JurispRadar
ECLI:NL:HR:2026:1501Laag18/100

Hoge Raad verklaart cassatie niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

ECLI:NL:HR:2026:1501, Hoge Raad, 18-09-2026, 26/00984

Hoge RaadUitspraak: 18 september 2026Publicatie: 17 september 2026
Procedure:Cassatie
Zaaknummer:26/00984
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
Niet Ontvankelijkheid
Cassatie
Griffierecht
Digitale Kennisgeving
Artikel 841 Awb

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Kern van de zaak

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in bij de Hoge Raad tegen een uitspraak op verzet van Rechtbank Midden-Nederland (29 januari 2026, belastingzaak). Het verschuldigde griffierecht werd niet voldaan, ondanks meerdere kennisgevingen via aangetekende post, gewone post en digitaal dossier met e-mailkennisgeving.

Beslissing van de rechter

Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:41 lid 6 Awb. De doorslaggevende reden is dat belanghebbende het griffierecht niet heeft betaald en ook geen gebruik heeft gemaakt van de geboden gelegenheid om uit te leggen waarom betaling uitbleef.

18van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past een vaste procedurele regel toe zonder nieuwe rechtsvragen te beantwoorden of fundamentele rechtsregels te stellen; de betekenis is beperkt tot de individuele zaak en bevestigt bestaande jurisprudentie over griffierecht en digitale kennisgeving.

Belangrijkste punten

  • 1Griffierecht werd niet betaald binnen de gestelde termijn van vier weken na aanmaning per aangetekende brief
  • 2Na onbestelbaarheid van de aangetekende brief vond adresverificatie plaats en werd per gewone post verzonden
  • 3Kennisgeving via digitaal dossier en e-mail d.d. 17 juni 2026 geldt als ontvangen op die datum (art. 8:36c lid 2 Awb)
  • 4Belanghebbende reageerde niet op de herstelmogelijkheid om de reden van niet-betaling toe te lichten
  • 5Geen proceskostenveroordeling uitgesproken

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat niet-betaling van griffierecht zonder nadere toelichting leidt tot niet-ontvankelijkheid ex artikel 8:41 lid 6 Awb, ook wanneer kennisgeving via het digitale dossier heeft plaatsgevonden. De fictie van ontvangst op de dag van plaatsing (art. 8:36c lid 2 Awb) wordt onverkort toegepast.

Praktische impact

Belanghebbende verliest zijn toegang tot cassatie en de uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland staat daarmee onherroepelijk vast. Procespartijen worden gewaarschuwd dat zij het digitale dossier en opgegeven e-mailadres actief moeten monitoren om termijnen niet te missen.

Onderwerp-impact

In belastingzaken bij de Hoge Raad is tijdige betaling van griffierecht een absolute voorwaarde voor ontvankelijkheid; het niet opvolgen van digitale kennisgevingen biedt geen excuus en kan leiden tot definitief verlies van rechtsmiddelen.

Samenvatting

In deze cassatieprocedure bij de Hoge Raad stond de vraag centraal of het beroep in cassatie ontvankelijk kon worden verklaard, nu de belanghebbende het verschuldigde griffierecht niet had voldaan. De zaak betrof hoger beroep in cassatie tegen een uitspraak op verzet van de Rechtbank Midden-Nederland van 29 januari 2026 in een belastingkwestie (UTR 23/5468-V). De griffier van de Hoge Raad had belanghebbende op 13 mei 2026 per aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en daarvoor een termijn van vier weken gesteld. Omdat de brief wegens onbestelbaarheid werd teruggestuurd, vond adresverificatie plaats en werd het stuk per gewone post nagezonden. Betaling bleef uit. Op 17 juni 2026 werd vervolgens een bericht in het digitale dossier geplaatst, waarbij belanghebbende de kans kreeg te verklaren waarom het griffierecht niet was betaald. Op diezelfde datum werd hiervan een kennisgeving verzonden naar het door belanghebbende opgegeven e-mailadres. Op grond van artikel 8:36c lid 2 Awb wordt dit bericht geacht op 17 juni 2026 te zijn ontvangen. Belanghebbende reageerde op geen van deze kennisgevingen en maakte evenmin gebruik van de herstelmogelijkheid. De Hoge Raad paste daarop de dwingende bepaling van artikel 8:41 lid 6 Awb toe en verklaarde het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling zag de Hoge Raad geen aanleiding. De uitspraak illustreert dat de digitale procesvoering bij de Hoge Raad serieuze verplichtingen meebrengt: het opgegeven e-mailadres en het digitale dossier moeten actief worden bijgehouden. Wie een kennisgeving negeert en griffierecht onbetaald laat, verliest onherroepelijk zijn rechtsmiddel. De zaak stelt geen nieuwe rechtsregels maar bevestigt bestaande procesrechtelijke praktijk.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 18 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Belastingrecht

Hoge Raad·18 sep 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1511

Hoge Raad verklaart cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbrekende gronden

28/100Bekijk
Hoge Raad·18 sep 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1519

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

8/100Bekijk
Hoge Raad·18 sep 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1485

Hoge Raad verklaart cassatie ongegrond, termijnoverschrijding geconstateerd

18/100Bekijk
Hoge Raad·18 sep 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1525

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

8/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied