Hogere beroepen premieplicht volksverzekeringen grenswerker ongegrond
ECLI:NL:GHSHE:2026:2182, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 05-08-2026, 25/1357 en 25/1358
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)In 2019 en 2020 woonde belanghebbende in Nederland en ontving hij onder meer een Duitse Altersrente en een Duits ambtenarenpensioen. De inspecteur heeft beide Duitse pensioenen vrijgesteld hoewel Nederland ter zake van het – premievrije - ambtenarenpensioen nationaal- en verdragsrechtelijk exclusief heffingsbevoegd was en ter zake van de Altersrente voor 55,56% omdat voor dat deel de premies aftrekbaar waren. Het hof is daarom van oordeel dat de belastingaanslagen lB/PVV 2019 en 2020 eerder te laag dan te hoog zijn vastgesteld. Belanghebbende heeft geen recht op een schadevergoeding of een dwangsom.
Kern van de zaak
Een in Nederland wonende belastingplichtige met een Duits ambtenarenpensioen betwistte de Nederlandse premies volksverzekeringen over 2019 en 2020. Hij stelde dat zijn premie-inkomen niet correct was vastgesteld en vorderde tevens schadevergoeding en dwangsommen. De zaak betreft de toepassing van de Wet financiering sociale verzekeringen (WFSV) op buitenlandse pensioenen.
Beslissing van de rechter
Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft de hogere beroepen ongegrond verklaard. Het hof oordeelde dat het Duitse ambtenarenpensioen volledig tot het premie-inkomen behoort, waardoor het maximale premie-inkomen in beide jaren werd overschreden en de premies volksverzekeringen niet te hoog waren vastgesteld.
Impactscore
LaagHet betreft een feitelijke toepassing van bestaande wetgeving (WFSV) op een individueel geval zonder nieuwe rechtsvragen; de uitkomst is in lijn met vaste regelgeving en heeft beperkte precedentwerking.
Belangrijkste punten
- 1Het Duitse ambtenarenpensioen behoort op grond van artikel 8 WFSV volledig tot het premie-inkomen voor de volksverzekeringen.
- 2Het premie-inkomen overschreed in 2019 en 2020 het maximum van respectievelijk € 34.300 en € 34.712, waardoor de aanslag niet te hoog was.
- 3Belanghebbende maakte niet aannemelijk dat hij in Duitsland premies volksverzekeringen had betaald.
- 4De belastingrechter is niet bevoegd om de Nederlandse Belastingdienst op te dragen te regelen dat Duitsland vermeend ten onrechte geheven premies restitueert.
- 5Schadevergoeding op grond van artikel 8:73 Awb is niet mogelijk bij ongegrondverklaring; vorderingen op andere grondslag behoren tot de bevoegdheid van de burgerlijke rechter.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat buitenlandse (ambtenarenpensioen-)inkomsten op grond van artikel 8 WFSV volledig meetellen voor het premie-inkomen volksverzekeringen, en dat de belastingrechter geen bevoegdheid heeft om restitutie bij buitenlandse autoriteiten te gelasten.
Praktische impact
In Nederland wonende gepensioneerden met een buitenlands ambtenarenpensioen kunnen worden geconfronteerd met de volledige premieplicht volksverzekeringen in Nederland, zonder dat de belastingrechter kan ingrijpen bij vermeend ten onrechte ingehouden buitenlandse premies.
Onderwerp-impact
Voor grensoverschrijdende gepensioneerden met een Duits ambtenarenpensioen verduidelijkt deze uitspraak dat zij in beginsel het volledige Nederlandse premieregime voor volksverzekeringen ondergaan en voor eventuele buitenlandse geschillen eigen rechtsmiddelen in dat land moeten aanwenden.
Samenvatting
In deze hoger-beroepsprocedure bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch stond centraal de vraag of de premies volksverzekeringen over de jaren 2019 en 2020 voor een in Nederland woonachtige belastingplichtige met een Duits ambtenarenpensioen correct waren vastgesteld. Belanghebbende betwistte dat zijn buitenlandse pensioen volledig tot zijn premie-inkomen moest worden gerekend en stelde bovendien dat hij in Duitsland premies voor sociale verzekeringen had betaald. Daarnaast vorderde hij schadevergoeding wegens financiële en psychosociale schade, alsmede dwangsommen wegens vermeend niet-tijdig beslissen op bezwaar en WOO-verzoeken. Het hof oordeelde dat het Duitse ambtenarenpensioen op grond van artikel 8 van de Wet financiering sociale verzekeringen (WFSV) volledig behoort tot het premie-inkomen. Nu dit inkomen in beide jaren het wettelijke maximum (€ 34.300 in 2019 en € 34.712 in 2020) overschreed, waren de aanslagen niet te hoog vastgesteld. De stelling dat in Duitsland premies waren betaald, werd niet aannemelijk gemaakt. Het verzoek om de Nederlandse Belastingdienst te gelasten restitutie van vermeend ten onrechte geheven Duitse premies te bewerkstelligen, wees het hof af wegens onbevoegdheid: de belastingrechter heeft geen jurisdictie over buitenlandse autoriteiten. De gevorderde schadevergoeding op grond van artikel 8:73 Awb werd afgewezen, omdat deze bepaling alleen van toepassing is bij gegrondverklaring van het beroep. Voor schadevergoeding op andere grondslag verwees het hof naar de burgerlijke rechter. Het verzoek om dwangsommen wegens niet-tijdig beslissen strandde eveneens, nu de inspecteur dit verzoek reeds bij beschikking had afgewezen en niet was gebleken dat daartegen rechtsmiddelen waren aangewend. De hogere beroepen werden volledig ongegrond verklaard.