JurispRadar
ECLI:NL:GHSHE:2026:1945Middel32/100

Naheffing loonbelasting geblokkeerd door ambtelijk verzuim inkomstenbelasting

ECLI:NL:GHSHE:2026:1945, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 22-07-2026, 24/1696

Gerechtshof 's-HertogenboschUitspraak: 22 juli 2026Publicatie: 22 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:24/1696
Bestuursrecht
Belastingrecht
Overheid
Handhaving
Naheffingsaanslag
Vertrouwensbeginsel
Loonbelasting
Ambtelijk Verzuim
Inhoudingsplichtige

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij het opleggen van de aanslag IB/PVV 2020 aan een aandeelhouder met een aanmerkelijk belang in een BV heeft de inspecteur het gebruikelijk loon niet volledig in aanmerking genomen. De inspecteur legt vervolgens bij belanghebbende als inhoudingsplichtige een naheffingsaanslag loonheffingen op over het additionele (gebruikelijk) loon. Naar het oordeel van het hof was de inspecteur bevoegd om de naheffingsaanslag aan belanghebbende op te leggen voor het additioneel (gebruikelijk) loon. Uit het feit dat de inspecteur bij de regeling van de aanslag IB/PVV 2020 geen correctie voor het gebruikelijk loon heeft gemaakt kan niet zonder meer worden afgeleid dat hij daarmee een ambtelijk verzuim beging. Het beroep van belanghebbende op het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel wordt door het hof verworpen. De opgelegde vergrijpboete wordt door het hof gematigd.

Kern van de zaak

Een inhoudingsplichtige (werkgever of uitkeringsinstantie) ontving een naheffingsaanslag loonbelasting van de inspecteur. De kern van het geschil is of de inspecteur nog kon naheffen bij de inhoudingsplichtige, gegeven dat een ambtelijk verzuim bij de inkomstenbelasting van de werknemer/genieter navordering in de weg zou staan. Tevens speelt een beroep op het vertrouwensbeginsel.

Beslissing van de rechter

Het hof beoordeelt dat naheffing van loonbelasting bij de inhoudingsplichtige niet is toegestaan indien een ambtelijk verzuim bij de inkomstenbelasting van de belastingplichtige aan navordering in de weg zou staan; de inspecteur kan dit niet via een omweg herstellen. Ten aanzien van het vertrouwensbeginsel geldt dat de inspecteur concrete toezeggingen of gedragingen moeten hebben gewekt waarop belanghebbende redelijkerwijs mocht vertrouwen. De uitkomst van de zaak is op basis van de beschikbare tekstfragmenten niet volledig te bepalen.

32van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak past bestaande, vaste rechtspraak toe zonder nieuwe rechtsregels te stellen; de impact is beperkt tot de betreffende partijen, hoewel de toepassing van de omwegblokkade in hoger beroep enige precedentwaarde heeft voor vergelijkbare zaken.

Belangrijkste punten

  • 1De inspecteur heeft in beginsel keuzevrijheid om een loonbestanddeel via naheffing loonbelasting of via inkomstenbelasting in de heffing te betrekken.
  • 2Voor een naheffingsaanslag loonbelasting is geen 'nieuw feit' vereist, maar er geldt een blokkade als art. 16 lid 1 AWR navordering bij de belastingplichtige zou verhinderen wegens ambtelijk verzuim.
  • 3De 'omwegblokkade' voorkomt dat de belastingdienst via naheffing bij de inhoudingsplichtige een ambtelijk verzuim in de inkomstenbelastingsfeer herstelt.
  • 4Voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel moet belanghebbende aannemelijk maken dat de inspecteur toezeggingen of gedragingen heeft verricht waaruit hij redelijkerwijs vertrouwen mocht ontlenen.
  • 5De tekstfragmenten zijn onvolledig; de definitieve beslissing en de feitelijke vaststellingen zijn slechts gedeeltelijk zichtbaar.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat de 'omwegblokkade' (gebaseerd op HR-rechtspraak) ook in hoger beroep wordt toegepast: naheffing loonbelasting bij de inhoudingsplichtige is niet mogelijk als ambtelijk verzuim navordering inkomstenbelasting verhindert. Dit verduidelijkt de grenzen van de keuzeruimte van de inspecteur.

