samenvatting
In deze zaak verzocht een minderheidsaandeelhouder van ICTS International N.V. de Ondernemingskamer om vast te stellen dat sprake was van wanbeleid, en om voorzieningen te treffen. Hij baseerde zijn verzoek onder meer op de stelling dat zijn voorkeursrecht niet was gerespecteerd bij aandelenuitgiftes in 2016 en 2018, en dat de besluitvorming over een aandelenuitgifte en conversie in mei/juni 2019 ernstige gebreken vertoonde. Tevens stelde hij dat het bestuur en de raad van commissarissen van ICTS structureel tekortschoten in hun taakopvatting en de bevindingen van een eerder aangestelde onderzoeker negeerden. De Ondernemingskamer wees het verzoek af. Ten aanzien van de aandelenuitgiftes van 2016 en 2018 oordeelde zij dat deze buiten de scope van het onderzoek vielen en dus niet bij de beoordeling konden worden betrokken. Over de aandelenuitgifte en conversie van 2019 erkende de Ondernemingskamer dat de besluitvorming gebreken vertoonde, maar kwalificeerde deze als onjuist beleid — niet als wanbeleid. Doorslaggevend daarvoor was dat ICTS concrete herstelmaatregelen had genomen om de nadelige gevolgen van de gebrekkige besluitvorming ongedaan te maken of te beperken. De Ondernemingskamer oordeelde verder dat niet kon worden vastgesteld dat het bestuur of de raad van commissarissen in algemene zin niet behoorlijk functioneerde, en dat ICTS de aanbevelingen van de onderzoeker juist wel opvolgde. Het belang van verzoeker bij voortgezet verzet tegen de hersteloperatie was niet aannemelijk geworden. Deze uitspraak — die via cassatie bij de Hoge Raad is beland — bevestigt dat in het enquêterecht de grens tussen onjuist beleid en wanbeleid mede wordt bepaald door de vraag of de vennootschap zelf corrigerend heeft opgetreden. Actieve herstelmaatregelen kunnen een wanbeleidsoordeel en bijbehorende voorzieningen afwenden, ook als de oorspronkelijke besluitvorming gebrekkig was.