JurispRadar
ECLI:NL:GHSHE:2026:1796Middel35/100

Duits beleggingsfonds krijgt geen teruggaaf Nederlandse dividendbelasting

ECLI:NL:GHSHE:2026:1796, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 08-07-2026, 25/1361 tot en met 25/1365

Gerechtshof 's-HertogenboschUitspraak: 8 juli 2026Publicatie: 8 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:25/1361 tot en met 25/1365
Belastingrecht
Financiele Dienstverlening
Vastgoed
Teruggaaf
Dividendbelasting
Buitenlands Beleggingsfonds
Duitsland
Publikum Sondervermogen

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Dividendbelasting internationaal. Art. 11a Wet op de dividendbelasting 1965. Buitenlandse beleggingsfondsen. Geen recht op teruggaaf van dividendbelasting. Hoger beroep ongegrond.

Kern van de zaak

Een Duits beleggingsfonds (Publikum Sondervermögen) verzocht om teruggaaf van 15% Nederlandse dividendbelasting ingehouden over dividenden uit Nederlandse aandelen voor de jaren 2018-2022. De inspecteur wees de verzoeken af. Na ongegrondverklaring bij de rechtbank stelde het fonds hoger beroep in bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch.

Beslissing van de rechter

Het hoger beroep is ongegrond verklaard; het Duits beleggingsfonds krijgt geen teruggaaf van de ingehouden Nederlandse dividendbelasting. De doorslaggevende reden is vermoedelijk dat het fonds niet voldoet aan de voorwaarden voor teruggaaf onder de Nederlandse dividendbelastingwetgeving, mede gezien het ontbreken van een vaste inrichting en de aard van het fonds als buitenlandse entiteit (de volledige motivering ontbreekt in de beschikbare tekst).

35van 100

Impactscore

Middel

De zaak betreft een relatief specialistisch belastinggeschil over dividendteruggaaf voor buitenlandse beleggingsfondsen, relevant voor een beperkte groep marktpartijen. De impact is beperkt tot het hof-niveau; de volledige motivering ontbreekt in de beschikbare tekst.

Belangrijkste punten

  • 1Belanghebbende is een Duits Publikum Sondervermögen zonder vaste inrichting in Nederland.
  • 2Over dividenden uit Nederlandse aandelen is per saldo 15% dividendbelasting ingehouden voor de jaren 2018-2022.
  • 3Verzoeken om teruggaaf dividendbelasting zijn door de inspecteur afgewezen en het bezwaar is ongegrond verklaard.
  • 4Rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep ongegrond; het hof bevestigt dit oordeel.
  • 5De motivering van het hof is op basis van de beschikbare tekst niet volledig kenbaar; cassatie is nog mogelijk.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat een buitenlands beleggingsfonds zonder vaste inrichting in Nederland niet zonder meer recht heeft op teruggaaf van ingehouden dividendbelasting, al ontbreekt de volledige rechtsoverweging. Cassatie bij de Hoge Raad is nog mogelijk binnen zes weken.

Praktische impact

Het Duits beleggingsfonds ontvangt geen teruggaaf van de ingehouden dividendbelasting over vijf jaar, wat een financieel nadeel oplevert voor de participanten. Vergelijkbare buitenlandse fondsen die dividendbelasting terugvragen worden direct geraakt door deze bevestiging van de afwijzing.

Onderwerp-impact

Voor buitenlandse beleggingsfondsen die investeren in Nederlandse aandelen benadrukt deze uitspraak het belang van het voldoen aan de specifieke Nederlandse teruggaafcriteria voor dividendbelasting, en de risico's van structurele belastingdruk zonder teruggaafmogelijkheid.

Samenvatting

Een in Duitsland gevestigd beleggingsfonds (Publikum Sondervermögen) had voor de boekjaren 2018 tot en met 2022 verzoeken ingediend om teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting. Het fonds bezat in die jaren aandelen in Nederlandse vennootschappen, waarop per saldo 15% dividendbelasting was ingehouden. Het fonds had geen vaste inrichting in Nederland en was hier niet inhoudingsplichtig voor de dividendbelasting. De inspecteur wees de teruggaafverzoeken af en handhaafde die beslissing na bezwaar. Rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep ongegrond, waarna het fonds hoger beroep instelde bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. Het hof heeft bepaald dat de zitting achterwege kon blijven, omdat geen van partijen gebruik wilde maken van het recht om gehoord te worden. Het hof heeft het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Op basis van de beschikbare tekst is de volledige motivering van het hof niet kenbaar, maar de afwijzing sluit aan bij de voorwaarden die de Nederlandse dividendbelastingwetgeving stelt aan teruggaaf voor buitenlandse entiteiten zonder Nederlandse vaste inrichting. De uitspraak is relevant voor buitenlandse beleggingsfondsen die dividenden ontvangen uit Nederlandse vennootschappen en aanspraak maken op teruggaaf van ingehouden dividendbelasting. Beide partijen kunnen binnen zes weken na verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad. De financiële impact voor het fonds en zijn participanten betreft de definitief niet-terugontvangen dividendbelasting over vijf jaar.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 21 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
35van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1454Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1454, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00280

Hoge Raad11 sep 2026OverheidVastgoed
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1467Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1467, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00945

Hoge Raad11 sep 2026OverheidVastgoed
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1465Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1465, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/01140

Hoge Raad11 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1469Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1469, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00999

Hoge Raad11 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
12/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Rechtsgebieden