WOZ-waarde woning Eersel in hoger beroep beoordeeld
ECLI:NL:GHSHE:2026:2258, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 19-08-2026, 23/1906
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)WOZ-beschikking. Methode van indexering leidt tot lineaire waardestijging (een rechte lijn) van de woningen over de jaren 2020 en 2021 (het jaar voor en het jaar na de waardepeildatum). Belanghebbende maakt aannemelijk dat de waardestijging in 2021 veel groter is geweest dan in 2020 en dat de onjuiste indexeringsmethode tot een substantieel te hoge waardering leidt. Hoger beroep gegrond.
Kern van de zaak
Een eigenaar van een vrijstaande woning uit 1971 in Eersel betwist de WOZ-beschikking voor het jaar 2022 die de gemeente heeft vastgesteld. Na ongegrondverklaring van bezwaar en beroep bij de rechtbank Oost-Brabant heeft belanghebbende hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Beslissing van de rechter
De uitspraak is gedaan op 19 augustus 2026, maar de beschikbare tekst bevat onvoldoende informatie over de inhoudelijke beslissing en de doorslaggevende reden. Op basis van de beschikbare tekst kan niet met zekerheid worden vastgesteld of het hoger beroep is toegewezen of afgewezen.
Impactscore
LaagHet betreft een individuele WOZ-zaak op hoger beroepsniveau zonder aanwijzingen voor richtinggevende rechtsvragen; de zaak heeft beperkte precedentwerking buiten de directe partijen.
Belangrijkste punten
- 1Betreft WOZ-waardebepaling van een vrijstaande woning (bouwjaar 1971) in Eersel voor belastingjaar 2022
- 2Woning bestaat uit hoofdbouw van 146 m², twee aanbouwen (20 m² en 11 m²), garage van 31 m² en berging van 41 m²
- 3Bezwaar bij de heffingsambtenaar van gemeente Eersel en beroep bij rechtbank Oost-Brabant werden beide ongegrond verklaard
- 4Hoger beroep ingesteld bij Gerechtshof 's-Hertogenbosch; zitting vond plaats op 23 april 2026
- 5Cassatie is mogelijk: beide partijen kunnen binnen zes weken na verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak betreft de toepassing van de Wet WOZ bij de waardebepaling van een woning; de inhoudelijke juridische overwegingen ontbreken in de beschikbare tekst, waardoor de juridische impact niet volledig kan worden beoordeeld.
Praktische impact
Voor de eigenaar van de woning is het van belang of de vastgestelde WOZ-waarde wordt verlaagd, nu een lagere WOZ-waarde directe gevolgen heeft voor de hoogte van de onroerendezaakbelasting en mogelijk andere heffingen.
Onderwerp-impact
In WOZ-geschillen over vrijstaande woningen speelt de waarderingsmethode een centrale rol; de uitkomst kan van belang zijn voor vergelijkbare bezwaren tegen WOZ-beschikkingen in dezelfde gemeente.
Samenvatting
In deze zaak heeft de eigenaar van een vrijstaande woning uit 1971 in Eersel hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning voor het belastingjaar 2022. De heffingsambtenaar van de gemeente Eersel had de WOZ-beschikking afgegeven en tegelijkertijd de aanslag onroerendezaakbelastingen bekendgemaakt. Na ongegrondverklaring van het bezwaar door de heffingsambtenaar stelde belanghebbende beroep in bij de rechtbank Oost-Brabant, die het beroep eveneens ongegrond verklaarde. Hierop volgde het hoger beroep bij het gerechtshof. De woning betreft een vrijstaand object met een hoofdbouw van 146 m², twee aanbouwen van respectievelijk 20 m² en 11 m², een garage van 31 m² en een berging van 41 m². De zitting bij het hof vond plaats op 23 april 2026, waarbij zowel de gemachtigde van belanghebbende als een vertegenwoordiger van de heffingsambtenaar aanwezig waren. Belanghebbende heeft tijdens de zitting een pleitnota voorgelezen. De uitspraak is gedaan op 19 augustus 2026 door raadsheer B.J. Rubbens. De beschikbare tekst van de uitspraak is echter onvolledig: de inhoudelijke overwegingen en de definitieve beslissing van het hof ontbreken, waardoor niet met zekerheid kan worden vastgesteld of het hoger beroep is toegewezen of afgewezen en welke redenering het hof daartoe heeft gehanteerd. Wel staat vast dat beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie kunnen instellen bij de Hoge Raad. Het betreft een individuele belastingzaak met beperkte bredere juridische impact.