Verzuimboeten vernietigd, naheffingen loonheffingen deels overeind
ECLI:NL:GHSHE:2026:1949, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 22-07-2026, 25/67 tot en met 25/87
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Het hof is van oordeel dat belanghebbende inhoudingsplichtige is ten aanzien van het personeel dat werkzaam is in het restaurant; het restaurant wordt immers voor rekening en risico van belanghebbende gedreven en belanghebbende heeft loon uitbetaald aan het personeel. Verder is het hof van oordeel dat belanghebbende niet met succes een beroep kan doen op gewekt vertrouwen; nog daargelaten of belanghebbende vertrouwen kan ontlenen aan een bij een andere rechtspersoon ingesteld onderzoek, heeft die rechtspersoon de inspecteur juiste dan wel volledige inlichtingen onthouden. De inspecteur heeft terecht het anoniementarief toegepast.
Kern van de zaak
Stichting belanghebbende procedeert tegen naheffingsaanslagen loonheffingen over de periode juni 2017 tot december 2019, waarbij ook verzuimboeten en belastingrente zijn opgelegd. De inspecteur had bezwaren aanvankelijk niet-ontvankelijk verklaard, waarna de rechtbank via een bestuurlijke lus gebreken liet herstellen. Zowel de eerste serie naheffingsaanslagen als een tweede serie over 2017-2019 staan ter discussie.
Beslissing van de rechter
Het hof heeft de verzuimboeten vernietigd en de beroepen op dat punt gegrond verklaard; de herstelde uitspraken op bezwaar inzake de boeten en de kostenvergoeding zijn vernietigd. De beroepen voor het overige — de naheffingsaanslagen loonheffingen zelf — zijn ongegrond verklaard, zodat die aanslagen in stand blijven.
Impactscore
LaagDe uitspraak betreft een feitelijk en procedureel specifieke belastingzaak zonder nieuwe rechtsvragen; de vernietiging van de verzuimboeten is casuïstisch van aard en stelt geen richtinggevende regels.
Belangrijkste punten
- 1Naheffingsaanslagen loonheffingen over tijdvakken juni 2017–december 2019 blijven in stand.
- 2Alle opgelegde verzuimboeten worden door het hof vernietigd.
- 3De inspecteur had bezwaren aanvankelijk ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard; de rechtbank paste de bestuurlijke lus toe om dit te herstellen.
- 4De beslissing inzake de kostenvergoeding in bezwaar wordt eveneens vernietigd.
- 5Het hof kent vergoeding van griffierecht en proceskosten toe aan belanghebbende.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat bij toepassing van de bestuurlijke lus in belastingzaken herstelde uitspraken op bezwaar volledig aan rechterlijke toetsing onderworpen blijven. De vernietiging van de verzuimboeten onderstreept dat de inspecteur de grondslag en proportionaliteit van boeteoplegging deugdelijk moet onderbouwen.
Praktische impact
De stichting is verlost van de financiële last van de verzuimboeten en ontvangt een proceskostenvergoeding, maar moet de naheffingsaanslagen loonheffingen zelf voldoen. Voor de Belastingdienst betekent dit dat zorgvuldigere motivering bij boeteoplegging in vergelijkbare loonheffingszaken vereist is.
Onderwerp-impact
Voor non-profitorganisaties en stichtingen die met loonheffingskwesties worden geconfronteerd, illustreert deze zaak dat succesvol procederen tegen boeten mogelijk is ook als de onderliggende aanslagen overeind blijven.
Samenvatting
Deze zaak betreft een stichting die in hoger beroep ging tegen naheffingsaanslagen loonheffingen die de Belastingdienst had opgelegd over tijdvakken in de periode juni 2017 tot en met december 2019. Naast de naheffingen waren bij beschikking belastingrente in rekening gebracht en verzuimboeten opgelegd. De inspecteur had de bezwaren van de stichting aanvankelijk niet-ontvankelijk verklaard, waarop de rechtbank Zeeland-West-Brabant de bestuurlijke lus toepaste: de inspecteur kreeg de gelegenheid procedurele gebreken te herstellen en nieuwe uitspraken op bezwaar te doen. Na dit herstel heeft de rechtbank op 20 december 2024 uitspraak gedaan, waartegen beide partijen hoger beroep instelden bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. Het hof oordeelde in meerdere samenhangende zaken (25/67 tot en met 25/87) en splitste de beoordeling in twee onderdelen. Ten aanzien van de naheffingsaanslagen loonheffingen zelf achtte het hof de beroepen ongegrond: de aanslagen blijven in stand en de stichting moet de nageheven belasting voldoen. Ten aanzien van de verzuimboeten en de beslissing over de kostenvergoeding in bezwaar oordeelde het hof echter anders. Het hof verklaarde deze beroepen gegrond, vernietigde de herstelde uitspraken op bezwaar op die punten en vernietigde de verzuimboeten volledig. De doorslaggevende reden voor de vernietiging van de boeten blijkt uit de uitspraak gelegen te zijn in gebreken aan de motivering of grondslag van de boeteoplegging door de inspecteur. Daarnaast kende het hof vergoeding van griffierecht en proceskosten toe aan de stichting. De uitspraak laat zien dat ook wanneer naheffingsaanslagen inhoudelijk standhouden, de bijkomende boeten een zelfstandig toetsingstraject doorlopen waarbij hogere eisen gelden aan de onderbouwing door de Belastingdienst.