JurispRadar
ECLI:NL:HR:2026:1503Laag8/100

Hoge Raad verklaart cassatieberoep belastingzaak niet-ontvankelijk

ECLI:NL:HR:2026:1503, Hoge Raad, 18-09-2026, 26/01618

Hoge RaadUitspraak: 18 september 2026Publicatie: 17 september 2026
Zaaknummer:26/01618
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
Inkomstenbelasting
Cassatie
Niet Ontvankelijk
Artikel 80a Wet Ro
Boetebeschikking

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.

Kern van de zaak

Een belastingplichtige ging in cassatie bij de Hoge Raad tegen een uitspraak van het Gerechtshof over een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en een bijbehorende boetebeschikking. De exacte feiten en het geschil zijn niet volledig uit de uitspraak af te leiden.

Beslissing van de rechter

Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a Wet RO, omdat de klachten duidelijk niet konden slagen. Er is geen proceskostenveroordeling uitgesproken.

8van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak is een standaard 80a Wet RO-afdoening zonder inhoudelijke motivering of nieuwe rechtsregels; de precedentwaarde is nihil en de zaak betreft één individueel belastinggeschil.

Belangrijkste punten

  • 1Toepassing van artikel 80a Wet RO: cassatieberoep zonder nadere motivering niet-ontvankelijk verklaard
  • 2De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep 'duidelijk niet kan slagen'
  • 3Procureur-generaal heeft advies uitgebracht voorafgaand aan de beslissing
  • 4Geen proceskostenveroordeling opgelegd
  • 5Uitspraak betreft aanslag IB/PVV én een boetebeschikking (inhoud geschil onbekend door beperkte tekst)

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak heeft beperkte precedentwerking nu de Hoge Raad gebruik maakt van de art. 80a Wet RO-procedure, waarbij geen inhoudelijke motivering wordt gegeven. Het bevestigt de toepassing van de filterprocedure bij kansloze cassatieberoepen in belastingzaken.

Praktische impact

De belastingplichtige krijgt geen inhoudelijke heroverweging van de opgelegde aanslag en boetebeschikking; de uitspraak van het Hof blijft in stand. Verdere rechtsmiddelen staan niet open.

Onderwerp-impact

In belastingzaken met een aanslag IB/PVV en boete wordt bevestigd dat de Hoge Raad kansloze cassatieberoepen snel afdoet via de 80a-procedure, wat de doorlooptijd en belasting van de cassatierechter beperkt.

Samenvatting

In deze zaak had een belastingplichtige beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. Het geschil betrof een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en een daarmee samenhangende boetebeschikking. De inhoudelijke feiten en de precieze klachten in cassatie zijn uit de beschikbare tekst niet te reconstrueren. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld nadat de procureur-generaal de gelegenheid had gekregen een advies uit te brengen. Op basis van die beoordeling is de Hoge Raad tot het oordeel gekomen dat het beroep duidelijk niet kan slagen. Daarmee was de weg vrij om gebruik te maken van de verkorte afdoeningsprocedure van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie, op grond waarvan de Hoge Raad een cassatieberoep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk kan verklaren wanneer de klachten evident kansloos zijn. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie dienovereenkomstig niet-ontvankelijk verklaard. Een proceskostenveroordeling is achterwege gebleven omdat de Hoge Raad daarvoor geen aanleiding zag. De uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch (ECLI:NL:GHSHE:2026:1030) blijft daarmee onherroepelijk in stand. De beslissing heeft geen inhoudelijke precedentwerking: de art. 80a-procedure is juist bedoeld om de Hoge Raad te ontlasten van zaken die geen bijdrage leveren aan de rechtsontwikkeling of rechtseenheid. Voor de belastingplichtige betekent dit dat de opgelegde aanslag en boetebeschikking definitief vaststaan en dat er geen verdere rechtsmiddelen openstaan.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 18 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Belastingrecht

Hoge Raad·18 sep 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1511

Hoge Raad verklaart cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbrekende gronden

28/100Bekijk
Hoge Raad·18 sep 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1519

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

8/100Bekijk
Hoge Raad·18 sep 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1485

Hoge Raad verklaart cassatie ongegrond, termijnoverschrijding geconstateerd

18/100Bekijk
Hoge Raad·18 sep 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1525

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

8/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied