JurispRadar
ECLI:NL:GHSHE:2026:1843Middel38/100

Fiscale eenheid BTW geweigerd: geen financiële verwevenheid stichtingen

ECLI:NL:GHSHE:2026:1843, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 15-07-2026, 24/1245

Gerechtshof 's-HertogenboschUitspraak: 15 juli 2026Publicatie: 15 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:24/1245
Bestuursrecht
Belastingrecht
Zorg
Financiele Dienstverlening
Onderwijs
Fiscale Eenheid
Btw
Financiele Verwevenheid
Stichtingen
Kinderopvang

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Belanghebbende, een stichting op het gebied van primair onderwijs, maakt met de door haar aangevoerde feiten en omstandigheden niet aannemelijk dat sprake is van financiële verwevenheid tussen haar en de andere stichtingen die diensten verlenen in de kinderopvang.

Kern van de zaak

Een onderwijsstichting (belanghebbende) en drie gelieerde stichtingen (kinderopvang/onderwijs) claimden een fiscale eenheid voor de BTW op grond van verwevenheid. De inspecteur weigerde dit. Het geschil draait om de vraag of sprake is van de vereiste financiële verwevenheid.

Beslissing van de rechter

Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch wijst de claim van de fiscale eenheid af: belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van financiële verwevenheid tussen de stichtingen. Personele unie, gezamenlijk bestuur en gedeelde beslissingsbevoegdheid zijn onvoldoende om financiële verwevenheid aan te nemen.

38van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak bevestigt bestaande BTW-jurisprudentie over fiscale eenheden maar is relevant voor de onderwijs- en zorgsector vanwege de specifieke stichtingenstructuur; geen fundamenteel nieuw recht maar wel praktisch richtinggevend voor vergelijkbare gevallen.

Belangrijkste punten

  • 1Financiële verwevenheid is een zelfstandige, afzonderlijk te beoordelen voorwaarde voor een fiscale eenheid BTW, los van organisatorische en economische verwevenheid.
  • 2Een personele unie (dezelfde personen in bestuur en raad van toezicht) levert op zichzelf geen financiële verwevenheid op.
  • 3Gezamenlijke inkoop van diensten (consultancy, ICT, administratie) en gezamenlijke begrotingen op locatieniveau zijn onvoldoende voor financiële verwevenheid.
  • 4Indirecte financiële afhankelijkheid (negatieve reputatie-effecten over en weer) volstaat niet als bewijs van financiële verwevenheid.
  • 5De bewijslast ligt bij belanghebbende; zij is daarin niet geslaagd.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak verduidelijkt dat organisatorische en economische verbanden tussen stichtingen niet automatisch financiële verwevenheid constitueren in de zin van de BTW-fiscale eenheid; elke verwevenheidsvorm moet zelfstandig worden aangetoond. Dit is relevant voor non-profit en semi-publieke sectoren die met meerdere juridische entiteiten werken.

Praktische impact

De betrokken stichtingen kunnen geen gebruik maken van de administratieve en fiscale voordelen van een fiscale eenheid BTW, wat betekent dat onderlinge prestaties mogelijk belast zijn en BTW-correcties kunnen volgen.

Onderwerp-impact

Voor onderwijs- en kinderopvanginstellingen die in gelieerde structuren opereren wordt het moeilijker om een fiscale eenheid te claimen louter op basis van gedeeld bestuur en samenwerking, zonder aantoonbare financiële verwevenheid.

Samenvatting

In deze zaak bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch stond de vraag centraal of een onderwijsstichting samen met drie gelieerde stichtingen – actief op het gebied van kinderopvang en buitenschoolse opvang – een fiscale eenheid voor de omzetbelasting vormde. Belanghebbende betoogde dat de stichtingen organisatorisch, economisch én financieel zo nauw verweven waren dat zij als één fiscale eenheid moesten worden aangemerkt. Als aanknopingspunten wees zij op een gemeenschappelijke doelstelling gericht op integrale kind- en onderwijsontwikkeling, een personele unie in bestuur en raad van toezicht, gedeelde beslissings- en vertegenwoordigingsbevoegdheid, gezamenlijke bankrekeningen, centrale inkoop van consultancy en ICT-diensten, gezamenlijke begrotingen op locatieniveau en wederzijdse financiële afhankelijkheid via reputatie-effecten. Het hof beoordeelt elk van deze argumenten afzonderlijk en concludeert dat belanghebbende de financiële verwevenheid niet aannemelijk heeft gemaakt. De doelstellingen in de statuten van de stichtingen lopen uiteen en zeggen niets over financiële verwevenheid. Een personele unie – dezelfde personen in bestuur en toezicht – is een organisatorisch gegeven dat geen financieel karakter heeft. Gedeelde beslissingsbevoegdheid maakt evenmin aannemelijk dat de stichtingen financieel in elkaar verweven zijn. Ook de gezamenlijke inkoop van diensten en de gezamenlijke locatiebegrotingen worden als onvoldoende beoordeeld. De indirecte financiële afhankelijkheid via reputatie-effecten over en weer is naar het oordeel van het hof te ver verwijderd om financiële verwevenheid te constitueren. De inspecteur wordt in het gelijk gesteld. De uitspraak onderstreept dat de drie verwevenheidsvereisten voor een BTW-fiscale eenheid – organisatorisch, economisch en financieel – elk zelfstandig moeten worden bewezen. Samenwerking en gedeeld bestuur zijn daarvoor onvoldoende. Voor onderwijsinstellingen en zorginstellingen die in gelieerde stichtingenstructuren opereren, benadrukt deze uitspraak het belang van aantoonbare financiële integratie.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 27 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5363Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5363, Raad van State, 09-09-2026, 202504077/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
22/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied