ECLI:NL:HR:2026:1576, Hoge Raad, 29-09-2026, 25/01125
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Opruiing door in 2020 tijdens coronapandemie een online oproep te plaatsen teneinde derden aan te sporen om deel te nemen aan verboden demonstratie in Den Haag, art. 131.1 Sr. Had hof in bewezenverklaring bedoelde uitlatingen moeten opvatten als oproepen tot vreedzaam protest en is veroordeling voor opruiing met daarbij oplegging van taakstraf van 60 uren verenigbaar met art. 10 en 11 EVRM? Bij beoordeling of door verdachte gedane uitingen aansporen tot enig strafbaar feit en dus ‘opruiend’ zijn a.b.i. art. 131 Sr, komt betekenis toe aan inhoud en strekking van gedane uitingen in hun onderlinge samenhang bezien alsmede context waarin deze uitingen aan publiek zijn geopenbaard (vgl. HR:2020:2020). Onder omstandigheden kan ook indirecte aansporing tot enig strafbaar feit worden aangemerkt als opruiing (vgl. HR:2020:447). In begrip ‘opruiing’ a.b.i. art. 131.1 Sr ligt opzet besloten. Voor bewezenverklaring van opruiing is daarom ten minste vereist dat verdachte bewust aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zijn uitingen derden aansporen tot strafbaar gedrag of tot gewelddadig optreden tegen openbaar gezag (vgl. HR:2024:1573). HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2022:126, HR:2023:1743, HR:2024:1622 en HR:2025:1438, die van belang zijn voor beoordeling door rechter of veroordeling voor overtreding van art. 131.1 Sr geen ontoelaatbare inbreuk vormt op art. 10 en 11 EVRM. Hof heeft geoordeeld dat uitlatingen een duidelijke en directe oproep bevatten om te gaan demonstreren in Den Haag, ondanks verdachte bekend verbod, en dat hij daarmee opzettelijk heeft opgeroepen tot strafbaar feit a.b.i. art. 11.1.a WOM (deelnemen aan demonstratie waarvoor verbod is gegeven) en zich schuldig heeft gemaakt aan opruiing. Hof heeft vervolgens geoordeeld dat strafrechtelijk optreden tegen verdachte is te kwalificeren als beperking van recht op vrijheid van meningsuiting en van recht op vrijheid van vergadering a.b.i. art. 10 en 11 EVRM, maar dat deze bij wet voorziene beperking noodzakelijk was in democratische samenleving. Die noodzakelijke beperking hield hier verband met zowel bescherming van gezondheid als voorkomen van wanordelijkheden. Waar het gaat om bescherming van gezondheid, heeft hof geoordeeld dat toen bestaande coronapandemie en daarmee gepaard gaande onzekerheden over verloop en gevolgen daarvan, ook voor ernstig onder druk staande gezondheidszorg, op zichzelf “pressing social need” opleverden voor (ter bescherming van gezondheid) opleggen van beperkingen t.a.v. de uit art. 10 en 11 EVRM voortvloeiende rechten, ook als het zou gaan om oproep tot vreedzame demonstratie. Hof heeft echter geoordeeld dat uitlatingen van verdachte “bepaald niet” kunnen worden opgevat als oproepen tot vreedzaam protest. Daarbij heeft hof betrokken dat verdachte zijn uitlatingen deed tegen achtergrond van wanordelijkheden die hadden plaatsgevonden tijdens eerdere demonstratie en dat verdachte in samenhang met de in bewezenverklaring opgenomen uitlatingen heeft gezegd: “Het is niet tegen te houden. Bouw in verzet die komt waarschijnlijk met 500 trekkers dus maak je geen zorgen. We openen snelwegen als dat moet”. Uitlatingen zijn door verdachte gedaan nadat demonstratie was verboden door plaatsvervangend voorzitter van Veiligheidsregio, terwijl daartoe strekkend besluit was gebaseerd op (naast risico’s voor gezondheid van bezoekers) wanordelijkheden tijdens eerdere demonstratie en informatie over aansluiten van andere groepen. Naar ’s hofs oordeel heeft verdachte, in deze specifieke toenmalige context, met zijn uitlatingen “dusdanig laakbaar gedrag (...) vertoond” dat tegen het doen van die uitlatingen strafrechtelijk optreden geboden was en dat daaruit voortvloeiende beperking in uitoefening van recht op vrijheid van meningsuiting en recht op vrijheid van vergadering dus ook met het oog op voorkomen van wanordelijkheden gerechtvaardigd en noodzakelijk was. Hierin ligt mede als ’s hofs oordeel besloten dat omstandigheid dat verdachte in zijn uitlatingen ook spreekt van “in liefde en geduld, natuurlijk non violent en non cooperation” niet eraan afdoet dat die uitlatingen als geheel beschouwd niet kunnen worden opgevat als oproepen tot vreedzaam protest. Hof heeft vervolgens geoordeeld dat, nu het gaat om opruiing tot deelneming aan verboden demonstratie waarbij ernstig ermee rekening moest worden gehouden dat demonstratie waartoe werd opgeroepen gepaard zou gaan zowel met gevaar voor gezondheid als met wanordelijkheden, strafrechtelijk optreden als geheel, waaronder ook bestraffing, niet zo ingrijpend is dat daarvan “chilling effect” uitgaat op personen die, als organisator of als deelnemer, gebruik willen maken van hun recht op vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vreedzame vergadering. Hof heeft daarbij in aanmerking genomen dat voor 2 bewezenverklaarde gevallen van opruiing wordt volstaan met oplegging van taakstraf van relatief beperkte duur. Ook heeft hof er in dat verband acht op geslagen dat door verdachte ondergane voorlopige hechtenis is bevolen tegen achtergrond van meeromvattende verdenking en relatief beperkt is gebleven. Uit overwegingen over straftoemeting volgt verder dat hof acht heeft geslagen op concrete gevolgen voor verdachte van strafrechtelijke vervolging. ‘s Hofs oordelen, die er in onderlinge samenhang toe strekken dat veroordeling voor opruiing met daarbij oplegging van taakstraf van 60 uren niet onverenigbaar is met art. 10 en 11 EVRM, geven in het licht van wat is vooropgesteld niet blijk van onjuiste rechtsopvatting en zijn toereikend gemotiveerd. Daaraan doet niet af dat verdachte (zonder nadere concretisering) heeft gesteld dat hij na uitspraak van voorzieningenrechter, waarin werd geoordeeld dat verbod op demonstratie van kracht bleef, nog oproep heeft gedaan om niet naar Den Haag te komen. Het gaat daarbij immers om omstandigheid die zich heeft voorgedaan nadat verdachte de in bewezenverklaring vermelde uitlatingen heeft gedaan, waarmee op dat moment opruiing had plaatsgevonden, terwijl ook niet is gesteld of is gebleken dat met genoemde oproep geen gevolg meer zou (kunnen) worden gegeven aan eerdere uitlatingen waarin verdachte opriep tot deelname aan verboden demonstratie. Volgt verwerping. CAG: anders.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.