JurispRadar
ECLI:NL:GHSHE:2026:1058Laag28/100

Verdachte veroordeeld voor smaadschrift jegens ex-partner

ECLI:NL:GHSHE:2026:1058, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 17-04-2026, 20-002503-25

Gerechtshof 's-HertogenboschUitspraak: 17 april 2026Publicatie: 20 april 2026
Zaaknummer:20-002503-25
Strafrecht
Materieel strafrecht
Auteursrecht
Media
Aansprakelijkheid
Smaadschrift
Ruchtbaarheidsvereiste
Plagiaat
Proefschrift
Uitgeverij

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Smaadschrift ex-partner.

Kern van de zaak

Een verdachte stuurde e-mails naar twee uitgeverijen met de beschuldiging dat zijn ex-partner zonder toestemming stukken uit zijn proefschrift had overgenomen in haar proefschrift. De ex-partner deed aangifte van smaadschrift. Het hof beoordeelde of aan het ruchtbaarheidsvereiste van artikel 261 Sr was voldaan.

Beslissing van de rechter

Het hof verklaart smaadschrift (feit 1) bewezen en acht de verdachte strafbaar. De doorslaggevende reden is dat van een uitgeverij, gelet op de zakelijke band met haar auteurs, verwacht mag worden dat zij vertrouwelijk omgaat met ontvangen informatie over auteurs, zodat het ruchtbaarheidsvereiste niet is vervuld voor feit 2, maar feit 1 wel bewezen is verklaard.

28van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een hofarrest dat bestaande Hoge Raad-jurisprudentie toepast op een casuïstische situatie; de uitspraak stelt geen nieuwe rechtsregels maar past bekende criteria toe op een specifieke feitelijke context.

Belangrijkste punten

  • 1Voor smaadschrift (art. 261 Sr) is vereist dat de verdachte het kennelijke doel had ruchtbaarheid te geven aan de smadelijke mededeling.
  • 2Ruchtbaarheid geven betekent het ter kennis brengen van een bredere kring van betrekkelijk willekeurige derden.
  • 3Een mededeling aan één persoon kan voldoende zijn indien voorzienbaar is dat zij zal worden doorverteld, mits er geen contra-indicaties zijn.
  • 4Een uitgeverij wordt, wegens de zakelijke band met haar auteurs, geacht vertrouwelijk om te gaan met informatie over die auteurs; dit vormt een contra-indicatie voor het ruchtbaarheidsvereiste bij feit 2.
  • 5Het ontbreken van het e-mailbericht in het dossier doet niet af aan de bewezenverklaring, nu de verdachte zelf het verzenden heeft bevestigd.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak verduidelijkt de toepassing van het ruchtbaarheidsvereiste bij smaadschrift wanneer mededelingen worden gedaan aan professionele partijen met een vertrouwelijkheidsrelatie, in lijn met HR 13 december 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2848). Dit biedt een concrete maatstaf voor toekomstige zaken waarbij smadelijke berichten naar zakelijke instanties worden gestuurd.

Praktische impact

Slachtoffers van smaadschrift via zakelijke kanalen (zoals uitgeverijen of werkgevers) kunnen mogelijk minder gemakkelijk een veroordeling bewerkstelligen indien de ontvanger een vertrouwelijkheidsverhouding heeft. Omgekeerd kunnen verdachten die smadelijke berichten sturen naar bredere of publieke kanalen rekenen op een strengere beoordeling.

Onderwerp-impact

In de academische en uitgeverswereld onderstreept deze uitspraak dat communicatie over vermeend plagiaat of schending van intellectueel eigendom via zakelijke kanalen strafrechtelijke risico's met zich mee kan brengen, maar dat het vertrouwelijke karakter van de ontvanger bepalend is voor de strafbaarheid.

Samenvatting

In deze zaak stond centraal of een verdachte zich schuldig had gemaakt aan smaadschrift door e-mails te sturen naar twee uitgeverijen met de beschuldiging dat zijn ex-partner zonder zijn toestemming passages uit zijn proefschrift had overgenomen in haar eigen proefschrift. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch moest onder meer beoordelen of was voldaan aan het zogenoemde ruchtbaarheidsvereiste van artikel 261 van het Wetboek van Strafrecht, dat vereist dat de verdachte het kennelijke doel had zijn mededeling ter kennis van het publiek te brengen. Het hof bracht in herinnering dat 'publiek' een bredere kring van betrekkelijk willekeurige derden impliceert, en dat ook een mededeling aan één persoon voldoende kan zijn wanneer te verwachten valt dat deze wordt doorverteld — mits er geen contra-indicaties zijn. Ten aanzien van feit 2 oordeelde het hof dat een uitgeverij, mede gelet op de zakelijke vertrouwensband met haar auteurs, geacht mag worden vertrouwelijk om te gaan met informatie die zij over een auteur ontvangt. Dit vormt een relevante contra-indicatie, zodat het ruchtbaarheidsvereiste voor dat feit niet was vervuld. Voor feit 1 werd smaadschrift wél bewezen verklaard. Dat het bewuste e-mailbericht niet meer in het dossier aanwezig was, deed aan de bewezenverklaring niet af, nu de verdachte het verzenden ervan ter zitting zelf had bevestigd. Het hof verklaarde de verdachte strafbaar en kwalificeerde het bewezenverklaarde als smaadschrift. De uitspraak sluit aan bij de lijn van de Hoge Raad (HR 13 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2848) en benadrukt dat de aard van de ontvanger en diens verwachte omgang met informatie cruciaal zijn bij de beoordeling van het ruchtbaarheidsvereiste in smaadzaken.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 19 mei 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Strafrecht

ECLI:NL:HR:2026:762Laag
Strafrecht
Strafprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:762, Hoge Raad, 19-05-2026, 23/03823

Hoge Raad19 mei 2026Overheid
22/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:759Laag
Strafrecht
Mensenrechten

ECLI:NL:HR:2026:759, Hoge Raad, 19-05-2026, 24/00563

Hoge Raad19 mei 2026HandhavingSchadevergoeding
22/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:760Laag
Strafrecht
Strafprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:760, Hoge Raad, 19-05-2026, 24/00562

Hoge Raad19 mei 2026Overheid
8/100Bekijk
ECLI:NL:RBAMS:2026:4756Laag
Strafrecht
Materieel strafrecht

ECLI:NL:RBAMS:2026:4756, Rechtbank Amsterdam, 18-05-2026, 13/166895-25

Rechtbank Amsterdam18 mei 2026OverheidAansprakelijkheid
22/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied