Hof beoordeelt verhuizing moeder en contactherstel vader-kind
ECLI:NL:GHSHE:2026:619, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 05-03-2026, 200.361.579_01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)De moeder is samen met de minderjarige, zonder overleg en toestemming 150 km van de vader vandaan gaan wonen, hangende een procedure over gezamenlijk gezag en contactherstel. Verhuizing was in strijd met de belangen van de minderjarige en de vader. Belang van de moeder op bestendiging van het verblijf weegt niet zwaarder dan het belang van de vader op terugverhuizing. Het hof acht een terugverhuizing in het belang van de minderjarige. Vernietiging en gelasten terugverhuizing op straffe van een dwangsom.
Kern van de zaak
Een vader vecht in hoger beroep de verhuizing van de moeder met hun minderjarige kind naar een andere woonplaats aan. Sinds juli 2023 is er geen contact meer tussen vader en kind. De vader stelt dat de moeder hem bewust buiten beeld houdt en dat de GI door capaciteitsproblemen zeven maanden lang geen uitvoering kon geven aan de ondertoezichtstelling.
Beslissing van de rechter
Het hof beoordeelt de zaak op grond van artikel 1:253a BW, nu de ouders inmiddels gezamenlijk met het gezag zijn belast. Het hof dient een beslissing te nemen die het in het belang van het kind wenselijk acht, waarbij de verhuizing en het contactherstel centraal staan. De vader heeft zijn verzoek over de begeleide zorgregeling ingetrokken omdat een jeugdbeschermer aan de zaak is verbonden en de GI de regie dient te pakken over contactherstel.
Impactscore
LaagHet betreft een individuele familiezaak in hoger beroep bij een gerechtshof, waarbij bestaande jurisprudentie wordt toegepast zonder nieuwe rechtsvragen te beantwoorden. De feitelijke uitkomst van de zaak is bovendien nog niet volledig uit de beschikbare tekst kenbaar.
Belangrijkste punten
- 1Vader trekt verzoek begeleide zorgregeling in nu GI-begeleiding is gestart en regie contactherstel bij GI ligt
- 2Moeder verhuisde zonder vader te consulteren toen zij nog eenhoofdig gezag had; hof toetst nu onder gezamenlijk gezag op grond van art. 1:253a BW
- 3Hoge Raad-jurisprudentie biedt grondslag om moeder te gelasten terug te verhuizen indien gezamenlijk gezag geldt ten tijde van de hofbeslissing
- 4GI kon zeven maanden niet optreden wegens capaciteitsproblemen, waardoor vader structureel buiten beeld bleef
- 5Vader stelt dat moeder toezeggingen niet nakomt en onduidelijkheid bestaat over hulpverlening waarvoor zij op wachtlijst zou staan
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat artikel 1:253a BW ook een grondslag biedt voor een terugverhuizingsgelast aan de moeder wanneer het gezag gaandeweg de procedure gezamenlijk is geworden, conform vaste Hoge Raad-jurisprudentie. Dit verduidelijkt de rechterlijke bevoegdheid in verhuiszaken waarbij het gezag wijzigt tijdens de procedure.
Praktische impact
De vader heeft kans op contactherstel met het kind via GI-begeleiding, maar de geografische afstand door de verhuizing bemoeilijkt dit aanzienlijk. De moeder riskeert een rechterlijk bevel tot terugverhuizing indien het hof de verhuizing in strijd met het belang van het kind acht.
Onderwerp-impact
In zaken van omgang en gezag bij verhuizing van een ouder onderstreept deze uitspraak het belang van tijdige GI-inzet; capaciteitsproblemen bij de GI kunnen ernstige gevolgen hebben voor het contactherstel tussen ouder en kind.
Samenvatting
In deze hoger-beroepsprocedure bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch staat de verhuizing van een moeder met haar minderjarige kind naar een andere woonplaats centraal, en de vraag of en hoe contactherstel tussen het kind en de vader tot stand kan komen. De ouders hadden een turbulente relatie; de vader stelt dat de moeder is verhuisd om hem buiten beeld te houden en dat er zonder enige noodzaak is verhuisd. Sinds juli 2023 is er geen contact meer tussen vader en kind. De GI kon gedurende zeven maanden geen uitvoering geven aan de lopende ondertoezichtstelling vanwege capaciteitsproblemen, waardoor de moeder in die periode niet werd aangestuurd om de vader zijn ouderlijke rol te laten vervullen. Toen de moeder verhuisde, was zij nog eenhoofdig belast met het gezag, zodat zij de beslissing tot verhuizing formeel mocht nemen. Inmiddels zijn de ouders echter gezamenlijk met het gezag belast, hetgeen de juridische grondslag verandert. Het hof past artikel 1:253a BW toe en dient op basis van vaste Hoge Raad-jurisprudentie een beslissing te nemen die het in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Die jurisprudentie bepaalt dat het hof de moeder kan gelasten terug te verhuizen indien het gezamenlijk gezag ten tijde van de hofbeslissing van kracht is. De vader heeft hangende het hoger beroep zijn verzoek over een begeleide zorgregeling ingetrokken, omdat inmiddels een jeugdbeschermer aan de zaak is verbonden. Hij acht het van belang dat de GI de regie pakt over het contactherstel. De feitelijke uitkomst van het geschil — of het hof de moeder gelast terug te verhuizen dan wel andere maatregelen treft — is uit de beschikbare tekst niet volledig kenbaar, maar het juridisch kader en de centrale afweging zijn helder: het belang van het kind is doorslaggevend bij de beoordeling van de verhuizing en het herstel van contact met de vader.