Hoge Raad verklaart cassatieberoep Participatiewet niet-ontvankelijk
ECLI:NL:HR:2026:1463, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/01644
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.
Kern van de zaak
Een partij stelde cassatieberoep in bij de Hoge Raad tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep over een besluit op grond van de Participatiewet, afkomstig uit een procedure bij de Rechtbank Oost-Brabant. De zaak betreft vermoedelijk een bijstandskwestie of verwante sociale zekerheidsaanspraak.
Beslissing van de rechter
Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a Wet op de rechterlijke organisatie, zonder verdere motivering. De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen, waarna de versnelde niet-ontvankelijkheidsprocedure is toegepast. Er is geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Impactscore
LaagDe uitspraak is procedureel van aard en bevat geen inhoudelijke rechtsoverwegingen. De art. 80a RO-procedure is standaard en stelt geen nieuwe rechtsnormen; de impact beperkt zich tot de individuele zaak.
Belangrijkste punten
- 1Toepassing van de art. 80a RO-procedure: versnelde niet-ontvankelijkheid zonder nadere motivering bij kansloze cassatieklachten
- 2De zaak betreft een besluit op grond van de Participatiewet, eerder beoordeeld door Rechtbank Oost-Brabant en Centrale Raad van Beroep
- 3De procureur-generaal heeft advies uitgebracht voorafgaand aan de beslissing
- 4Geen proceskostenveroordeling opgelegd
- 5De uitspraak heeft een beperkte precedentwerking nu de Hoge Raad geen inhoudelijke overwegingen heeft gegeven
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt het bestaande gebruik van artikel 80a RO als filter voor kansloze cassatieberoepen in socialezekerheidszaken; er worden geen nieuwe rechtsregels geformuleerd. De inhoudelijke rechtsvragen over de Participatiewet blijven onbeantwoord door de Hoge Raad.
Praktische impact
Voor de betrokken burger betekent dit dat de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep onherroepelijk is en het besluit op grond van de Participatiewet definitief vaststaat. Verdere rechtsmiddelen zijn uitgeput.
Onderwerp-impact
Binnen het domein van sociale zekerheid en overheidsbeschikkingen bevestigt deze uitspraak dat de Centrale Raad van Beroep als hoogste feitelijke instantie fungeert en cassatie in Participatiewet-zaken zelden succesvol is.
Samenvatting
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 11 september 2026 het cassatieberoep van een partij niet-ontvankelijk verklaard dat was gericht tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. De onderliggende procedure betrof een besluit op grond van de Participatiewet, waarbij de Rechtbank Oost-Brabant in eerste aanleg had geoordeeld (zaak 21/1933). De Centrale Raad van Beroep heeft vervolgens als hoogste feitelijke rechter uitspraak gedaan (ECLI:NL:CRVB:2026:404), waarna de betrokken partij beroep in cassatie instelde bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft de cassatieklachten beoordeeld en geconcludeerd dat het beroep duidelijk niet kan slagen. Op grond daarvan heeft hij gebruikgemaakt van de bevoegdheid neergelegd in artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie, die het mogelijk maakt een cassatieberoep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren wanneer dit evident kansloos is. De procureur-generaal heeft voorafgaand aan de beslissing een advies uitgebracht, hetgeen de vaste procedure is bij toepassing van art. 80a RO. Er is geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak is in het openbaar gewezen door vice-president J.A.R. van Eijsden en de raadsheren Van der Voort Maarschalk en Van Roij. De juridische betekenis van deze uitspraak is beperkt: zij bevat geen inhoudelijke overwegingen over de Participatiewet of de toepassing daarvan en stelt geen nieuwe rechtsnormen. De uitspraak van de Centrale Raad van Beroep staat hierdoor definitief vast. Voor de betrokken burger zijn alle rechtsmiddelen uitgeput en is het overheidsbesluit onherroepelijk geworden. De zaak illustreert het functioneren van de art. 80a RO-procedure als poortwachtersmechanisme in het sociale zekerheidsrecht.