JurispRadar
ECLI:NL:HR:2026:1647Laag18/100

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens schending digitaal procederen

ECLI:NL:HR:2026:1647, Hoge Raad, 09-10-2026, 26/01174

Hoge RaadUitspraak: 9 oktober 2026Publicatie: 9 oktober 2026
Procedure:Cassatie
Zaaknummer:26/01174
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Dienstverlening
Niet Ontvankelijkheid
Cassatie
Digitaal Procederen
Webportaal
Procesplicht

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Kern van de zaak

Een beroepsmatig rechtsbijstandverlener stelde per aangetekende brief beroep in cassatie in bij de Hoge Raad tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag. De griffier verzocht de indiener het beroepschrift alsnog digitaal in te dienen via het webportaal, maar hieraan werd geen gevolg gegeven.

Beslissing van de rechter

Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:36a lid 5 Awb. De doorslaggevende reden is dat een beroepsmatig optredende rechtsbijstandverlener verplicht is digitaal te procederen en na een herstelmogelijkheid van zes weken het verzuim niet heeft hersteld.

18van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past bestaande, reeds gevestigde regelgeving toe zonder nieuwe rechtsnormen te stellen; de digitale procesplicht en de gevolgen van niet-naleving zijn reeds bekend en vastgelegd in wet en besluit.

Belangrijkste punten

  • 1Beroepsmatige rechtsbijstandverleners zijn verplicht digitaal te procederen via het webportaal van de Hoge Raad (Besluit 6 maart 2019, Stb. 2020, 99).
  • 2Indiening per aangetekende brief volstaat niet voor beroepsmatig optredende rechtsbijstandverleners.
  • 3De griffier bood een hersteltermijn van zes weken aan; de aangetekende brief met dit verzoek werd afgehaald op de afhaallocatie.
  • 4Nu het verzuim niet binnen de gestelde termijn werd hersteld, volgt niet-ontvankelijkheid op grond van artikel 8:36a lid 5 Awb.
  • 5Geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de strikte handhaving van de digitale procesplicht voor beroepsmatige rechtsbijstandverleners in cassatie, waarbij niet-naleving na een herstelmogelijkheid leidt tot niet-ontvankelijkheid. Dit is vaste toepassing van bestaande regelgeving zonder nieuwe rechtsontwikkeling.

Praktische impact

Rechtsbijstandverleners die niet digitaal procederen riskeren dat hun cliënten hun recht op inhoudelijke beoordeling volledig verliezen, ook als het materiële cassatieberoep op zichzelf kansrijk zou zijn.

Onderwerp-impact

Voor de belastingpraktijk benadrukt deze uitspraak dat fiscale cassatieprocedures uitsluitend via het digitale portaal mogen worden ingediend door professionele gemachtigden, zonder uitzonderingen.

Samenvatting

In deze zaak stelde een beroepsmatig optredende rechtsbijstandverlener per aangetekende brief beroep in cassatie in bij de Hoge Raad tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 17 februari 2026 in een belastingzaak. Op grond van het Besluit van 6 maart 2019 (Stb. 2020, 99) zijn beroepsmatige rechtsbijstandverleners verplicht digitaal te procederen via het webportaal van de Hoge Raad. Omdat het beroepschrift op de verkeerde wijze was ingediend, stuurde de griffier op 10 april 2026 een aangetekende brief met het verzoek het beroepschrift alsnog binnen zes weken digitaal in te dienen. Uit Track&Trace-gegevens van PostNL bleek dat deze brief was afgehaald op de afhaallocatie, zodat de ontvangst kon worden aangenomen. Desondanks werd het verzuim niet hersteld. De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie niet-ontvankelijk met toepassing van artikel 8:36a lid 5 Awb. De juridische kern is helder: de verplichting tot digitaal procederen geldt onverkort voor professionele gemachtigden, en niet-naleving na een expliciete herstelmogelijkheid heeft zonder meer niet-ontvankelijkheid tot gevolg. De Hoge Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak voegt geen nieuwe rechtsnormen toe maar illustreert de consequente handhaving van de digitale procesplicht. Voor de rechtspraktijk is de boodschap ondubbelzinnig: een professionele gemachtigde die de digitale weg negeert, brengt zijn cliënt in de situatie dat de zaak inhoudelijk nooit wordt beoordeeld, ongeacht de merites van het cassatiemiddel. Dit maakt zorgvuldige naleving van de procedurele voorschriften omtrent digitaal procederen tot een fundamentele basisverplichting in iedere cassatieprocedure.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 9 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Belastingrecht

Hoge Raad·9 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1661

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

18/100Bekijk
Hoge Raad·9 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1648

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens schending digitaal procederen

18/100Bekijk
Hoge Raad·9 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1656

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

28/100Bekijk
Hoge Raad·9 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1662

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied