JurispRadar
ECLI:NL:HR:2026:1664Laag28/100

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

ECLI:NL:HR:2026:1664, Hoge Raad, 09-10-2026, 26/01534

Hoge RaadUitspraak: 9 oktober 2026Publicatie: 9 oktober 2026
Procedure:Cassatie
Zaaknummer:26/01534
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Europees bestuursrecht
Overheid
Handhaving
Niet Ontvankelijkheid
Cassatie
Prejudiciele Vragen
Griffierecht
Eu Handvest

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Kern van de zaak

Een belastingplichtige stelde cassatieberoep in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam. Na herinnering door de griffier weigerde belanghebbende het griffierecht te betalen, met het argument dat vooraf heffen van griffierecht in strijd is met artikel 47 van het EU-Handvest van de grondrechten.

Beslissing van de rechter

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:41 lid 6 Awb, omdat het griffierecht niet is betaald. Het verzoek om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie wordt afgewezen, nu de Hoge Raad eerder in HR 12 juni 2026 (ECLI:NL:HR:2026:915) al heeft geoordeeld dat het griffierechtenstelsel niet in strijd is met artikel 47 EU-Handvest.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak is procedureel van aard en voegt inhoudelijk weinig toe aan HR 12 juni 2026 waarop zij voortbouwt; zij bevestigt slechts een reeds gevestigde lijn zonder nieuwe rechtsvragen te beantwoorden.

Belangrijkste punten

  • 1Griffierecht tijdig per aangetekende brief aangezegd; aantoonbaar afgeleverd via Track&Trace PostNL.
  • 2Belanghebbende weigerde bewust te betalen en betwistte de rechtmatigheid van vooraf heffen van griffierecht op grond van artikel 47 EU-Handvest jo. artikel 52 EU-Handvest.
  • 3De Hoge Raad verwijst naar zijn eerder arrest van 12 juni 2026 (ECLI:NL:HR:2026:915) waarin het EU-rechtelijke bezwaar al inhoudelijk is verworpen.
  • 4Geen aanleiding voor prejudiciële verwijzing naar het Hof van Justitie van de EU.
  • 5Niet-ontvankelijkverklaring zonder proceskostenveroordeling.

Impactanalyse

Juridische impact

De Hoge Raad bevestigt opnieuw dat het Nederlandse griffierechtenstelsel van artikel 8:41 Awb — waarbij griffierecht vooraf als ontvankelijkheidsvoorwaarde wordt geheven — verenigbaar is met artikel 47 EU-Handvest, en ziet geen reden voor prejudiciële verwijzing. Dit consolideert de lijn uit HR 12 juni 2026.

Praktische impact

Belastingplichtigen die bewust griffierecht weigeren te betalen met een beroep op EU-recht lopen tegen een niet-ontvankelijkheid aan; dit verweer is door de Hoge Raad definitief afgewezen.

Onderwerp-impact

Voor overheidsrechtspraak in belastingzaken bevestigt deze uitspraak dat processuele drempelkosten (griffierecht) in stand blijven en niet afhankelijk worden gesteld van de uitkomst van de procedure.

Samenvatting

In deze zaak stelde een belastingplichtige cassatieberoep in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 3 maart 2026. De griffier van de Hoge Raad stuurde op 29 mei 2026 een aangetekende brief met het verzoek griffierecht te voldoen binnen vier weken. Hoewel de brief aantoonbaar was afgeleverd, bleef betaling uit. Na een nadere mogelijkheid zich te verantwoorden, deed belanghebbende op 8 juli 2026 een inhoudelijk verweer: het vooraf heffen van griffierecht als ontvankelijkheidsvoorwaarde zou in strijd zijn met artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (recht op effectieve rechterlijke bescherming), gelezen in samenhang met de beperkingsclausule van artikel 52. Belanghebbende betoogde dat griffierecht pas achteraf bij ongegrondverklaring mag worden geheven, omdat dit evenrediger zou zijn, en verzocht de Hoge Raad prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de EU. De Hoge Raad verwerpt dit betoog. Onder verwijzing naar zijn arrest van 12 juni 2026 (ECLI:NL:HR:2026:915), waarin dit EU-rechtelijke bezwaar reeds uitvoerig en inhoudelijk is beoordeeld en verworpen, ziet de Hoge Raad geen aanleiding opnieuw prejudiciële vragen te stellen. Nu het griffierecht niet is betaald en het verweer daartegen geen doel treft, is belanghebbende in verzuim gebleven. Op grond van artikel 8:41 lid 6 Awb wordt het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Er volgt geen proceskostenveroordeling. De uitspraak heeft beperkte zelfstandige rechtsontwikkelende betekenis: zij consolideert de lijn uit het arrest van juni 2026 en sluit de deur voor belastingplichtigen die via een EU-rechtelijk argument het griffierechtenstelsel willen omzeilen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 9 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Belastingrecht

Hoge Raad·9 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1661

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

18/100Bekijk
Hoge Raad·9 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1648

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens schending digitaal procederen

18/100Bekijk
Hoge Raad·9 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1656

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

28/100Bekijk
Hoge Raad·9 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1662

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied