JurispRadar
ECLI:NL:HR:2026:1591Laag18/100

Hoge Raad verklaart cassatieberoep belastingzaak ongegrond

ECLI:NL:HR:2026:1591, Hoge Raad, 02-10-2026, 25/02368

Hoge RaadUitspraak: 2 oktober 2026Publicatie: 1 oktober 2026
Procedure:Cassatie
Zaaknummer:25/02368
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Europees bestuursrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
Hoge Raad
Prejudiciele Vragen
Belastingrecht
Cassatie Ongegrond
Zusterarrest

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

HR verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Zie ook 25/02367, ECLI:NL:HR:2026:1483

Kern van de zaak

Een belanghebbende stelde beroep in cassatie in bij de Hoge Raad in een belastingzaak. De zaak hangt samen met een parallel arrest (25/02367) dat op dezelfde dag werd uitgesproken. De exacte fiscale geschilpunten zijn niet volledig uit de uitspraak af te leiden.

Beslissing van de rechter

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond, onder verwijzing naar de gronden in het arrest van dezelfde datum in zaak 25/02367 (ECLI:NL:HR:2026:1483). Om dezelfde redenen ziet de Hoge Raad geen aanleiding prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de EU.

18van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak is een korte verwijzingsuitspraak zonder zelfstandige rechtsontwikkeling; de inhoudelijke normen worden bepaald in het zusterarrest 25/02367. De score is laag vanwege het ontbreken van nieuwe rechtsregels in dit arrest zelf.

Belangrijkste punten

  • 1Cassatieberoep ongegrond verklaard op gronden van het zusterarrest ECLI:NL:HR:2026:1483 (zaak 25/02367)
  • 2Geen aanleiding voor het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU
  • 3Geen proceskostenveroordeling uitgesproken
  • 4De uitspraak is een beknopte verwijzingsuitspraak zonder zelfstandige inhoudelijke motivering
  • 5Hofarrest ECLI:NL:GHDHA:2025:1092 lag aan de cassatieprocedure ten grondslag

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak heeft beperkte zelfstandige juridische waarde omdat zij volledig voortbouwt op het zusterarrest 25/02367; de rechtsregels worden in dat arrest gevormd. Het feit dat de Hoge Raad geen EU-prejudiciële vragen stelt, bevestigt dat het geldende EU-recht op dit punt voldoende duidelijk wordt geacht.

Praktische impact

Voor de belanghebbende betekent de ongegrondverklaring dat het hofoordeel in stand blijft en geen proceskostenvergoeding wordt toegekend. Verdere rechtsmiddelen in Nederland staan niet meer open.

Onderwerp-impact

Belastingplichtigen in vergelijkbare fiscale situaties worden geconfronteerd met een bevestiging van de lijn die in het zusterarrest is uitgezet, zonder verdere EU-rechtelijke toets via het Hof van Justitie.

Samenvatting

In deze belastingprocedure heeft de Hoge Raad op 2 oktober 2026 het beroep in cassatie van de belanghebbende ongegrond verklaard. De zaak met nummer 25/02368 is inhoudelijk nauw verbonden met een parallelle procedure (25/02367), die op dezelfde dag is beslist in het arrest ECLI:NL:HR:2026:1483. De Hoge Raad volstaat met een verwijzing naar de motivering in dat zusterarrest en geeft geen zelfstandige inhoudelijke beoordeling van het cassatiemiddel in de onderhavige zaak. De precieze fiscale geschilpunten zijn uit deze uitspraak niet af te leiden, nu de overwegingen enkel naar het zusterarrest verwijzen. Belanghebbende had kennelijk ook betoogd dat prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie moesten worden gesteld, maar de Hoge Raad verwerpt dit verzoek eveneens op de gronden van het zusterarrest, wat impliceert dat het toepasselijke EU-recht als voldoende duidelijk wordt beschouwd (acte clair of acte éclairé). Het gerechtshof Den Haag had in hoger beroep uitspraak gedaan (ECLI:NL:GHDHA:2025:1092), waarna cassatie werd ingesteld. Nu de cassatie faalt, staat het hofoordeel onherroepelijk vast. Een proceskostenveroordeling wordt niet uitgesproken. De uitspraak heeft als zelfstandig precedent weinig toegevoegde waarde; de rechtsontwikkeling vindt plaats in het zusterarrest 25/02367. Voor de betrokken partij is het eindresultaat definitief: het standpunt van de belastingdienst of de lagere rechter wordt bevestigd en verdere nationale rechtsmiddelen zijn uitgeput.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 2 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Belastingrecht

Hoge Raad·2 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:HR:2026:1608

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens ontbrekende cassatiegronden

12/100Bekijk
Hoge Raad·2 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1601

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

18/100Bekijk
Hoge Raad·2 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:HR:2026:1603

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

22/100Bekijk
Hoge Raad·2 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1483

Hoge Raad: niet-recente machtiging leidt terecht tot niet-ontvankelijkheid

58/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied