Hoge Raad: WOZ-inzagerecht ook voor niet-woningen verduidelijkt
ECLI:NL:HR:2026:1338, Hoge Raad, 07-08-2026, 23/04646
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Art. 40, lid 2, Wet WOZ; gegevens die ten grondslag liggen aan de vastgestelde waarde bij waardevaststelling van een niet-woning op grond van de huurwaardekapitalisatiemethode.
Kern van de zaak
Een belastingplichtige (belanghebbende) betwistte de WOZ-waardebeschikking van een kantoorvilla. In geschil was of de heffingsambtenaar verplicht was huurovereenkomsten en huurinlichtingenformulieren te verstrekken op grond van artikel 40 lid 2 Wet WOZ, en of het niet-verstrekken een schending van die inzageverplichting opleverde.
Beslissing van de rechter
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond, vernietigt de hofuitspraak en bevestigt de uitspraak van de Rechtbank. Doorslaggevend is dat bij toepassing van de huurwaardekapitalisatiemethode de gehanteerde huurwaarde en kapitalisatiefactor behoren tot de gegevens die ten grondslag liggen aan de waardebeschikking en dus op grond van artikel 40 lid 2 Wet WOZ verstrekt moeten worden, ook voor niet-woningen.
Impactscore
RichtinggevendDe Hoge Raad stelt een fundamentele rechtsregel over de reikwijdte van de inzageverplichting (art. 40 lid 2 Wet WOZ) voor niet-woningen, in aansluiting op en uitbreiding van een eerder arrest van drie maanden eerder, met brede toepasselijkheid voor alle gemeenten en commerciëelvastgoedeigenaren.
Belangrijkste punten
- 1De uitgangspunten uit HR 27 februari 2026 (ECLI:NL:HR:2026:297) over het inzagerecht ex art. 40 lid 2 Wet WOZ gelden ook voor niet-woningen.
- 2Bij de huurwaardekapitalisatiemethode behoren gehanteerde huurwaarde en kapitalisatiefactor tot de gegevens die aan de waardebeschikking ten grondslag liggen en dus verstrekt moeten worden.
- 3Het argument dat de belastingplichtige de waarde ook zonder de gevraagde stukken kon betwisten, faalt op gronden uit het arrest van 27 februari 2026.
- 4De heffingsambtenaar kan de inzageverplichting niet ontlopen door te stellen dat de overgelegde huurstukken niet aan de waardebeschikking ten grondslag lagen.
- 5Er is geen veroordeling in de proceskosten uitgesproken.
Impactanalyse
Juridische impact
De Hoge Raad bevestigt en breidt de lijn uit HR 27 februari 2026 expliciet uit naar niet-woningen, waardoor gemeenten bij de huurwaardekapitalisatiemethode verplicht zijn huurgegevens en kapitalisatiefactoren te verstrekken op verzoek. Dit schept een heldere en bindende norm voor de omvang van de inzageverplichting in WOZ-procedures voor commercieel vastgoed.
Praktische impact
Eigenaren en gebruikers van commercieel vastgoed (kantoren, winkels, bedrijfspanden) kunnen voortaan met succes afdwingen dat gemeenten de aan de WOZ-waardebeschikking ten grondslag liggende huurgegevens en kapitalisatiefactoren overleggen, wat hun positie in bezwaar en beroep versterkt.
Onderwerp-impact
Voor vastgoedeigenaren en gemeenten die WOZ-waarden van niet-woningen vaststellen via de huurwaardekapitalisatiemethode geldt dat transparantie over de gehanteerde rekenparameters een wettelijke verplichting is, met directe gevolgen voor de procesvoering bij WOZ-geschillen over commercieel vastgoed.
Samenvatting
In deze zaak stond centraal of een gemeente verplicht was om op grond van artikel 40 lid 2 Wet WOZ huurovereenkomsten en huurinlichtingenformulieren te verstrekken aan de eigenaar van een kantoorvilla die de WOZ-waardebeschikking betwistte. Het Hof had geoordeeld dat de heffingsambtenaar deze verplichting had geschonden. De gemeente stelde in cassatie dat de betrokken huurstukken niet ten grondslag lagen aan de vastgestelde waarde en dat de belastingplichtige ook zonder die stukken in staat was de waarde ter discussie te stellen. De Hoge Raad verwerpt beide verweren van de gemeente en verklaart het cassatieberoep van de belastingplichtige gegrond. Allereerst bevestigt de Hoge Raad dat de rechtsnormen die eerder in het arrest van 27 februari 2026 (ECLI:NL:HR:2026:297) zijn geformuleerd over het inzagerecht in WOZ-procedures, ook van toepassing zijn op niet-woningen. Daarmee wordt een lacune gedicht: de wetgeving en eerdere jurisprudentie waren met name toegespitst op woningen. Verder oordeelt de Hoge Raad dat wanneer de heffingsambtenaar voor de waardevaststelling van een niet-woning gebruikmaakt van de huurwaardekapitalisatiemethode, de gehanteerde huurwaarde en kapitalisatiefactor van die onroerende zaak behoren tot de gegevens die aan de waardebeschikking ten grondslag liggen. De heffingsambtenaar kan de inzageverplichting dan niet ontlopen door te betogen dat de overgelegde huurstukken niet relevant zijn. Het argument dat de belastingplichtige ook zonder die gegevens al in staat was de waardebeschikking te betwisten, wordt eveneens verworpen. De Hoge Raad vernietigt de hofuitspraak en bevestigt de uitspraak van de Rechtbank. Dit arrest heeft directe betekenis voor gemeenten en eigenaren van commercieel vastgoed: huurgegevens en kapitalisatiefactoren moeten op verzoek worden verstrekt als ze zijn gebruikt bij de WOZ-waardebepaling.