ECLI:NL:HR:2026:1541, Hoge Raad, 29-09-2026, 25/01991
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. mishandeling van politieambtenaar, art. 300.1 jo. 304.1.3 Sr. Ontvankelijkheid hoger beroep, appelschriftuur bij stukken. Kon hof (enkelvoudige kamer) oordelen dat door of namens verdachte geen schriftuur houdende grieven is ingediend en dat verdachte mede daarom ex art. 416.2 Sv n-o wordt verklaard in zijn h.b., nu hof geen acht heeft geslagen op appelschriftuur van raadsvrouw die zich bij stukken bevindt? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: O.g.v. appelschriftuur die zich bij stukken bevindt en stukken die aan cassatieschriftuur zijn gehecht (ontvangstbevestigingen van Rb en OM, e-mailberichten van raadsvrouw aan hof en brief van griffier hof) moet in cassatie ervan worden uitgegaan dat tijdig vóór tz. in h.b. een schriftuur houdende grieven is ingediend. Gelet hierop is ’s hofs oordeel dat verdachte ex art. 416.2 Sv n-o wordt verklaard in h.b., niet begrijpelijk. Volgt vernietiging en terugwijzing.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.