JurispRadar
ECLI:NL:GHSHE:2026:817Laag28/100

TBS opgelegd na veroordeling poging doodslag

ECLI:NL:GHSHE:2026:817, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 23-02-2026, 20-001634-25

Gerechtshof 's-HertogenboschUitspraak: 23 februari 2026Publicatie: 25 maart 2026
Zaaknummer:20-001634-25
Strafrecht
Materieel strafrecht
Strafprocesrecht
Databescherming
Aansprakelijkheid
Bewijsuitsluiting
Tbs Verpleging
Poging Doodslag
Digitale Opsporing
Huisrecht

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Poging tot doodslag. Mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Kern van de zaak

Een verdachte is door de rechtbank veroordeeld voor poging tot doodslag en een ander strafbaar feit. In hoger beroep bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch voert de verdediging onder meer aan dat bewijs (SD-kaarten met camerabeelden en T-shirts) onrechtmatig is verkregen bij een doorzoeking op 19 december 2023.

Beslissing van de rechter

Op basis van de beschikbare tekst is de volledige beslissing van het hof niet volledig weergegeven; de uitspraak bevat tekstfouten en ontbrekende variabelen. De eerste aanleg resulteerde in een gevangenisstraf van 24 maanden en terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege wegens poging tot doodslag.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak betreft een individuele strafzaak in hoger beroep; de tekst is onvolledig en de beslissende overwegingen van het hof ontbreken, waardoor de juridische impact niet volledig kan worden vastgesteld.

Belangrijkste punten

  • 1Verdediging betwistte rechtmatigheid van inbeslagname SD-kaarten en T-shirts op grond van artikel 12 Grondwet en artikelen 6 en 8 EVRM
  • 2Kernvraag: kwalificeerde het openen van camera's om SD-kaarten te vinden als 'zoekend rondkijken' of als een doorzoeking waarvoor een machtiging van de rechter-commissaris vereist was (art. 126nd/126nf Sv)
  • 3Rechtbank had in eerste aanleg 24 maanden gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging opgelegd
  • 4De uitspraaktekst is onvolledig: beslissende overwegingen van het hof ontbreken door technische fouten in het document
  • 5Naast de straf was ook een vordering benadeelde partij (slachtoffer 1) aan de orde

Impactanalyse

Juridische impact

De zaak raakt aan de grenzen van 'zoekend rondkijken' versus doorzoeking bij digitale opslagmedia in woningen, een relevant vraagstuk voor de rechtmatigheid van bewijsvergaring. Door de onvolledige tekst is de uiteindelijke rechtelijke beslissing over bewijsuitsluiting niet te beoordelen.

Praktische impact

Voor de verdachte staan een gevangenisstraf van 24 maanden en TBS met verpleging op het spel; de uitkomst in hoger beroep is uit de beschikbare tekst niet volledig af te leiden.

Onderwerp-impact

De zaak illustreert de spanning tussen effectieve opsporing van ernstige geweldsdelicten en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer bij het doorzoeken van digitale apparatuur in een woning.

Samenvatting

Deze zaak betreft een hoger beroep bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch tegen een vonnis van de rechtbank, waarbij de verdachte was veroordeeld voor poging tot doodslag en een ander strafbaar feit. De rechtbank had een gevangenisstraf van 24 maanden opgelegd, gecombineerd met de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege. In hoger beroep voerde de verdediging een bewijsuitsluitingsverweer: tijdens een doorzoeking op 19 december 2023 in de woning van een van de slachtoffers werden SD-kaarten uit camera's gehaald en in beslag genomen, samen met T-shirts uit een wasmachine. Volgens de verdediging kon het openen van de camera's om daarin te zoeken naar SD-kaarten niet worden aangemerkt als 'zoekend rondkijken' in de zin van het wetboek van strafvordering. Voor dergelijk onderzoek aan digitale gegevensdragers was een schriftelijke vordering van de officier van justitie én een machtiging van de rechter-commissaris vereist op grond van de artikelen 126nd en 126nf Sv. Nu deze formaliteiten niet in acht waren genomen, was sprake van een schending van artikel 12 van de Grondwet en de artikelen 6 en 8 van het EVRM, aldus de verdediging. De inbreuk op de persoonlijke levenssfeer was onomkeerbaar en kon niet worden gecompenseerd. De volledige reactie van het hof op dit verweer en de definitieve beslissing in hoger beroep zijn door technische fouten in het gepubliceerde document niet beschikbaar. De juridische kern van de zaak — de reikwijdte van bevoegdheden bij het doorzoeken van digitale opslagmedia in woningen — blijft daarmee onbeantwoord op basis van de beschikbare tekst.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 19 mei 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Strafrecht

ECLI:NL:HR:2026:762Laag
Strafrecht
Strafprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:762, Hoge Raad, 19-05-2026, 23/03823

Hoge Raad19 mei 2026Overheid
22/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:759Laag
Strafrecht
Mensenrechten

ECLI:NL:HR:2026:759, Hoge Raad, 19-05-2026, 24/00563

Hoge Raad19 mei 2026HandhavingSchadevergoeding
22/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:760Laag
Strafrecht
Strafprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:760, Hoge Raad, 19-05-2026, 24/00562

Hoge Raad19 mei 2026Overheid
8/100Bekijk
ECLI:NL:RBAMS:2026:4756Laag
Strafrecht
Materieel strafrecht

ECLI:NL:RBAMS:2026:4756, Rechtbank Amsterdam, 18-05-2026, 13/166895-25

Rechtbank Amsterdam18 mei 2026OverheidAansprakelijkheid
22/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied