Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk via artikel 80a
ECLI:NL:HR:2026:1513, Hoge Raad, 18-09-2026, 26/01037
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.
Kern van de zaak
Een belanghebbende stelde beroep in cassatie in bij de Hoge Raad tegen een uitspraak van de Rechtbank op verzet, gedateerd 30 juli 2025. De exacte inhoudelijke achtergrond van het geschil is uit de uitspraak niet kenbaar; duidelijk is dat het een belasting- of vergelijkbare zaak betreft (zaaknummer 25/02961 V).
Beslissing van de rechter
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk op grond van artikel 80a Wet op de rechterlijke organisatie, omdat de klachten duidelijk niet kunnen slagen. Er is geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Impactscore
LaagArtikel 80a-afdoeningen zijn routinematig en stellen geen nieuwe rechtsregels; de uitspraak heeft geen precedentwerking en is inhoudelijk zo summier dat de feitelijke context onbekend blijft.
Belangrijkste punten
- 1Toepassing van artikel 80a Wet RO: cassatieberoep niet-ontvankelijk zonder verdere motivering
- 2De Hoge Raad oordeelt dat de klachten 'duidelijk niet kunnen slagen', de drempel voor 80a-afdoening
- 3Het betreft een verzetzaak: de rechtbank had eerder al een verzetprocedure behandeld
- 4De procureur-generaal is in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen voor de 80a-toets
- 5Geen proceskosten opgelegd aan belanghebbende
Impactanalyse
Juridische impact
Deze uitspraak bevestigt de standaard toepassing van artikel 80a Wet RO als filtermechanisme bij kansloze cassatieberoepen, zonder nieuwe rechtsregels te stellen. De uitspraak heeft geen zelfstandige precedentwerking.
Praktische impact
Voor de belanghebbende betekent dit dat het cassatieberoep definitief is afgewezen en de uitspraak van de Rechtbank op verzet onherroepelijk is. Er zijn geen proceskosten opgelegd, zodat geen financiële veroordeling volgt.
Onderwerp-impact
De zaak raakt de overheidsrechtspraak in algemene zin; de inhoudelijke belastingrechtelijke of bestuursrechtelijke kwestie blijft onbekend door de summiere motivering van de 80a-afdoening.
Samenvatting
Op 18 september 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een cassatieprocedure die was ingesteld door een belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank op verzet van 30 juli 2025 (zaaknummer 25/02961 V). De inhoudelijke achtergrond van het oorspronkelijke geschil — vermoedelijk een belasting- of bestuursrechtelijke kwestie, gelet op de gebruikte terminologie en zaaknummering — is uit het gepubliceerde arrest niet kenbaar. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geconcludeerd dat de klachten duidelijk niet kunnen slagen. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (Wet RO) heeft de Hoge Raad daarom gebruikgemaakt van de bevoegdheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren. Dit artikel biedt de Hoge Raad een filtermechanisme om cassatieberoepen die evident kansloos zijn snel en efficiënt af te doen, zonder de zaak ten gronde te behandelen. De procureur-generaal is voorafgaand aan de beslissing in de gelegenheid gesteld een advies uit te brengen, conform de gebruikelijke procedure bij 80a-toetsing. De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, zodat de belanghebbende op dat punt gevrijwaard blijft van verdere financiële gevolgen. De uitspraak van de Rechtbank op het verzet staat daarmee onherroepelijk vast. Deze beslissing heeft geen zelfstandige juridische of maatschappelijke impact buiten de directe zaak: zij stelt geen nieuwe rechtsregels, verduidelijkt geen bestaand recht en heeft geen precedentwerking. Het is een routinematige toepassing van het cassatiefilter dat de Hoge Raad in staat stelt zijn werklast te beheersen en zijn capaciteit te richten op zaken van rechtsvormend belang.