Dubbele toeristenbelastingaanslag voor zelfde belastingjaar vernietigd
ECLI:NL:GHSHE:2026:1078, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 22-04-2026, 24/464
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Twee afzonderlijke aanslagen toeristenbelasting voor hetzelfde belastingjaar. Aan belanghebbende kan maar eenmaal een primitieve aanslag worden opgelegd. De uitzondering op de hoofdregel dat sprake is van verschillende grondslagen doet zich in dit geval niet voor.
Kern van de zaak
Een belastingplichtige ontving twee aanslagen toeristenbelasting van dezelfde gemeente voor hetzelfde adres, hetzelfde belastingjaar (2018) en dezelfde grondslag (€1,10 per overnachting). De eerste aanslag betrof 16.767 overnachtingen, de tweede 74.245 overnachtingen. Belanghebbende bestreed de tweede aanslag wegens dubbele heffing.
Beslissing van de rechter
Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft vastgesteld dat beide aanslagen betrekking hebben op hetzelfde belastbare feit, dezelfde belastingplichtige, hetzelfde belastingobject en hetzelfde belastingjaar. De doorslaggevende reden is dat er sprake is van een ongeoorloofde dubbele aanslag, waarbij de tweede aanslag van 30 november 2020 in strijd is met het beginsel dat voor hetzelfde belastbare feit slechts eenmaal kan worden geheven.
Impactscore
MiddelDe uitspraak heeft praktische betekenis voor gemeenten en exploitanten in de verblijfssector, maar betreft een toepassing van bestaande beginselen (verbod op dubbele heffing) zonder fundamenteel nieuwe rechtsregels te stellen. De beperkte beschikbaarheid van de volledige uitspraakoverwegingen noodzaakt enige voorzichtigheid bij de beoordeling.
Belangrijkste punten
- 1Twee aanslagen toeristenbelasting opgelegd voor hetzelfde adres, belastingjaar 2018 en tarief €1,10 per overnachting
- 2Eerste aanslag (25 mei 2019): 16.767 overnachtingen; tweede aanslag (30 november 2020): 74.245 overnachtingen
- 3Beide aanslagen zijn gebaseerd op dezelfde gemeentelijke Verordening toeristenbelasting
- 4Het belastbaar feit is identiek: verblijf met overnachting tegen vergoeding op hetzelfde belastingobject
- 5Dubbele heffing over hetzelfde belastbare feit is in strijd met de belastingwetgeving
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat gemeenten niet tweemaal een aanslag toeristenbelasting mogen opleggen voor hetzelfde belastbare feit, dezelfde periode en hetzelfde object, zelfs niet als de aantallen overnachtingen per aanslag verschillen. Dit begrenst de bevoegdheid van gemeenten tot het opleggen van navorderingsaanslagen of aanvullende aanslagen buiten de daarvoor geldende wettelijke kaders.
Praktische impact
Voor belastingplichtigen die gelegenheid bieden tot verblijf (zoals hotels of platforms) betekent dit dat zij beschermd zijn tegen dubbele aanslagen voor hetzelfde jaar en object. Gemeenten dienen bij correcties gebruik te maken van de wettelijke naorderingsmogelijkheden in plaats van een nieuwe aanslag op te leggen.
Onderwerp-impact
Voor de toerisme- en verblijfssector verduidelijkt deze uitspraak dat gemeentelijke handhaving van toeristenbelasting procedureel correct moet verlopen en dat aanvullende heffingen over reeds belaste overnachtingen niet zijn toegestaan zonder wettelijke grondslag voor navordering.
Samenvatting
In deze belastingzaak voor het Gerechtshof 's-Hertogenbosch stond centraal of een gemeente twee afzonderlijke aanslagen toeristenbelasting mag opleggen aan dezelfde belastingplichtige voor hetzelfde belastingjaar, hetzelfde adres en hetzelfde tarief. De belanghebbende – een partij die op een specifiek adres in de gemeente gelegenheid bood tot verblijf met overnachting – ontving eerst op 25 mei 2019 een aanslag voor 16.767 overnachtingen over het belastingjaar 2018, gebaseerd op de gemeentelijke Verordening toeristenbelasting met een tarief van €1,10 per overnachting. Vervolgens ontving zij op 30 november 2020 een tweede aanslag voor 74.245 overnachtingen over datzelfde belastingjaar en hetzelfde adres, eveneens naar het tarief van €1,10 per overnachting. De juridische vraag was of deze tweede aanslag rechtmatig was, of dat er sprake was van een ontoelaatbare dubbele heffing voor hetzelfde belastbare feit. Het hof stelde vast dat beide aanslagen betrekking hebben op hetzelfde belastbare feit – het bieden van gelegenheid tot verblijf met overnachting tegen vergoeding – aan dezelfde belastingplichtige, over hetzelfde belastingjaar (1 januari 2018 tot en met 31 december 2018), voor hetzelfde belastingobject en naar dezelfde maatstaf van heffing. Gelet op deze volledige identiteit van de aanslagen concludeerde het hof dat de tweede aanslag een ongeoorloofde dubbele heffing vormt. Het geldende belastingrecht verzet zich ertegen dat voor één en hetzelfde belastbare feit tweemaal een aanslag wordt opgelegd zonder dat daarvoor een wettelijke grondslag voor navordering bestaat. De uitspraak is op 22 april 2026 in het openbaar uitgesproken. Partijen kunnen binnen zes weken beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad.