TBS opgelegd na veroordeling poging doodslag
ECLI:NL:GHSHE:2026:817, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 23-02-2026, 20-001634-25
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Poging tot doodslag. Mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.
Kern van de zaak
Een verdachte is door de rechtbank veroordeeld voor poging tot doodslag en een ander strafbaar feit. In hoger beroep bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch voert de verdediging onder meer aan dat bewijs (SD-kaarten met camerabeelden en T-shirts) onrechtmatig is verkregen bij een doorzoeking op 19 december 2023.
Beslissing van de rechter
Op basis van de beschikbare tekst is de volledige beslissing van het hof niet volledig weergegeven; de uitspraak bevat tekstfouten en ontbrekende variabelen. De eerste aanleg resulteerde in een gevangenisstraf van 24 maanden en terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege wegens poging tot doodslag.
Impactscore
LaagDe uitspraak betreft een individuele strafzaak in hoger beroep; de tekst is onvolledig en de beslissende overwegingen van het hof ontbreken, waardoor de juridische impact niet volledig kan worden vastgesteld.
Belangrijkste punten
- 1Verdediging betwistte rechtmatigheid van inbeslagname SD-kaarten en T-shirts op grond van artikel 12 Grondwet en artikelen 6 en 8 EVRM
- 2Kernvraag: kwalificeerde het openen van camera's om SD-kaarten te vinden als 'zoekend rondkijken' of als een doorzoeking waarvoor een machtiging van de rechter-commissaris vereist was (art. 126nd/126nf Sv)
- 3Rechtbank had in eerste aanleg 24 maanden gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging opgelegd
- 4De uitspraaktekst is onvolledig: beslissende overwegingen van het hof ontbreken door technische fouten in het document
- 5Naast de straf was ook een vordering benadeelde partij (slachtoffer 1) aan de orde
Impactanalyse
Juridische impact
De zaak raakt aan de grenzen van 'zoekend rondkijken' versus doorzoeking bij digitale opslagmedia in woningen, een relevant vraagstuk voor de rechtmatigheid van bewijsvergaring. Door de onvolledige tekst is de uiteindelijke rechtelijke beslissing over bewijsuitsluiting niet te beoordelen.
Praktische impact
Voor de verdachte staan een gevangenisstraf van 24 maanden en TBS met verpleging op het spel; de uitkomst in hoger beroep is uit de beschikbare tekst niet volledig af te leiden.
Onderwerp-impact
De zaak illustreert de spanning tussen effectieve opsporing van ernstige geweldsdelicten en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer bij het doorzoeken van digitale apparatuur in een woning.
Samenvatting
Deze zaak betreft een hoger beroep bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch tegen een vonnis van de rechtbank, waarbij de verdachte was veroordeeld voor poging tot doodslag en een ander strafbaar feit. De rechtbank had een gevangenisstraf van 24 maanden opgelegd, gecombineerd met de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege. In hoger beroep voerde de verdediging een bewijsuitsluitingsverweer: tijdens een doorzoeking op 19 december 2023 in de woning van een van de slachtoffers werden SD-kaarten uit camera's gehaald en in beslag genomen, samen met T-shirts uit een wasmachine. Volgens de verdediging kon het openen van de camera's om daarin te zoeken naar SD-kaarten niet worden aangemerkt als 'zoekend rondkijken' in de zin van het wetboek van strafvordering. Voor dergelijk onderzoek aan digitale gegevensdragers was een schriftelijke vordering van de officier van justitie én een machtiging van de rechter-commissaris vereist op grond van de artikelen 126nd en 126nf Sv. Nu deze formaliteiten niet in acht waren genomen, was sprake van een schending van artikel 12 van de Grondwet en de artikelen 6 en 8 van het EVRM, aldus de verdediging. De inbreuk op de persoonlijke levenssfeer was onomkeerbaar en kon niet worden gecompenseerd. De volledige reactie van het hof op dit verweer en de definitieve beslissing in hoger beroep zijn door technische fouten in het gepubliceerde document niet beschikbaar. De juridische kern van de zaak — de reikwijdte van bevoegdheden bij het doorzoeken van digitale opslagmedia in woningen — blijft daarmee onbeantwoord op basis van de beschikbare tekst.