Explootkosten gemeentelijke belasting terecht in rekening gebracht
ECLI:NL:GHSHE:2026:2076, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 29-07-2026, 24/1309
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Belanghebbende maakt bezwaar tegen de explootkosten van € 18 voor de betekening van een hernieuwd betalingsbevel van openstaande gemeentelijke en/of waterschapsbelastingen 2021. In hoger beroep stelt hij onder meer geen uitnodiging voor de rechtbankzitting en geen aanmaning te hebben ontvangen en betwist dat invordering mag plaatsvinden zolang WOZ-zaken lopen. Het hof heeft geen aanleiding om aan de juistheid van de oproeping, zoals door de rechtbankgriffier is verklaard, te twijfelen. Bovendien is belanghebbende zonder kennisgeving niet verschenen bij de zitting van het hof en heeft hij niet toegelicht welke gevolgen een eventuele schending van het hoorrecht zou moeten hebben. Het hof oordeelt dat de invorderingsambtenaar terecht de explootkosten in rekening kon brengen. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat de ontvangst van de aanmaning redelijkerwijs betwijfeld moet worden; dit strookt ook niet met het feit dat hij tegen de aanmaningskosten heeft geprocedeerd. De overige stellingen zijn onvoldoende onderbouwd. Hoger beroep ongegrond.
Kern van de zaak
Een belastingplichtige betwistte dat hij correct was uitgenodigd voor een rechtbankzitting en stelde dat explootkosten ten onrechte bij hem in rekening waren gebracht. De gemeente had gemeentelijke belastingen opgelegd en invorderingsmaatregelen getroffen. Belanghebbende verscheen noch bij de rechtbank noch bij het hof.
Beslissing van de rechter
Het hof verklaart het beroep ongegrond: de uitnodiging voor de rechtbankzitting is op juiste wijze en tijdig aan belanghebbende bezorgd (aangetekende bezorging bevestigd door PostNL op 5 juni 2024), zodat het hoorrecht niet is geschonden. Over de explootkosten is de beslissing gebaseerd op de toepasselijkheid van de Invorderingswet 1990 en de Kostenwet invordering rijksbelastingen, waarbij een bezwaar- of beroepschrift de betalingsverplichting niet schorst.
Impactscore
LaagDe uitspraak past bestaand recht toe op een individueel geval zonder nieuwe rechtsvragen te beantwoorden of precedent te scheppen; de tekst van de uitspraak is bovendien fragmentarisch en de volledige motivering over de explootkosten ontbreekt.
Belangrijkste punten
- 1Uitnodiging voor zitting aangetekend verzonden en door PostNL bevestigd bezorgd op 5 juni 2024: geen schending van het hoorrecht
- 2Indiening van bezwaar of beroep schorst de invorderbaarheid van een belastingaanslag niet
- 3Explootkosten worden geregeld door de Invorderingswet 1990 en de Kostenwet invordering rijksbelastingen
- 4Belanghebbende verscheen bij geen van beide zittingen en gaf niet aan welke gevolgen schending van het hoorrecht zou moeten hebben
- 5Belastingaanslag is invorderbaar zes weken na dagtekening aanslagbiljet, ongeacht lopende bezwaar- of beroepsprocedure
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de bestaande rechtspraktijk dat aangetekende bezorging, gecombineerd met bevestiging door PostNL, voldoende bewijs oplevert voor correcte uitnodiging en dat bezwaar of beroep de invorderbaarheid van gemeentelijke belastingaanslagen niet schorst. De uitspraak stelt geen nieuw recht maar past bestaande regels toe.
Praktische impact
Belastingplichtigen kunnen zich niet beroepen op niet-ontvangst van een uitnodiging indien aangetekende bezorging door PostNL is bevestigd. Zij dienen gemeentelijke belastingaanslagen te voldoen ook wanneer een bezwaar- of beroepsprocedure loopt, om verdere invorderingskosten zoals explootkosten te voorkomen.
Onderwerp-impact
Voor gemeentelijke overheden bevestigt deze uitspraak dat zij bij aangetekende verzending en bevestigde bezorging rechtsgeldig hebben gehandeld en dat invorderingsmaatregelen inclusief explootkosten in dat geval staande blijven.
Samenvatting
In deze belastingzaak bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch stond centraal of een belastingplichtige (belanghebbende) op juiste wijze was uitgenodigd voor een zitting van de rechtbank en of explootkosten in het kader van de invordering van gemeentelijke belastingen terecht bij hem in rekening waren gebracht. Belanghebbende verscheen niet bij de rechtbankzitting en stelde geen uitnodiging te hebben ontvangen. Hij verscheen evenmin bij de zitting van het hof en liet na te verduidelijken welke gevolgen een eventuele schending van het hoorrecht zou moeten hebben. Het hof oordeelde dat de uitnodiging aangetekend was verzonden naar het door belanghebbende zelf opgegeven adres en dat PostNL de bezorging op 5 juni 2024 had bevestigd. Het hof zag geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van deze informatie en concludeerde dat het hoorrecht niet was geschonden. Ten aanzien van de explootkosten stelde het hof voorop dat de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen plaatsvinden op grond van de Invorderingswet 1990 en de Kostenwet invordering rijksbelastingen. Uit deze regelgeving volgt dat een belastingaanslag invorderbaar is zes weken na de dagtekening van het aanslagbiljet en dat de indiening van een bezwaar- of beroepschrift de betalingsverplichting niet schorst. De volledige motivering over de explootkosten is in de beschikbare tekst fragmentarisch, maar de rechtsgrondslag is helder: omdat de betalingsverplichting doorloopt tijdens een procedure, kunnen invorderingskosten rechtmatig worden opgelegd. De uitspraak is een toepassing van bestaand belastinginvorderingsrecht en stelt geen nieuw recht. Cassatie bij de Hoge Raad is mogelijk binnen zes weken na verzending.