JurispRadar
ECLI:NL:GHSHE:2026:1459Middel38/100

Drugswinst terecht meegenomen in belastingschatting hof

ECLI:NL:GHSHE:2026:1459, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 03-06-2026, 25/630 tot en met 25/632

Gerechtshof 's-HertogenboschUitspraak: 3 juni 2026Publicatie: 4 juni 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:25/630 tot en met 25/632
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Materieel strafrecht
Overheid
Aansprakelijkheid
Handhaving
Inkomstenbelasting
Omkering Bewijslast
Vermogensvergelijking
Drugszaak
Redelijke Schatting

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

IB/PVV, omkering en verzwaring bewijslast, redelijke schatting, boeten. Belanghebbende stelt dat hij nooit eigenaar is geweest van bij hem aangetroffen drugs. De inspecteur stelt volgens belanghebbende dus ten onrechte dat hij de drugs heeft ingekocht en geld moet hebben verdiend om deze inkoop mogelijk te maken. Het hof is van oordeel dat het opnemen van de inkoopwaarde van de drugs in de schatting van het inkomen niet onredelijk is, ook al staat niet onomstotelijk vast dat belanghebbende daadwerkelijk de eigenaar was. Het hof acht hierbij van belang dat belanghebbende heeft erkend dat hij de drugs voorhanden had, dat de drugs zijn aangetroffen in de door hem gehuurde loods en dat volgens hem geen sprake is van medeplegen met de medeverdachten. Ten aanzien van de boeten is het hof van oordeel dat deze terecht zijn opgelegd. Gelet op de door de inspecteur gemaakte vermogensvergelijking en het voorhanden hebben van hoeveelheden drugs die geenszins passen bij eigen gebruik, staat namelijk buiten redelijke twijfel dat belanghebbende aanzienlijke bedragen aan inkomsten heeft genoten die hij niet in zijn aangiften heeft verantwoord. Naar oordeel van het hof heeft de inspecteur met de vermindering van de boeten naar 40% van de grondslag voldoende rekening gehouden met de omstandigheid dat de aanslagen zijn opgelegd met toepassing van de omgekeerde en verzwaarde bewijslast. Het hof acht daarbij van belang dat grondslag (de verschuldigde belasting) is geschat op basis van diverse concrete, onderbouwde feiten en omstandigheden, en dat de grondslag niet hoger is vastgesteld (bijvoorbeeld door extrapolatie) dan waar deze feiten en omstandigheden aanleiding toe geven.

Kern van de zaak

Een belastingplichtige die drugs voorhanden had in een door hem gehuurde loods wordt door de inspecteur aangeslagen op basis van een vermogensvergelijking waarbij ook de inkoopwaarde van de drugs als inkomen is meegenomen. De belastingplichtige betwist de redelijkheid van deze schatting. De inspecteur had eerder de aanslagen opgelegd met omkering en verzwaring van de bewijslast.

Beslissing van de rechter

Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de schatting van de inspecteur, inclusief de inkoopwaarde van de drugs, niet onredelijk (niet willekeurig) is. Doorslaggevend is dat de belastingplichtige heeft erkend de drugs voorhanden te hebben gehad, de drugs in zijn gehuurde loods zijn aangetroffen en hij ontkent medeplegen, waardoor het vermoeden gerechtvaardigd is dat hij eigenaar was en de financiering uit eigen inkomsten heeft plaatsgevonden.

38van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak past binnen bestaande lijnen over de redelijkheidstoets bij omkering van bewijslast, maar is relevant voor de toepassingspraktijk van belastingaanslagen in drugszaken. Er worden geen nieuwe rechtsnormen gesteld.

Belangrijkste punten

  • 1Bij omkering en verzwaring van de bewijslast moet de inspecteur de schatting feitelijk onderbouwen zodat deze de redelijkheidstoets kan doorstaan.
  • 2De belastingplichtige kan volstaan met een betwisting van de redelijkheid; de toets is niet streng.
  • 3De erkenning van het voorhanden hebben van drugs en het ontkennen van medeplegen rechtvaardigen het vermoeden van eigenaarschap.
  • 4Het opnemen van de inkoopwaarde van drugs in de inkomensschatting is niet onredelijk, ook zonder onomstotelijk bewijs van eigenaarschap.
  • 5De inspecteur heeft bij de beslissing op bezwaar de vermogensvergelijking deels gecorrigeerd (autoverkopen en levensmiddeluitgaven).

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat bij omkering van de bewijslast de inspecteur de inkoopwaarde van in beslag genomen drugs als inkomen mag schatten indien omstandigheden (erkenning bezit, huur loods, ontkenning medeplegen) eigenaarschap aannemelijk maken. De redelijkheidstoets blijft niet-streng.

Praktische impact

Belastingplichtigen die betrokken zijn bij drugszaken kunnen ook in de belastingsfeer worden aangeslagen voor de inkoopwaarde van aangetroffen drugs, zelfs zonder strafrechtelijke veroordeling voor eigendom, wat kan leiden tot forse navorderingsaanslagen en boetes.

Onderwerp-impact

Voor de handhavingspraktijk rond zwart inkomen en vermogensvergelijkingen bevestigt dit vonnis dat criminele winsten en daarmee samenhangende investeringen integraal in de belastingschatting kunnen worden betrokken, ook bij betwisting van eigenaarschap.

Samenvatting

In deze procedure bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch staat de vraag centraal of de inspecteur de inkoopwaarde van in beslag genomen drugs terecht heeft meegenomen in de schatting van het belastbaar inkomen van de belastingplichtige. De belastingplichtige had drugs voorhanden in een door hem gehuurde loods en erkende dit, maar betwistte dat hij de eigenaar was van de drugs. De inspecteur had de aanslagen opgelegd op basis van een vermogensvergelijking, waarbij hij gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid tot omkering en verzwaring van de bewijslast. Bij toepassing van dit instrument moet de inspecteur zijn schatting feitelijk onderbouwen zodat deze niet als willekeurig kan worden aangemerkt. De belastingplichtige kan op zijn beurt volstaan met een betwisting van de redelijkheid; de toets die de rechter aanlegt is niet streng. Het hof overweegt dat de inspecteur de schatting voldoende heeft onderbouwd. Doorslaggevend is de combinatie van feiten: de belastingplichtige heeft erkend de drugs voorhanden te hebben gehad, de drugs zijn aangetroffen in de door hem gehuurde loods en de belastingplichtige heeft zelf ontkend dat sprake is van medeplegen met medeverdachten. Deze omstandigheden rechtvaardigen het vermoeden dat hij de eigenaar was van de drugs en dat de financiering ervan heeft plaatsgevonden met door hem genoten inkomsten. Dat eigenaarschap niet onomstotelijk vaststaat, doet aan de redelijkheid van de schatting niet af. Bij de beslissing op bezwaar heeft de inspecteur de vermogensvergelijking op onderdelen al gecorrigeerd: de opbrengst van twee autoverkopen was ten onrechte als benoemde post opgenomen en de levensmiddelenuitgaven voor 2019 zijn verlaagd vanwege de detentie van de belastingplichtige vanaf 24 april 2019. Het hof bekrachtigt de aanpak van de inspecteur voor het overige. De uitspraak bevestigt de bestaande lijn dat criminele investeringen integraal in een belastingschatting kunnen worden betrokken, ook zonder strafrechtelijk bewijs van eigendom.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 24 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1289Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1289, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/02999

Hoge Raad17 jul 2026OverheidHandhaving
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1296Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1296, Hoge Raad, 17-07-2026, 23/03413

Hoge Raad17 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1305Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1305, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/01917

Hoge Raad17 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1244Hoog
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1244, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/02706

Hoge Raad17 jul 2026OverheidHandhaving
58/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied