Navorderingsaanslagen IB/PVV 2018-2020 gedeeltelijk in stand gelaten
ECLI:NL:GHSHE:2026:1943, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 22-07-2026, 24/1453 tot en met 24/1455
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Belanghebbende is aandeelhouder van een BV. De inspecteur heeft navorderingsaanslagen opgelegd, omdat de BV uitdelingen aan belanghebbende heeft gedaan. Het hof oordeelt dat de inspecteur de uitdelingen voor een gedeelte niet aannemelijk heeft gemaakt en daarom worden de navorderingsaanslagen door het hof verminderd. Het beroep van belanghebbende op het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel wordt door het hof verworpen.
Kern van de zaak
Een belastingplichtige heeft hoger beroep ingesteld tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2018, 2019 en 2020, nadat de inspecteur bezwaren ongegrond had verklaard. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen de boetebeschikkingen gegrond maar de overige beroepen ongegrond. Belanghebbende ging hierop in hoger beroep bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Beslissing van de rechter
Het hof heeft uitspraak gedaan op het hoger beroep, waarbij de uitkomst op basis van de beschikbare tekst onvolledig is weergegeven. De rechtbank had eerder de boetebeschikkingen vernietigd maar de navorderingsaanslagen en belastingrente in stand gelaten; de doorslaggevende reden voor de beslissing van het hof is niet kenbaar uit de beschikbare tekst.
Impactscore
LaagHet betreft een individuele belastingzaak zonder aanwijzingen van richtinggevende rechtsvragen; de beschikbare tekst is bovendien onvolledig, waardoor de inhoudelijke motivering en uitkomst niet volledig beoordeeld kunnen worden.
Belangrijkste punten
- 1Navorderingsaanslagen IB/PVV opgelegd over de jaren 2018, 2019 en 2020, met bijbehorende belastingrentebeschikkingen
- 2Over 2019 en 2020 zijn tevens verliezen vastgesteld en vergrijpboetes opgelegd bij beschikking
- 3Rechtbank verklaarde beroepen tegen boetebeschikkingen gegrond, overige beroepen ongegrond
- 4Hoger beroep behandeld door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, meervoudige belastingkamer
- 5Cassatieberoep mogelijk bij de Hoge Raad binnen zes weken na verzending van de uitspraak
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak betreft de toepassing van navorderingsbevoegdheden en vergrijpboetes in de inkomstenbelasting; de inhoudelijke juridische gronden zijn op basis van de beschikbare tekst niet volledig kenbaar. De beslissing heeft betekenis voor de reikwijdte van de navorderingsaanslagen en de rechtmatigheid van de boeteoplegging over meerdere jaren.
Praktische impact
Voor de belastingplichtige betekent de uitkomst dat de navorderingsaanslagen over 2018, 2019 en 2020 mogelijk geheel of gedeeltelijk in stand blijven, met financiële consequenties voor te betalen belasting en rente. De vernietiging van de boetebeschikkingen door de rechtbank biedt enige verlichting, maar de omvang van de definitieve belastingschuld is afhankelijk van de volledige uitspraak van het hof.
Onderwerp-impact
Binnen het belastingrecht bevestigt deze zaak dat navorderingsaanslagen over meerdere jaren gelijktijdig kunnen worden behandeld en dat boetebeschikkingen een zelfstandige toetsing doorstaan die kan leiden tot vernietiging, ook als de navorderingsaanslagen zelf standhouden.
Samenvatting
In deze belastingzaak voor het Gerechtshof 's-Hertogenbosch staat centraal of navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2018, 2019 en 2020 terecht zijn opgelegd aan een belastingplichtige. De inspecteur van de Belastingdienst had over deze drie jaren navorderingsaanslagen opgelegd en belastingrente in rekening gebracht. Voor de jaren 2019 en 2020 zijn daarnaast bij beschikking verliezen vastgesteld en vergrijpboetes opgelegd. Na ongegrondverklaring van de bezwaren heeft de belastingplichtige beroep ingesteld bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant. De rechtbank verklaarde de beroepen gegrond voor zover zij betrekking hadden op de boetebeschikkingen, maar liet de navorderingsaanslagen en belastingrente in stand. De belastingplichtige heeft vervolgens hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. De zitting vond plaats op 13 maart 2026 en de uitspraak is gedaan op 22 juli 2026. De inhoudelijke gronden waarop het hof zijn beslissing baseert, zijn niet volledig kenbaar uit de beschikbare tekst van de uitspraak; de tekst is afgekapt vóór de inhoudelijke overwegingen van het hof. Wel blijkt dat beide partijen cassatieberoep kunnen instellen bij de Hoge Raad binnen zes weken na verzending van de uitspraak. De zaak is gelijktijdig behandeld met een reeks vergelijkbare zaken, wat suggereert dat er mogelijk sprake is van een bredere fiscale kwestie die meerdere belastingplichtigen of jaren betreft. Op basis van de beschikbare informatie kan de definitieve uitkomst van het hoger beroep niet volledig worden vastgesteld.