JurispRadar
ECLI:NL:HR:2026:298Richtinggevend72/100

Hoge Raad vernietigt oordeel over fiscale splitsing verzekeraar

ECLI:NL:HR:2026:298, Hoge Raad, 27-02-2026, 22/04085

Hoge RaadUitspraak: 27 februari 2026Publicatie: 26 februari 2026
Procedure:Cassatie
Zaaknummer:22/04085
Ondernemingsrecht
Belastingrecht
Verbintenissenrecht
Verzekering
Financiele Dienstverlening
Faillissement
Vennootschapsbelasting
Bewijsvermoeden
Juridische Splitsing
Belastingontwijking
Herstructurering

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Vennootschapsbelasting; art. 14a Wet Vpb (tekst 2017); splitsingsvrijstelling; verkoop verkregen aandeel binnen drie jaar; belastingontwijking?; is het bewijsvermoeden van art. 14a, lid 6, laatste volzin, Wet Vpb in strijd met de Fusierichtlijn?

Kern van de zaak

Een verzekeringsonderneming splitste haar activiteiten af voorafgaand aan een verkoop aan een derde. De Inspecteur stelde dat deze splitsing in overwegende mate was gericht op belastingontwijking. Het Hof oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat zakelijke overwegingen de doorslag gaven.

Beslissing van de rechter

De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond en vernietigt de uitspraak van het Hof. De zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling, omdat de Hoge Raad de rechtstoepassing door het Hof onjuist acht.

72van 100

Impactscore

Richtinggevend

Het betreft een arrest van de Hoge Raad over de uitleg van de bewijsvermoedens bij fiscale splitsingen, een rechtsvraag met brede relevantie voor de praktijk van bedrijfsovernames en herstructureringen. De verwijzing naar een ander hof bevestigt dat fundamentele rechtsvragen worden beantwoord.

Belangrijkste punten

  • 1Splitsing gevolgd door vervreemding aan derde activeert het 'tweede bewijsvermoeden' van art. 14a lid 6 Wet Vpb: zakelijke overwegingen worden niet aanwezig geacht tenzij tegenbewijs
  • 2Het Hof oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de voordelen van splitsing boven een activa-passivatransactie daadwerkelijk een rol speelden
  • 3Het Hof achtte een eventueel praktisch voordeel volstrekt marginaal ten opzichte van het fiscale voordeel van de gefacilieerde splitsing
  • 4De Hoge Raad acht de cassatieklachten gegrond en vernietigt de hofuitspraak, wat wijst op een onjuiste rechts- of bewijstoepassing
  • 5Verwijzing naar Gerechtshof 's-Hertogenbosch voor herbeoordeling met inachtneming van het arrest

Impactanalyse

Juridische impact

Het arrest verduidelijkt de toepassing van de bewijsvermoedens bij fiscale splitsingen ex art. 14a Wet Vpb, in het bijzonder de verhouding tussen het 'eerste' en 'tweede bewijsvermoeden' en de bewijslast bij belastingontwijkingsmotieven. Als RICHTINGGEVEND arrest van de Hoge Raad heeft het directe werking voor de uitvoeringspraktijk bij herstructureringen.

Praktische impact

Vennootschappen die een bedrijfssplitsing overwegen voorafgaand aan een aandelentransactie moeten zorgvuldig documenteren dat zakelijke overwegingen de splitsingsstructuur dragen, en niet louter het fiscale faciliteitsmotief.

Onderwerp-impact

Voor de financiële dienstverlening, en met name verzekeraars, benadrukt dit arrest het belang van robuuste zakelijke onderbouwing bij herstructureringen, omdat de fiscale faciliteit voor splitsingen kritisch wordt getoetst bij aansluitende vervreemdingen.

Samenvatting

In deze zaak staat de fiscale behandeling van een juridische splitsing van een verzekeringsonderneming centraal. Belanghebbende had haar ondernemingsactiviteiten via een splitsing afgesplitst, waarna de gesplitste entiteit werd vervreemd aan een derde partij. De Inspecteur stelde zich op het standpunt dat deze splitsing in overwegende mate was gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing in de zin van artikel 14a lid 6 Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Op grond van het zogenoemde 'tweede bewijsvermoeden' – dat intreedt wanneer de gesplitste entiteit binnen drie jaar na de splitsing aan een derde wordt overgedragen – worden zakelijke overwegingen niet aanwezig geacht, tenzij de belastingplichtige het tegendeel aannemelijk maakt. Het Hof had geoordeeld dat belanghebbende er niet in was geslaagd aannemelijk te maken dat de keuze voor de splitsingsroute door zakelijke overwegingen was ingegeven. Daarbij achtte het Hof de gestelde praktische voordelen van de splitsing boven een activa-passivatransactie niet bewezen, en bovendien volstrekt marginaal ten opzichte van het directe fiscale voordeel van de gefacilieerde splitsing. Als gevolg daarvan bleef ook het 'eerste bewijsvermoeden' – dat de splitsing als belastingontwijking wordt aangemerkt – overeind, en kon de fiscale faciliteit worden geweigerd. De Hoge Raad oordeelt echter anders en verklaart het cassatieberoep gegrond. De uitspraak van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch voor een nieuwe inhoudelijke behandeling. De Staatssecretaris van Financiën wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten. Dit arrest is van belang voor de praktijk van bedrijfsherstructureringen: het verduidelijkt de bewijslastverdeling bij fiscale splitsingen gevolgd door vervreemding en stelt grenzen aan de wijze waarop lagere rechters de bewijsvermoedens van artikel 14a Wet Vpb mogen toepassen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 1 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
72van 100
RichtinggevendLees toelichting ↓

Meer Ondernemingsrecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2599Laag
Ondernemingsrecht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2599, Gerechtshof Amsterdam, 10-09-2026, 200.336.928/01 OK

Gerechtshof Amsterdam10 sep 2026Financiele DienstverleningVastgoed
28/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:397Laag
Bestuursrecht
Ondernemingsrecht

ECLI:NL:CBB:2026:397, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 24-08-2026, 26/521

College van Beroep voor het bedrijfsleven24 aug 2026OverheidRetail
28/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:2339Laag
Ondernemingsrecht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2339, Gerechtshof Amsterdam, 21-08-2026, 200.357.784/01 OK

Gerechtshof Amsterdam21 aug 2026VastgoedFaillissement
12/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:2322Middel
Ondernemingsrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2322, Gerechtshof Amsterdam, 20-08-2026, 25/2006

Gerechtshof Amsterdam20 aug 2026Financiele DienstverleningBestuurdersaansprakelijkheid
38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied