JurispRadar
ECLI:NL:HR:2026:1642Laag18/100

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

ECLI:NL:HR:2026:1642, Hoge Raad, 09-10-2026, 24/02185

Hoge RaadUitspraak: 9 oktober 2026Publicatie: 9 oktober 2026
Procedure:Cassatie
Zaaknummer:24/02185
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
Cassatie
Niet Ontvankelijk
Vennootschapsbelasting
Griffierecht
Betalingsonmacht

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Kern van de zaak

Een belanghebbende (rechtspersoon) ging in cassatie bij de Hoge Raad tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam in een belastingzaak. Zij betaalde het griffierecht niet tijdig en deed een beroep op betalingsonmacht, maar kon dit niet voldoende aantonen.

Beslissing van de rechter

Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard. De doorslaggevende reden is dat belanghebbende, ondanks herhaalde gelegenheid en uitgebreide verzoeken om documentatie, niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij noch personen met een direct belang bij haar niet in staat waren het griffierecht te voldoen.

18van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak is procedureel van aard en betreft een routinematige toepassing van bestaande griffierechtregels; er worden geen nieuwe rechtsnormen gesteld en de beslissing heeft beperkte precedentwerking buiten de individuele zaak.

Belangrijkste punten

  • 1Griffierecht niet binnen de gestelde termijn voldaan, ondanks herinnering van de griffier.
  • 2Beroep op betalingsonmacht door belanghebbende (rechtspersoon) op 16 augustus 2024.
  • 3Ingediende stukken (formulier betalingsonmacht, salarisspecificaties bestuurder, VPB-aangifte 2019, uitstelbrief 2020) achtten de griffier onvoldoende om betalingsonmacht aannemelijk te maken.
  • 4Griffier heeft belanghebbende op 21 april 2026 nogmaals gewaarschuwd en een laatste betalingstermijn gesteld; griffierecht bleef onbetaald.
  • 5Geen veroordeling in de proceskosten uitgesproken.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste lijn van de Hoge Raad dat een rechtspersoon die betalingsonmacht inroept, niet alleen de eigen financiële situatie maar ook die van personen met een direct belang concreet en onderbouwd moet aantonen. Het niet-ontvankelijk verklaren bij onbetaald griffierecht is een harde processuele sanctie.

Praktische impact

Belanghebbende verliest de toegang tot cassatietoetsing van de belastinguitspraak van het Gerechtshof Amsterdam. Rechtspersonen die een beroep op betalingsonmacht willen doen, moeten tijdig en volledig financieel bewijs aanleveren, inclusief informatie over indirect betrokkenen.

Onderwerp-impact

In belastingprocedures voor de Hoge Raad is dit een herinnering dat de financiële drempel van het griffierecht ook voor rechtspersonen strikt wordt gehandhaafd, waarbij onvolledige documentatie onherroepelijk leidt tot niet-ontvankelijkheid.

Samenvatting

In deze belastingzaak heeft de Hoge Raad op 9 oktober 2026 het beroep in cassatie van een rechtspersoon niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van griffierecht. De zaak betrof een cassatieberoep tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 16 april 2024 in een vennootschapsbelastingkwestie. Na het uitblijven van tijdige betaling ontving belanghebbende eerst een herinnering, waarna zij op 16 augustus 2024 een beroep op betalingsonmacht deed. De griffier stelde haar in de gelegenheid dit aannemelijk te maken door middel van schriftelijke stukken. Belanghebbende diende een formulier betalingsonmacht, salarisspecificaties van de bestuurder, een VPB-aangifte over 2019 en een uitstelbrief voor 2020 in. Op 21 april 2026 deelde de griffier mee dat betalingsonmacht niet aannemelijk was gemaakt, en gaf belanghebbende een laatste kans om het griffierecht binnen vier weken te betalen. Ook aan deze termijn werd niet voldaan. De Hoge Raad oordeelt dat het beroep op betalingsonmacht niet geslaagd is: belanghebbende heeft onvoldoende aangetoond dat zowel zijzelf als personen met een direct belang bij haar niet in staat waren het griffierecht te voldoen. Dit sluit aan bij eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad (onder meer HR 11 februari 2022, HR 7 november 2025 en HR 24 juni 2022) over de eisen die worden gesteld aan een geslaagd beroep op betalingsonmacht. De uitspraak heeft geen vernieuwende juridische betekenis maar bevestigt dat de processuele drempel van het griffierecht strikt wordt bewaakt: onvoldoende documentatie van financiële onmacht, ook bij rechtspersonen, leidt onherroepelijk tot niet-ontvankelijkheid en daarmee tot het definitief verlies van toegang tot de cassatierechter.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 9 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Belastingrecht

Hoge Raad·9 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1661

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

18/100Bekijk
Hoge Raad·9 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1648

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens schending digitaal procederen

18/100Bekijk
Hoge Raad·9 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1656

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

28/100Bekijk
Hoge Raad·9 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1662

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied