Hoger beroep belastingplichtige over navorderingsaanslagen IB/PVV ongegrond
ECLI:NL:GHSHE:2026:1942, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 22-07-2026, 24/1449 tot en met 24/1452
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Belanghebbende geeft spinninglessen voor een sportschool en laat de opbrengst toekomen aan een BV waarvan haar kinderen de (middellijke) aandeelhouders zijn. De inspecteur heeft bij belanghebbende een resultaat uit overige werkzaamheden in aanmerking genomen en navorderingsaanslagen opgelegd. Het hof laat de navorderingsaanslagen in stand. Het beroep van belanghebbende op het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel wordt door het hof verworpen.
Kern van de zaak
Een belastingplichtige kreeg navorderingsaanslagen IB/PVV en Zvw opgelegd over 2019 en 2020, vergezeld van boeten en belastingrente. Na ongegrondverklaring van bezwaren (deels) en beroep bij de rechtbank, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Beslissing van de rechter
Op basis van de beschikbare tekst is de uitkomst van het hoger beroep niet volledig weergegeven; de uitspraak is afgebroken vóór de inhoudelijke beslissing van het hof. De rechtbank verklaarde eerder de beroepen grotendeels ongegrond, met uitzondering van het beroep inzake de proceskostenvergoeding.
Impactscore
LaagHet betreft een individuele belastingzaak zonder aanwijzingen van principiële rechtsvragen of precedentwerking; de uitspraaktekst is bovendien onvolledig, waardoor de daadwerkelijke uitkomst en motivering van het hof niet beoordeeld kunnen worden.
Belangrijkste punten
- 1Navorderingsaanslagen IB/PVV en Zvw opgelegd over belastingjaren 2019 en 2020, met bijbehorende boeten en belastingrente.
- 2Bezwaren over 2019 volledig ongegrond verklaard; bezwaren over 2020 en boetebeschikkingen gegrond verklaard door inspecteur.
- 3Rechtbank verklaarde nagenoeg alle beroepen ongegrond; alleen beroep inzake proceskostenvergoeding werd gegrond verklaard.
- 4Belanghebbende heeft hoger beroep ingesteld bij Gerechtshof 's-Hertogenbosch; de volledige inhoudelijke beoordeling door het hof ontbreekt in de aangeleverde tekst.
- 5De uitspraak betreft meerdere samenhangende zaken (zaaksnummers 24/1449 t/m 24/1452) die gezamenlijk worden behandeld.
Impactanalyse
Juridische impact
De zaak betreft de toepassingsvoorwaarden voor navordering en de rechtmatigheid van fiscale boeten, maar de volledige juridische beoordeling door het hof is niet beschikbaar in de aangeleverde tekst.
Praktische impact
Belanghebbende heeft tot op heden geen volledige tegemoetkoming gekregen; slechts de proceskostenvergoeding werd in haar voordeel beslist. De navorderingsaanslagen over 2019 staan daarmee (vooralsnog) onverminderd overeind.
Onderwerp-impact
De zaak raakt de verhouding tussen belastingplichtige en Belastingdienst bij navordering, inclusief de proportionaliteit van opgelegde boeten in de inkomstenbelastingsfeer.
Samenvatting
In deze belastingzaak bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch staat de rechtmatigheid centraal van navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) die de Belastingdienst heeft opgelegd over de jaren 2019 en 2020. Aan de navorderingsaanslagen IB/PVV zijn tevens boetebeschikkingen en belastingrentebeschikkingen gekoppeld. Na bezwaar heeft de inspecteur de aanslagen en boeten over 2020 gegrond verklaard en (deels) verminderd, maar de navorderingsaanslagen over 2019 gehandhaafd. Rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde vervolgens alle beroepen ongegrond, met uitzondering van het beroep dat zag op de toegekende proceskostenvergoeding in de bezwaarfase, welk beroep wél gegrond werd verklaard. Belanghebbende heeft hierop hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, dat de zaak op 13 maart 2026 ter zitting heeft behandeld. De aangeleverde uitspraaktekst is echter afgebroken en bevat niet de inhoudelijke overwegingen en eindbeslissing van het hof. Het is daardoor niet mogelijk om de uiteindelijke uitkomst en de dragende motivering van het gerechtshof te beoordelen. Op basis van de beschikbare informatie kan slechts worden vastgesteld dat de procedure meerdere samenhangende zaken omvat (vier zaaksnummers), dat de kern van het geschil zich toespitst op de navorderingsaanslagen over 2019 en dat de proceskostenkwestie reeds eerder in het voordeel van belanghebbende is beslist. De impactscore is laag ingeschat, omdat het een individuele fiscale procedure betreft zonder kenbare precedentwerking en omdat de uitspraak onvolledig is aangeleverd.