JurispRadar
ECLI:NL:HR:2026:1607Laag12/100

Hoge Raad verklaart cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbrekende gronden

ECLI:NL:HR:2026:1607, Hoge Raad, 02-10-2026, 26/01127

Hoge RaadUitspraak: 2 oktober 2026Publicatie: 2 oktober 2026
Procedure:Cassatie
Zaaknummer:26/01127
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
Niet Ontvankelijkheid
Cassatie
Verzuimherstel
Digitaal Procederen
Belastingrecht

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Kern van de zaak

Een belanghebbende stelde beroep in cassatie in bij de Hoge Raad tegen een uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 23 februari 2026. Het cassatieberoepschrift bevatte echter geen gronden, zoals wettelijk vereist. Ondanks een herstelgelegenheid heeft belanghebbende het verzuim niet tijdig hersteld.

Beslissing van de rechter

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 Awb. De doorslaggevende reden is dat het beroepschrift geen gronden bevatte en belanghebbende het geboden verzuimherstel binnen zes weken niet heeft benut.

12van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak betreft een puur procedurele niet-ontvankelijkverklaring zonder inhoudelijk oordeel over de onderliggende belastingkwestie. Er worden geen nieuwe rechtsnormen gesteld en de uitkomst is een routinematige toepassing van bekende procesregels.

Belangrijkste punten

  • 1Het beroepschrift miste de wettelijk verplichte cassatiegronden (art. 6:5 lid 1 letter d Awb)
  • 2De griffier bood op 8 april 2026 via het digitale dossier en per e-mail gelegenheid tot herstel binnen zes weken
  • 3Op grond van art. 8:36c lid 2 Awb wordt het bericht geacht op 8 april 2026 ontvangen te zijn
  • 4Belanghebbende heeft het verzuim niet hersteld vóór de deadline van 20 mei 2026
  • 5Geen proceskostenveroordeling opgelegd

Impactanalyse

Juridische impact

Deze uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de ontvankelijkheidsvereisten in cassatie: het niet tijdig herstellen van ontbrekende gronden leidt onvermijdelijk tot niet-ontvankelijkheid op grond van art. 6:6 Awb. De uitspraak voegt geen nieuwe rechtsnorm toe maar illustreert de consequente handhaving van formele procesvereisten.

Praktische impact

Belastingplichtigen en hun gemachtigden worden gewaarschuwd dat een beroepschrift in cassatie zonder gronden fataal is, ook als herstel wordt aangeboden maar niet tijdig wordt benut. Digitale kennisgevingen via het webportaal worden juridisch bindend geacht.

Onderwerp-impact

In belastingzaken onderstreept deze uitspraak het belang van zorgvuldige procesvoering bij de Hoge Raad; een formele tekortkoming in het beroepschrift sluit inhoudelijke behandeling van de belastingkwestie volledig uit.

Samenvatting

In deze zaak had een belanghebbende beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 23 februari 2026 (nr. BRE 24/3931). Het via het webportaal ingediende beroepschrift bevatte echter geen cassatiegronden, terwijl artikel 6:5 lid 1 letter d Awb dit uitdrukkelijk voorschrijft als ontvankelijkheidsvereiste. De griffier van de Hoge Raad heeft op 8 april 2026 een bericht in het digitale dossier van belanghebbende geplaatst, waarbij een herstelgelegenheid van zes weken werd geboden. Diezelfde dag werd ook een kennisgeving per e-mail verzonden naar het door belanghebbende opgegeven e-mailadres. Op grond van artikel 8:36c lid 2 Awb neemt de Hoge Raad aan dat dit bericht op 8 april 2026 is ontvangen, zodat de hersteltermijn op 20 mei 2026 verstreek. Belanghebbende heeft het verzuim echter niet binnen deze termijn hersteld. De Hoge Raad past daarop artikel 6:6 Awb toe, dat bepaalt dat beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien een verzuim niet tijdig is hersteld, en verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Een proceskostenveroordeling blijft achterwege. De uitspraak heeft geen inhoudelijk oordeel over de onderliggende belastingkwestie opgeleverd en stelt evenmin nieuwe rechtsnormen. Zij bevestigt slechts de consequente en strikte handhaving van de formele eisen die gelden voor de ontvankelijkheid van cassatieberoepen in belastingzaken. Voor de praktijk benadrukt de uitspraak dat digitale kennisgevingen via het webportaal van de Hoge Raad juridisch bindend worden geacht en dat het niet benutten van een herstelgelegenheid definitief het einde van de cassatieprocedure betekent.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 2 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Belastingrecht

Hoge Raad·2 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:HR:2026:1608

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens ontbrekende cassatiegronden

12/100Bekijk
Hoge Raad·2 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1601

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

18/100Bekijk
Hoge Raad·2 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:HR:2026:1603

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

22/100Bekijk
Hoge Raad·2 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1483

Hoge Raad: niet-recente machtiging leidt terecht tot niet-ontvankelijkheid

58/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied