JurispRadar
ECLI:NL:GHSHE:2025:2686Laag22/100

Man eist overwaarde woning terug van vrouw na scheiding van tafel en bed

ECLI:NL:GHSHE:2025:2686, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 30-09-2025, 200.347.543_01

Gerechtshof 's-HertogenboschUitspraak: 30 september 2025Publicatie: 30 september 2025
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:200.347.543_01
Goederenrecht
Personen- en familierecht
Arbeidsrelaties
Vastgoed
Huwelijksgemeenschap
Overwaarde Woning
Scheiding Van Tafel En Bed
Verdeling
Eigendom

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Is tussen partijen een afspraak gemaakt over de verdeling van de overwaarde van de woning?

Kern van de zaak

Partijen zijn in 1983 gehuwd in algehele gemeenschap van goederen. In 1993 volgde een scheiding van tafel en bed. De man kocht in 2001 een woning op eigen naam en financierde deze met een hypotheek op zijn naam. Bij verkoop in 2022 betaalde de notaris de overwaarde van €73.776,71 bij helfte uit aan beide partijen; de man vordert de aan de vrouw uitbetaalde helft terug.

Beslissing van de rechter

De uitspraak is onvolledig aangeleverd; de definitieve beslissing van het hof kan niet worden vastgesteld. Op basis van de beschikbare tekst is enkel de feitelijke achtergrond en de vordering van de man in eerste aanleg weergegeven, zonder uitkomst in hoger beroep.

22van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een feitelijk veelvoorkomend geschil over verdeling van een woning in een familiezaak; de uitspraak heeft beperkte precedentwerking en de inhoudelijke beslissing ontbreekt in de aangeleverde tekst.

Belangrijkste punten

  • 1Partijen huwden in 1983 in algehele gemeenschap van goederen; scheiding van tafel en bed werd in 1993 ingeschreven.
  • 2De woning werd in 2001 uitsluitend op naam van de man gekocht en gefinancierd, na ontbinding van de gemeenschap door de scheiding van tafel en bed.
  • 3De centrale rechtsvraag is of de woning tot de (ontbonden) huwelijksgemeenschap behoort, gelet op het tijdstip van aankoop na inschrijving van de scheiding van tafel en bed.
  • 4De notaris keerde de overwaarde bij helfte uit aan beide partijen; de man betwist dit en vordert €36.888,36 terug van de vrouw.
  • 5De uitspraak is onvolledig; de hoger-beroepsbeslissing van het hof ontbreekt in de aangeleverde tekst.

Impactanalyse

Juridische impact

De zaak raakt aan de vraag naar de omvang van de huwelijksgemeenschap na scheiding van tafel en bed en het moment van ontbinding daarvan; de uitkomst is op basis van de beschikbare tekst niet te beoordelen.

Praktische impact

Voor partijen is van belang of de overwaarde van de woning toekomt aan de man alleen dan wel aan beiden; bij toewijzing zou de vrouw €36.888,36 moeten terugbetalen.

Onderwerp-impact

Deze zaak illustreert de complexiteit van vermogensverdeling bij langdurige huwelijken waarbij een scheiding van tafel en bed de gemeenschap heeft ontbonden vóór een goederenrechtelijke verkrijging.

Samenvatting

Partijen zijn op 13 mei 1983 gehuwd in de wettelijke algehele gemeenschap van goederen. Bij vonnis van 12 januari 1993, ingeschreven op 3 mei 1993, werd de scheiding van tafel en bed uitgesproken, waardoor de huwelijksgemeenschap werd ontbonden. In 2001 heeft de man vervolgens een woning gekocht en laten leveren uitsluitend op zijn naam, gefinancierd met een hypothecaire geldlening op zijn naam. In 2022 verkocht de man de woning; de akte van levering werd door beide partijen ondertekend. De overwaarde bedroeg €73.776,71. De notaris maakte hiervan de helft aan elk van partijen over, dus €36.888,36 per persoon. De man stelt dat de notaris dit ten onrechte heeft gedaan, omdat de woning na de ontbinding van de gemeenschap uitsluitend zijn eigendom was en de vrouw geen aanspraak heeft op de overwaarde. Hij vordert in rechte teruggave van het aan de vrouw uitbetaalde bedrag van €36.888,36, vermeerderd met wettelijke rente. De rechtbank deed uitspraak, waarna de zaak in hoger beroep bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch terechtkwam. De juridische kernvraag is of de woning, gekocht en geleverd in 2001 na de inschrijving van de scheiding van tafel en bed in 1993, tot het ontbonden gemeenschappelijk vermogen van partijen behoorde dan wel uitsluitend privé-eigendom van de man was. De aangeleverde tekst van de uitspraak is echter onvolledig; de overwegingen en het dictum van het hof in hoger beroep ontbreken. Een inhoudelijk oordeel over de beslissing en de motivering daarvan kan op basis van de beschikbare informatie niet worden gegeven.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 30 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Goederenrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2325Laag
Goederenrecht
Insolventierecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2325, Gerechtshof Den Haag, 21-07-2026, 200.340.512/01

Gerechtshof Den Haag21 jul 2026Financiele DienstverleningIncasso
28/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:2027Laag
Civiel recht
Goederenrecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2027, Gerechtshof Amsterdam, 21-07-2026, 200.357.455/01

Gerechtshof Amsterdam21 jul 2026AansprakelijkheidVastgoed
28/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1219Hoog
Burgerlijk procesrecht
Goederenrecht

ECLI:NL:HR:2026:1219, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/03398

Hoge Raad10 jul 2026ArbeidsrelatiesAansprakelijkheid
55/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1224Hoog
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1224, Hoge Raad, 10-07-2026, 23/02777

Hoge Raad10 jul 2026VastgoedKoop
62/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied