JurispRadar
ECLI:NL:HR:2026:1571

ECLI:NL:HR:2026:1571, Hoge Raad, 29-09-2026, 24/04316

Hoge RaadUitspraak: 29 september 2026Publicatie: 25 september 2026
Procedure:Cassatie
Zaaknummer:24/04316

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Voorhanden hebben van valse Poolse verblijfskaart door in België verblijvende verdachte (Russische nationaliteit), art. 231.2 Sr. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring OM in vervolging o.g.v. art. 31.1 Vluchtelingenverdrag. Kon hof oordelen dat zonder nader onderzoek kan worden vastgesteld dat stelling dat verdachte een vluchteling is a.b.i. Vluchtelingenverdrag, ongegrond is en dat geen sprake is van situatie waarin verdachte het Poolse verblijfsdocument onmiskenbaar i.h.k.v. vlucht in haar bezit had? Uit strekking van art. 31 Vluchtelingenverdrag vloeit voort dat OM in de op art. 231 Sr gebaseerde vervolging van verdachte die vreemdeling is en zich tegen beschuldiging verweert met beroep op bescherming die deze verdragsbepaling beoogt te bieden, slechts dan ontvankelijk is als onmiddellijk en zonder nader onderzoek door strafrechter kan worden vastgesteld dat stelling van vreemdeling dat hij vluchteling is a.b.i. Vluchtelingenverdrag ongegrond is. Beslissing op asielaanvraag en dus ook oordeel over aannemelijkheid van het aan asielaanvraag ten grondslag liggende vluchtrelaas, is voorbehouden aan minister en (na ingesteld beroep) aan bestuursrechter. Met het oog op voorkomen van tegenstrijdige uitspraken van strafrechter en bestuursrechter, moet strafrechter zich in beginsel van zelfstandig oordeel over beroep van vreemdeling op zijn vluchtelingenstatus onthouden. Mede gelet op moeilijke bewijspositie die vreemdeling heeft bij onderbouwing van zijn beroep op vluchtelingenstatus, komt vreemdeling die wordt vervolgd voor overtreding van art. 231 Sr ook beroep op art. 31 Vluchtelingenverdrag toe als nog niet vaststaat dat hij aan alle voorwaarden voor erkenning als vluchteling voldoet. Tegen deze achtergrond moet met het oog op een voor praktijk van strafrechtspleging zo eenvoudig mogelijk te hanteren regel worden aangenomen dat vreemdeling niet behoort te worden vervolgd wegens onmiskenbaar i.h.k.v. zijn vlucht in bezit hebben of aangewend hebben van vervalste documenten zolang op de door vreemdeling gedane eerste asielaanvraag nog niet onherroepelijk is beslist. Daarom zal strafrechter in die gevallen waarin voor misdrijf van art. 231 Sr vervolgde vreemdeling zich op bescherming van art. 31 Vluchtelingenverdrag beroept en aangenomen moet worden dat op (eerste) door verdachte gedane asielaanvraag zal worden beslist, niet mogen aannemen dat verdachte aan voorwaarden voor kunnen inroepen van de door art. 31 Vluchtelingenverdrag geboden bescherming niet voldoet. In zo’n geval, waarin geen sprake is van onherroepelijke afwijzing van eerste door verdachte gedane asielaanvraag, is bij strafvervolging voor het in art. 231 Sr strafbaar gestelde misdrijf geen ruimte om te onderzoeken of aan overige voorwaarden van art. 31 Vluchtelingenverdrag is voldaan en kan daarom niet worden aangenomen dat stelling dat verdachte een vluchteling is a.b.i. Vluchtelingenverdrag evident ongegrond is. In dat geval zal OM niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in strafvervolging (vgl. HR:2013:BY4310). O.g.v. ‘s hofs overwegingen en van wat ttz. in h.b. aan de orde is gekomen, moet het ervoor worden gehouden dat verdachte een eerste asielaanvraag in Nederland heeft gedaan. Hof heeft niet onderzocht of op de door verdachte ingediende asielaanvraag onherroepelijk is beslist. Gelet daarop had hof in deze zaak, waarin verdachte wordt vervolgd voor het in art. 231 Sr strafbaar gestelde misdrijf, niet mogen aannemen dat niet aan voorwaarden is voldaan voor kunnen inroepen van bescherming die art. 31 Vluchtelingenverdrag biedt i.h.k.v. onrechtmatige binnenkomst of onrechtmatig verblijf, waaronder voorwaarde dat verdachte het betreffende document in bezit had of heeft aangewend i.h.k.v. vlucht. Dit brengt met zich dat hof het verweer dat namens verdachte is gevoerd, heeft verworpen op gronden die deze verwerping niet kunnen dragen. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG: anders.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

Rechtbank Midden-Nederland·29 sep 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:6634

~23geschat
Bekijk
Hoge Raad·29 sep 2026

ECLI:NL:HR:2026:1534

~95geschat
Bekijk
Rechtbank Amsterdam·29 sep 2026

ECLI:NL:RBAMS:2026:9694

~23geschat
Bekijk
Hoge Raad·29 sep 2026

ECLI:NL:HR:2026:1531

~70geschat
Bekijk