JurispRadar
ECLI:NL:HR:2026:1652Laag8/100

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

ECLI:NL:HR:2026:1652, Hoge Raad, 09-10-2026, 26/01989

Hoge RaadUitspraak: 9 oktober 2026Publicatie: 9 oktober 2026
Procedure:Cassatie
Zaaknummer:26/01989
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
Niet Ontvankelijkheid
Cassatie
Griffierecht
Artikel 8 41 Awb
Betalingstermijn

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Kern van de zaak

Een belanghebbende stelde beroep in cassatie in bij de Hoge Raad tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een belastingzaak. De griffier wees de belanghebbende schriftelijk op de verschuldigdheid van griffierecht en stelde een betalingstermijn van vier weken. Het griffierecht werd niet volledig binnen de gestelde termijn voldaan.

Beslissing van de rechter

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:41 lid 6 Awb. De doorslaggevende reden is dat het griffierecht niet tijdig en volledig is betaald, en de door de belanghebbende aangevoerde redenen geen grond vormen voor het oordeel dat zij niet in verzuim is geweest.

8van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past vaste jurisprudentie toe zonder nieuwe rechtsvragen te beantwoorden of fundamentele regels te stellen; de beslissing heeft alleen gevolgen voor de individuele belanghebbende in deze specifieke zaak.

Belangrijkste punten

  • 1Griffierecht niet volledig betaald binnen de gestelde termijn van vier weken na aangetekende kennisgeving
  • 2De aangetekende brief is aantoonbaar afgeleverd op het opgegeven adres (Track&Trace PostNL)
  • 3Belanghebbende kreeg herstelmogelijkheid via digitaal dossier maar kon verzuim niet rechtvaardigen
  • 4Niet-ontvankelijkverklaring op grond van artikel 8:41 lid 6 Awb
  • 5Geen proceskostenveroordeling uitgesproken

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de griffierechtregels in cassatieprocedures: niet-tijdige betaling leidt onvermijdelijk tot niet-ontvankelijkheid, tenzij de partij aannemelijk maakt dat zij niet in verzuim was. Dit is vaste rechtspraak zonder nieuwe rechtsontwikkeling.

Praktische impact

Belanghebbende verliest de toegang tot cassatie door een procedurele tekortkoming en kan de inhoudelijke belastingkwestie niet meer aan de Hoge Raad voorleggen. Dit onderstreept het belang van tijdige betaling van griffierecht bij het instellen van rechtsmiddelen.

Onderwerp-impact

Voor belastingplichtigen en hun adviseurs benadrukt deze zaak dat strikte naleving van betalingstermijnen voor griffierecht essentieel is; inhoudelijk sterke cassatiegronden zijn zinloos als de procedure niet-ontvankelijk wordt verklaard.

Samenvatting

In deze zaak had een belanghebbende beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 april 2026 in een belastingzaak. De griffier van de Hoge Raad stuurde de belanghebbende op 26 juni 2026 een aangetekende brief met daarin de hoogte van het verschuldigde griffierecht en een betalingstermijn van vier weken. Uit gegevens van Track&Trace van PostNL bleek dat de brief daadwerkelijk was afgeleverd op het door de belanghebbende opgegeven adres. Desondanks werd het griffierecht niet volledig binnen de gestelde termijn betaald. Na het verstrijken van de termijn plaatste de griffier op 29 juli 2026 een bericht in het digitale dossier, waarbij de belanghebbende de gelegenheid kreeg te verklaren waarom het griffierecht niet tijdig was voldaan. De belanghebbende maakte gebruik van deze mogelijkheid en reageerde op 7 augustus 2026. De Hoge Raad oordeelde echter dat hetgeen de belanghebbende aanvoerde, geen toereikende grond vormde om vast te stellen dat zij niet in verzuim was geweest. De juridische vraag was of de niet-tijdige betaling van griffierecht moest leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep, dan wel of de door de belanghebbende aangevoerde omstandigheden dit verzuim konden verschonen. De Hoge Raad beantwoordde deze vraag negatief en verklaarde het beroep in cassatie niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:41 lid 6 van de Algemene wet bestuursrecht. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak illustreert de strikte naleving van griffierechtverplichtingen en bevestigt dat procedurele nalatigheid ook bij de Hoge Raad fatale gevolgen heeft voor de ontvankelijkheid van een rechtsmiddel.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 9 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Belastingrecht

Hoge Raad·9 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1661

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

18/100Bekijk
Hoge Raad·9 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1648

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens schending digitaal procederen

18/100Bekijk
Hoge Raad·9 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1656

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

28/100Bekijk
Hoge Raad·9 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1662

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied