JurispRadar
ECLI:NL:HR:2026:1499Laag5/100

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk via art. 80a RO

ECLI:NL:HR:2026:1499, Hoge Raad, 18-09-2026, 26/00389

Hoge RaadUitspraak: 18 september 2026Publicatie: 17 september 2026
Zaaknummer:26/00389
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
Cassatie
Niet Ontvankelijk
Artikel 80a Ro
Belastingrecht
Verzet

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.

Kern van de zaak

Een belanghebbende stelde beroep in cassatie in bij de Hoge Raad tegen een uitspraak van de Rechtbank op verzet (gedateerd 4 juli 2025). De zaak betreft een belastingkwestie (zaaknummer ZWO 25/966 V). De exacte inhoudelijke gronden van het geschil blijken niet uit de beschikbare tekst.

Beslissing van de rechter

Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a Wet op de rechterlijke organisatie. De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep klaarblijkelijk niet kan slagen en heeft daarom afgezien van verdere motivering. Er is geen proceskostenveroordeling uitgesproken.

5van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak is een standaard procedurele afdoening op grond van art. 80a RO zonder inhoudelijke motivering of rechtsvormende werking. De zaak heeft geen precedentwaarde en raakt slechts de individuele procespartij.

Belangrijkste punten

  • 1Toepassing van artikel 80a RO: de Hoge Raad kan zonder nadere motivering niet-ontvankelijkheid uitspreken wanneer het beroep klaarblijkelijk niet kan slagen.
  • 2Het betreft een verzetzaak: de Rechtbank had eerder op verzet beslist, waarna cassatie werd ingesteld.
  • 3De procureur-generaal heeft conform de procedure een advies uitgebracht voordat de Hoge Raad besliste.
  • 4Geen proceskostenveroordeling: de Hoge Raad zag geen aanleiding om de wederpartij in de kosten te veroordelen.
  • 5De inhoudelijke gronden van het belastinggeschil zijn niet kenbaar uit de uitspraak, wat de analyse beperkt.

Impactanalyse

Juridische impact

Deze uitspraak heeft geen zelfstandige juridische impact buiten de individuele zaak; artikel 80a RO-beslissingen stellen geen nieuwe rechtsregels maar zijn een procedurele afdoening. De toepassing bevestigt de vaste praktijk van de Hoge Raad om kansloze cassatieberoepen versneld af te doen.

Praktische impact

Voor de belanghebbende betekent dit het definitieve einde van de procedure: de uitspraak van de Rechtbank op verzet staat onherroepelijk vast. Er is geen financiële compensatie via proceskosten voor de wederpartij.

Onderwerp-impact

Binnen het belastingrecht (vermoedelijk gezien het zaaknummer 'ZWO') is de uitkomst louter procedureel van aard en heeft geen inhoudelijke gevolgen voor de rechtsvorming op dit specifieke belastingonderwerp.

Samenvatting

In deze zaak stelde een belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad tegen een uitspraak van de Rechtbank op verzet, uitgesproken op 4 juli 2025. Het betreft een belastingkwestie (zaaknummer ZWO 25/966 V), hoewel de inhoudelijke achtergrond van het geschil niet uit de gepubliceerde tekst blijkt. De procedure verliep via de verzetsprocedure, wat suggereert dat de Rechtbank eerder een beslissing had genomen zonder behandeling op tegenspraak, waartegen de belanghebbende verzet aantekende. De Hoge Raad beoordeelde de klachten en gaf de procureur-generaal de gelegenheid een advies uit te brengen, zoals gebruikelijk in de art. 80a RO-procedure. Na deze beoordeling kwam de Hoge Raad tot het oordeel dat het cassatieberoep klaarblijkelijk niet kan slagen. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad de bevoegdheid om in dergelijke gevallen het beroep niet-ontvankelijk te verklaren zonder nadere motivering van dit oordeel. Van deze mogelijkheid heeft de Hoge Raad gebruikgemaakt. De juridische vraag was uitsluitend procedureel van aard: voldeed het cassatieberoep aan de drempel voor inhoudelijke behandeling? Het antwoord was ontkennend. De beslissing is derhalve dat het beroep in cassatie niet-ontvankelijk wordt verklaard. Een proceskostenveroordeling bleef achterwege. Deze uitspraak heeft geen rechtsvormende werking en stelt geen nieuwe rechtsregels. Zij bevestigt slechts de bestaande praktijk van versnelde afdoening via art. 80a RO. Voor de belanghebbende is de uitkomst definitief: de rechtbankuitspraak op verzet is onherroepelijk geworden.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 18 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Belastingrecht

Hoge Raad·18 sep 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1511

Hoge Raad verklaart cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbrekende gronden

28/100Bekijk
Hoge Raad·18 sep 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1519

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

8/100Bekijk
Hoge Raad·18 sep 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1485

Hoge Raad verklaart cassatie ongegrond, termijnoverschrijding geconstateerd

18/100Bekijk
Hoge Raad·18 sep 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1525

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

8/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied