JurispRadar
ECLI:NL:GHDHA:2026:2975

ECLI:NL:GHDHA:2026:2975, Gerechtshof Den Haag, 30-09-2026, 22-003462-20

Gerechtshof Den HaagUitspraak: 30 september 2026Publicatie: 30 september 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:22-003462-20

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Verdenking van medeplegen van gewoontewitwassen door borgsommen voor verhuur en huurpenningen contant in ontvangst te nemen naar oordeel hof niet wettig en overtuigend bewezen. Voorwerpen kunnen in beginsel slechts worden aangemerkt als afkomstig uit enig misdrijf in de zin van de artikelen 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) indien zij afkomstig zijn uit een misdrijf gepleegd voorafgaand aan de in artikel 420bis Sr genoemde delictsgedragingen. Uit hetgeen het hof heeft vastgesteld volgt echter dat steeds nadat de verdachte de woningen verhuurd had en de huurpenningen daarvoor in ontvangst had genomen, in die woningen wapens, geldbedragen en/of hoeveelheden drugs werden aangetroffen.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

Instantie·1 okt 2026

ECLI:NL:GHARL:2026:6301

~20geschat
Bekijk
Instantie·1 okt 2026

ECLI:NL:GHARL:2026:6302

~20geschat
Bekijk
Gerechtshof Den Haag·1 okt 2026

ECLI:NL:GHDHA:2026:2978

~43geschat
Bekijk
Rechtbank Den Haag·30 sep 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:28894

~45geschat
Bekijk