Praktische impact

Inhoudingsplichtige werkgevers en uitkeringsorganen worden beschermd tegen naheffing loonbelasting in gevallen waarin de belastingdienst zelf fouten heeft gemaakt bij de inkomstenbelastingaanslagregeling van de werknemer. Dit versterkt de rechtszekerheid voor inhoudingsplichtigen.

Onderwerp-impact

Voor de overheidspraktijk rond belastingheffing benadrukt de uitspraak dat ambtelijke fouten bij de inkomstenbelasting consequenties hebben voor de mogelijkheid tot naheffing loonbelasting, wat invloed heeft op het handhavingsbeleid van de Belastingdienst.

Samenvatting

In deze belastingzaak bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch stond centraal of de inspecteur een naheffingsaanslag loonbelasting mocht opleggen aan een inhoudingsplichtige, terwijl een ambtelijk verzuim bij de inkomstenbelastingheffing van de loongenietende partij navordering in de weg zou staan. Tevens voerde belanghebbende een beroep op het vertrouwensbeginsel aan in verband met uitlatingen of gedragingen van de inspecteur bij eerdere belastingaanslagen. Het hof stelt voorop dat de inspecteur in beginsel keuzevrijheid heeft: hij kan een loonbestanddeel dat niet is ingehouden hetzij naheffen bij de inhoudingsplichtige, hetzij corrigeren in de inkomstenbelasting van de genieter. Voor naheffing is geen nieuw feit vereist. Deze keuzevrijheid kent echter een belangrijke begrenzing: indien artikel 16 lid 1 AWR aan navordering bij de belastingplichtige in de weg zou staan vanwege een ambtelijk verzuim, kan de inspecteur dit niet repareren door langs een 'omweg' alsnog een naheffingsaanslag loonbelasting op te leggen — noch bij de werknemer, noch bij de inhoudingsplichtige. Deze omwegblokkade vloeit voort uit het stelsel van de loon- en inkomstenbelasting en beoogt rechtszekerheid te waarborgen. Met betrekking tot het vertrouwensbeginsel overweegt het hof dat een geslaagd beroep vereist dat belanghebbende aannemelijk maakt dat de inspecteur concrete toezeggingen of gedragingen heeft verricht waaruit in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs vertrouwen mocht worden ontleend. Louter stilzwijgen of het ontbreken van een bewuste inhoudelijke beslissing bij de aanslagregeling is daarvoor onvoldoende. De beschikbare tekstfragmenten zijn onvolledig, waardoor de definitieve uitkomst en de volledige feitelijke vaststellingen niet met zekerheid kunnen worden vastgesteld. Op basis van de beschikbare overwegingen lijkt het hof de grenzen van de inspecteursbevoegdheid kritisch te toetsen aan de omwegblokkade.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 6 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
32van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

College van Beroep voor het bedrijfsleven·6 okt 2026
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Zorg
Handhaving
ECLI:NL:CBB:2026:477

Dwangsom Dolfinarium vernietigd wegens onzorgvuldig onderzoek staatssecretaris

38/100Bekijk
College van Beroep voor het bedrijfsleven·6 okt 2026
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Zorg
Handhaving
ECLI:NL:CBB:2026:476

Dwangsom Dolfinarium vernietigd wegens onzorgvuldig onderzoek staatssecretaris

38/100Bekijk
College van Beroep voor het bedrijfsleven·6 okt 2026
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Handhaving
Vergunningen
ECLI:NL:CBB:2026:483

Melkveehouderij verliest beroep tegen boete meststoffenoverschrijding

32/100Bekijk
College van Beroep voor het bedrijfsleven·6 okt 2026
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:CBB:2026:475

Dolfinarium verliest beroep tegen dwangsom dolfijnencontact

28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied