Gevangenisstraf gelijk aan voorarrest voor bedreiging
ECLI:NL:GHSHE:2026:1257, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 12-05-2026, 20-003409-24
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.
Kern van de zaak
Een verdachte, eerder veroordeeld voor een soortgelijk feit, werd door de politierechter veroordeeld wegens bedreiging met een misdrijf tegen het leven. Het hof behandelt het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter te Middelburg van 18 december 2024.
Beslissing van de rechter
Het hof legt een gevangenisstraf op waarvan de duur gelijk is aan de reeds ondergane voorarresttijd van 48 dagen. Doorslaggevend zijn de ernst van de bedreiging, het recidiverisico gezien het eerdere soortgelijke strafblad, en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte die positieve ontwikkelingen laten zien.
Impactscore
LaagHet betreft een feitelijke strafoplegging in een individuele strafzaak zonder nieuwe rechtsvragen; de uitkomst is in lijn met gangbare praktijk bij bedreiging met recidive.
Belangrijkste punten
- 1Bewezenverklaard: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht
- 2Verdachte heeft relevant justitieel verleden met eerdere soortgelijke veroordeling
- 3Gevangenisstraf gelijk aan voorarrest (48 dagen), conform vordering advocaat-generaal én verdediging
- 4Positieve persoonlijke omstandigheden: stabiele woning, uitkering, stoppen met alcoholgebruik
- 5Het hof acht een vrijheidsbenemende straf noodzakelijk, maar geen langere dan reeds ondergaan
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de lijn dat bij bedreiging met recidive een vrijheidsbenemende straf geboden is, maar dat positieve gedragsverandering en persoonlijke omstandigheden de strafmaat kunnen beperken tot de reeds ondergane voorarresttijd.
Praktische impact
De verdachte komt na de uitspraak onmiddellijk in vrijheid, nu de opgelegde straf volledig door het voorarrest is uitgezeten; verdere detentie is niet aan de orde.
Onderwerp-impact
De zaak illustreert hoe de strafrechter omgaat met dakloosheid en sociale problematiek als strafverminderende omstandigheid bij een geweldsdelict zoals bedreiging.
Samenvatting
In deze strafzaak in hoger beroep bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch stond een verdachte terecht voor bedreiging met een misdrijf tegen het leven, gepleegd in 2024. De politierechter te Middelburg had hem bij vonnis van 18 december 2024 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 70 dagen, waarvan 22 dagen voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest. In hoger beroep beoordeelde het hof opnieuw de passende straf. Het hof stelde vast dat de verdachte door zijn bedreiging gevoelens van onveiligheid en onbehagen had veroorzaakt bij het slachtoffer. Uit het uittreksel Justitiële Documentatie bleek bovendien dat de verdachte eerder onherroepelijk was veroordeeld voor een soortgelijk feit, wat het hof hem aanrekende. Tegelijkertijd nam het hof de persoonlijke omstandigheden van de verdachte mee in zijn oordeel. De verdachte had drie jaar dakloos geleefd, wat volgens hem grote invloed had gehad op zijn gedrag en houding. Ten tijde van de zitting had hij een woning toegewezen gekregen, ontving hij een uitkering en was hij gestopt met alcoholgebruik — ontwikkelingen die het hof positief waardeerde. Het hof oordeelde dat niet kon worden volstaan met een andere sanctie dan een vrijheidsbenemende straf, maar achtte — in lijn met zowel de verdediging als de advocaat-generaal — een gevangenisstraf gelijk aan de reeds ondergane voorarresttijd van 48 dagen passend en geboden. De verdachte was daarmee zijn straf al volledig uitgezeten. De beslissing op de vorderingen tot tenuitvoerlegging van eerder opgelegde voorwaardelijke straffen maakte eveneens deel uit van het vonnis. De uitspraak is een toepasselijk voorbeeld van straftoemeting waarbij rechtshandhaving en resocialisatie worden afgewogen.