Hof legt ontnemingsmaatregel op bij hennepkwekerij
ECLI:NL:GHSHE:2025:3773, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 25-09-2025, 20-000633-24
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na hennepkwekerij. Ontvankelijkheid Openbaar Ministerie en de overschrijding van de redelijke termijn
Kern van de zaak
Een verdachte is door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch berecht in verband met het exploiteren van een hennepkwekerij. De zaak betreft naast de strafoplegging ook een ontnemingsvordering waarbij het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt vastgesteld. Tevens speelde de vraag of tijdsverloop en schendingen van verdedigingsrechten consequenties moesten hebben voor de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.
Beslissing van de rechter
Het hof heeft de ontnemingsmaatregel opgelegd en het te ontnemen bedrag vastgesteld op 1080 dagen (vervangende hechtenis), waarbij aftrek is toegepast voor onder meer afschrijvingskosten, huisvestingskosten en mislukte oogsten. Het hof oordeelde voorts dat schendingen van verdedigingsrechten buiten het bereik van artikel 359a Sv niet leiden tot niet-ontvankelijkheid van het OM, tenzij sprake is van een uitzonderlijk ernstige schending die een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM onmogelijk maakt.
Impactscore
LaagDe uitspraak past bestaande Hoge Raad-jurisprudentie toe zonder nieuwe rechtsnormen te stellen; de ontnemingsbeslissing is casuïstisch van aard en heeft beperkte precedentwerking buiten de individuele zaak.
Belangrijkste punten
- 1Schendingen van verdedigingsrechten buiten artikel 359a Sv leiden niet tot niet-ontvankelijkheid OM, behoudens uitzonderlijke gevallen waarbij artikel 6 EVRM wordt geschonden
- 2Artikel 359a Sv strekt niet tot waarborging van verdedigingsrechten zoals het ondervragen van getuigen, maar tot voortvarende afhandeling van strafzaken
- 3Tijdsverloop kan bij bewijsvergaring en -waardering worden meegewogen; bij spanning met 'fairness of the proceedings as a whole' kan vrijspraak volgen (HR 22 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1413)
- 4Bij de ontnemingsberekening zijn diverse kostenposten in aftrek gebracht: afschrijvingskosten, hennepstekken, variabele kosten, knippers en huisvestingskosten
- 5Het hof houdt rekening met mislukte oogsten (12 stuks) en de groei van de kwekerij bij het berekenen van het gemiddelde wederrechtelijk verkregen voordeel
Impactanalyse
Juridische impact
Het hof past de door de Hoge Raad in 2024 geformuleerde uitgangspunten toe over de reikwijdte van artikel 359a Sv en de gevolgen van tijdsverloop op verdedigingsrechten, wat richting geeft aan de toepassing van deze rechtsnormen in appelprocedures. De uitspraak bevestigt dat niet-ontvankelijkheid van het OM een uiterst middel blijft bij schendingen van verdedigingsrechten buiten artikel 359a Sv.
Praktische impact
Voor de verdachte betekent de uitspraak dat verweren gebaseerd op schending van verdedigingsrechten en tijdsverloop niet hebben geleid tot niet-ontvankelijkheid van het OM of vrijspraak, en dat een ontnemingsmaatregel wordt opgelegd waarbij wel rekening is gehouden met aftrekposten zoals mislukte oogsten en exploitatiekosten.
Onderwerp-impact
In hennepzaken met langdurige opsporingstrajecten wordt bevestigd dat tijdsverloop weliswaar kan meewegen bij de bewijswaardering, maar dat het enkel aantonen van procedurele complicaties onvoldoende is voor niet-ontvankelijkheid; de ontnemingspraktijk toont dat rechters gedetailleerd rekening houden met werkelijke exploitatiekosten.
Samenvatting
In deze strafzaak bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch stond een verdachte terecht in verband met het exploiteren van een hennepkwekerij. Naast de hoofdzaak speelde een ontnemingsvordering op grond van artikel 36e Sr, waarbij het wederrechtelijk verkregen voordeel moest worden vastgesteld. De verdediging voerde onder meer aan dat tijdsverloop en schendingen van verdedigingsrechten gevolgen zouden moeten hebben voor de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. Het hof verwierp dit verweer met verwijzing naar de door de Hoge Raad ontwikkelde rechtspraak. Artikel 359a Sv strekt uitsluitend tot het bevorderen van een voortvarende afhandeling van strafzaken en beoogt niet de verdedigingsrechten van de verdachte — zoals het recht getuigen te ondervragen — te waarborgen. Schendingen van verdedigingsrechten die buiten het bereik van dat artikel vallen, kunnen slechts in uitzonderlijke gevallen leiden tot niet-ontvankelijkheid van het OM, namelijk wanneer de schending zo ernstig is dat een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM niet meer mogelijk is. Van een dergelijke situatie was geen sprake. Voorts paste het hof de leer toe uit het arrest van de Hoge Raad van 22 oktober 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1413): indien onevenredig tijdsverloop een complicatie vormt bij de bewijsvergaring of -waardering en de bewijsvoering op gespannen voet zou komen met de 'fairness of the proceedings as a whole', kan de rechter de verdachte vrijspreken. Ook hier was dat niet aan de orde. Bij de ontnemingsberekening hield het hof rekening met meerdere aftrekposten: afschrijvingskosten, kosten voor hennepstekken, variabele kosten en knippers (€ 30.178,43), alsmede huisvestingskosten en correcties voor mislukte oogsten. Gelet op 12 mislukte oogsten en de groei van de kwekerij werd gerekend met een gemiddeld aantal planten van 300. De vervangende hechtenis bij niet-betaling werd bepaald op 1080 dagen.