JurispRadar
ECLI:NL:GHSHE:2026:1076Middel38/100

Ontvanger bewijsplichtig bij uitstel betaling belastingschuld

ECLI:NL:GHSHE:2026:1076, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 22-04-2026, 24/1049

Gerechtshof 's-HertogenboschUitspraak: 22 april 2026Publicatie: 22 april 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:24/1049
Aansprakelijkheidsrecht
Belastingrecht
Bestuurdersaansprakelijkheid
Incasso
Overheid
Betalingsuitstel
Aansprakelijkheid Derde
Bewijslast Ontvanger
Zekerheidsstelling
Belastingschuld

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Artikel 34 Invorderingswet 1990, aansprakelijkheid voor onbetaald gelaten naheffingsaanslagen omzetbelasting en loonheffingen. Belanghebbende is een transportbedrijf en maakt gebruik van een uitlener voor het inlenen van personeel. Belanghebbende is aansprakelijk gesteld voor onbetaald gelaten naheffingsaanslagen omzetbelasting en loonheffingen ten name van de uitlener. Het hof oordeelt dat de ontvanger zodanig onzorgvuldig heeft gehandeld dat hij de bevoegdheid heeft verloren om belanghebbende aansprakelijk te stellen (Hoge Raad 11 mei 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW5398).

Kern van de zaak

Een belastingplichtige derde werd aansprakelijk gesteld voor een belastingschuld. De vraag was of de ontvanger uitstel van betaling aan de belastingschuldige had verleend zonder voldoende zekerheid te verlangen, en of dit de aansprakelijkheid van de derde beperkt.

Beslissing van de rechter

Het hof oordeelt dat de ontvanger bij het verlenen van betalingsuitstel rekening moet houden met de belangen van aansprakelijke derden en niet met minder zekerheid genoegen mag nemen dan zonder de aansprakelijkheidsmogelijkheid. De bewijslast dat de belastingschuldige geen zekerheid kon bieden, rust op de ontvanger.

38van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak bevestigt en concretiseert bestaande rechtsprincipes rondom de zorgvuldigheidsplicht van de ontvanger en de bewijslastverdeling, maar stelt geen fundamenteel nieuw recht. De impact is praktisch relevant voor aansprakelijkheidsprocedures in belastingzaken.

Belangrijkste punten

  • 1De ontvanger dient bij uitstel van betaling zekerheid te verlangen die hij ook zonder aansprakelijkheidsmogelijkheid jegens derden zou hebben gevraagd.
  • 2Indien uitstel is verleend zonder voldoende zekerheid, kan de aansprakelijke derde niet volledig worden aangesproken voor het deel waarvoor zekerheid had kunnen worden verschaft.
  • 3De bewijslast dat de belastingschuldige geen (voldoende) zekerheid kon bieden, ligt bij de ontvanger.
  • 4Zorgvuldig gebruik van beleidsvrijheid vereist dat de ontvanger rekening houdt met de belangen van wettelijk aansprakelijke derden.
  • 5Cassatieberoep bij de Hoge Raad is mogelijk binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Impactanalyse

Juridische impact

Deze uitspraak verduidelijkt de verdeling van de bewijslast bij aansprakelijkstelling van derden voor belastingschulden en stelt grenzen aan de beleidsvrijheid van de ontvanger bij het verlenen van uitstel van betaling. Het biedt een concrete toets voor de zorgvuldigheidsplicht van de ontvanger jegens aansprakelijke derden.

Praktische impact

Aansprakelijk gestelde derden (zoals bestuurders) kunnen zich verweren door te stellen dat de ontvanger onvoldoende zekerheid heeft bedongen bij uitstel van betaling aan de belastingschuldige vennootschap. De ontvanger zal actief moeten bewijzen dat de belastingschuldige geen zekerheid kon verschaffen.

Onderwerp-impact

Voor bestuurders en andere wettelijk aansprakelijke derden biedt deze uitspraak een relevant verweer bij aansprakelijkstellingen voor onbetaalde belastingschulden van vennootschappen.

Samenvatting

In deze zaak voor het Gerechtshof 's-Hertogenbosch staat de aansprakelijkheid van een derde voor een belastingschuld centraal. De kernvraag is of de Belastingdienst (de ontvanger) bij het verlenen van uitstel van betaling aan de belastingschuldige vennootschap voldoende zekerheid heeft gevraagd, en wat de gevolgen zijn voor de aansprakelijkheid van de derde indien dat niet is gebeurd. Het hof formuleert een duidelijke norm: de ontvanger dient bij het verlenen van betalingsuitstel zorgvuldig gebruik te maken van zijn beleidsvrijheid en daarbij de belangen van wettelijk aansprakelijke derden mee te wegen. Concreet betekent dit dat de ontvanger niet met minder zekerheid mag genoegen nemen dan hij zou hebben gevraagd als de wettelijke mogelijkheid om derden aansprakelijk te stellen niet had bestaan. De ratio hierachter is dat de aansprakelijkheidsregeling niet mag worden gebruikt om onzorgvuldig handelen van de ontvanger te compenseren ten laste van derden. Wanneer de ontvanger in strijd met deze norm uitstel heeft verleend zonder toereikende zekerheid te bedingen, kan hij de aansprakelijke derde niet aanspreken voor het deel waarvoor de vennootschap zekerheid had kunnen verschaffen. De bewijslast hierover ligt bij de ontvanger: hij zal moeten aantonen dat, en in hoeverre, de belastingschuldige geen zekerheid kon bieden. Deze uitspraak is relevant voor de praktijk van bestuurdersaansprakelijkheid en aanverwante aansprakelijkheidsgronden in het belastingrecht. Zij biedt aansprakelijk gestelde derden een concreet verweer en verplicht de ontvanger tot actief bewijs over de zekerheidspositie van de belastingschuldige. Beide partijen kunnen binnen zes weken cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 19 mei 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Aansprakelijkheidsrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2083Middel
Aansprakelijkheidsrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2083, Gerechtshof Den Haag, 30-06-2026, 200.332.838/01

Gerechtshof Den Haag30 jun 2026TransportAansprakelijkheid
38/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:1885Laag
Aansprakelijkheidsrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHDHA:2026:1885, Gerechtshof Den Haag, 09-06-2026, 200.346.852/01

Gerechtshof Den Haag9 jun 2026AansprakelijkheidSchadevergoeding
18/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:1866Laag
Aansprakelijkheidsrecht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:1866, Gerechtshof Den Haag, 19-05-2026, 200.286.748/02

Gerechtshof Den Haag19 mei 2026Financiele DienstverleningAansprakelijkheid
28/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:391Laag
Bestuursrecht
Aansprakelijkheidsrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:391, Gerechtshof Den Haag, 24-03-2026, 200.333.996/01

Gerechtshof Den Haag24 mrt 2026HandhavingSchadevergoeding
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied