ECLI:NL:HR:2026:1553, Hoge Raad, 29-09-2026, 24/02300
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. diefstal (art. 310 Sr), medeplegen diefstal (art. 311.1.4 Sr), diefstal d.m.v. valse sleutels (art. 311.1.5 Sr), bedreiging (art. 285.1 Sr) en belediging van ambtenaar (art. 266.1 jo. 267.1.2 Sr). Betekening dagvaarding in hoger beroep en inhoud akte van uitreiking, art. 36h.1 Sv. Kon hof oordelen dat dagvaarding in h.b. rechtsgeldig is betekend, nu akte van uitreiking niet identificerende gegevens vermeldt van persoon aan wie dagvaarding is uitgereikt? Aan dagvaarding van verdachte om te verschijnen ttz. in h.b. is akte van uitreiking gehecht. Deze akte houdt in dat dagvaarding is uitgereikt op adres A aan ander dan verdachte die zich op dat adres bevond en die heeft beloofd dagvaarding onmiddellijk aan verdachte te geven. Akte vermeldt als naam van ontvanger voornaam en bevat handtekening van ontvanger. Gegevens (soort en nummer) van identiteitsbewijs van ontvanger zijn niet ingevuld. Als dagvaarding ex art. 36e.1.b.1 en 36e.2.a Sv Sv wordt uitgereikt aan degene die zich op het in die bepaling bedoelde adres bevindt en die zich bereid verklaart stuk onverwijld aan geadresseerde te doen toekomen, moet o.g.v. art. 36h.1 Sv in akte van uitreiking de persoon worden vermeld aan wie gerechtelijke mededeling is uitgereikt. Strekking van dit voorschrift is dat achteraf kan worden nagegaan wie dagvaarding onder zich heeft genomen. Als in akte van uitreiking niet persoon is vermeld aan wie dagvaarding is uitgereikt, heeft dat verzuim (in geval dat verdachte niet ttz. is verschenen) in beginsel nietigheid van betekening van dagvaarding tot gevolg. Rechter kan echter van die nietigverklaring afzien, als anderszins uit stukken kan worden afgeleid aan wie dagvaarding is uitgereikt (vgl. HR:2024:1738). Hof heeft geoordeeld dat dagvaarding in h.b. geldig is betekend. Dit oordeel is (mede gelet op wat hiervoor is vooropgesteld) niet zonder meer begrijpelijk. Akte van uitreiking vermeldt uitsluitend voornaam als naam van persoon aan wie dagvaarding in h.b. is uitgereikt. In handtekening van ontvanger op akte van uitreiking is geen naam leesbaar. Gegevens van identiteitsbewijs van ontvanger zijn niet ingevuld. Uit akte van uitreiking kan dan ook niet worden afgeleid wie persoon aan wie dagvaarding in h.b. is uitgereikt. Hof heeft er ook geen blijk van gegeven te hebben onderzocht of dit anderszins uit stukken kan worden afgeleid. HR verklaart betekening van dagvaarding in h.b. nietig. CAG (strekking) vernietiging en terugwijzing.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.