Inzagerecht AVG: Risepoint mag beperking niet inroepen
ECLI:NL:GHDHA:2026:2861, Gerechtshof Den Haag, 29-09-2026, 200.361.079/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Verzoek op grond van de AVG om inzage in persoonsgegevens met betrekking tot de deelname aan online kansspelen.
Kern van de zaak
Een betrokkene (geïntimeerde) vordert in kort geding inzage in en verstrekking van persoonsgegevens op grond van de AVG van Risepoint. Risepoint beroept zich op een Maltese beperking van het inzage- en verstrekkingsrecht (RDPR 2018). De voorzieningenrechter wees de vordering toe; Risepoint gaat in hoger beroep.
Beslissing van de rechter
Het Gerechtshof Den Haag oordeelt dat het bevoegd is op grond van artikel 79 lid 2 AVG (gewone verblijfplaats betrokkene in Nederland) en past Nederlands recht toe, inclusief de AVG. Het hof bekrachtigt het oordeel van de voorzieningenrechter dat Risepoint zich niet op de Maltese beperking van het inzage- en verstrekkingsrecht mag beroepen.
Impactscore
MiddelDe zaak betreft een relatief afgebakend kortgeding over AVG-inzagerechten met een grensoverschrijdend element; de uitkomst is consistent met bestaande AVG-rechtspraak maar biedt nuttige verduidelijking over forumbevoegdheid en nationale beperkingen.
Belangrijkste punten
- 1Bevoegdheid hof gebaseerd op artikel 79 lid 2 AVG: gewone verblijfplaats betrokkene in Nederland
- 2Verstrekkingsvordering beheerst door de AVG naar Nederlands recht; Maltees recht relevant voor de beroepsmogelijkheid op de RDPR 2018-beperking
- 3Risepoint slaagt er niet in een beroep te doen op de Maltese Restriction of the Data Protection (Obligations and Rights) Regulations 2018
- 4Kortgedingrechter heeft vrijheid voorziening te weigeren bij te complexe zaken, maar moet daar terughoudend van gebruikmaken; die drempel is hier niet bereikt
- 5Geen van partijen betwistte de toepasselijkheid van Nederlands recht, zodat het hof dat als uitgangspunt handhaaft
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak verduidelijkt hoe rechters bevoegdheid en toepasselijk recht bepalen bij grensoverschrijdende AVG-inzagegeschillen waarbij een verwerkingsverantwoordelijke in een andere EU-lidstaat (Malta) een nationale beperking inroept. Het bevestigt dat nationale beperkingen van AVG-rechten strikt worden beoordeeld en niet zonder meer kunnen worden ingeroepen door buitenlandse verwerkingsverantwoordelijken.
Praktische impact
Betrokkenen die in Nederland verblijven kunnen effectief hun inzage- en verstrekkingsrechten afdwingen bij Nederlandse rechters, ook als de verwerkingsverantwoordelijke elders in de EU is gevestigd en nationale beperkingen inroept. Voor bedrijven die in Malta of andere lidstaten zijn gevestigd maar gegevens van Nederlandse ingezetenen verwerken, biedt een beroep op nationale beperkingswetgeving weinig bescherming.
Onderwerp-impact
In de context van databescherming en grensoverschrijdende gegevensverwerking benadrukt deze zaak dat het inzagerecht onder de AVG robuust is en nationale beperkingen slechts onder strikte voorwaarden worden geaccepteerd, wat relevant is voor internationale platforms en dienstverleners.
Samenvatting
In deze hoger beroepsprocedure bij het Gerechtshof Den Haag staat centraal of een betrokkene die gewoonlijk in Nederland verblijft, op grond van de AVG inzage kan afdwingen bij Risepoint, een verwerkingsverantwoordelijke die een beroep doet op een Maltese beperking van het inzage- en verstrekkingsrecht (de Restriction of the Data Protection (Obligations and Rights) Regulations 2018). De voorzieningenrechter had in eerste aanleg geoordeeld dat de verstrekkingsvordering naar Nederlands recht en de AVG moest worden beoordeeld, en dat Risepoint zich niet op de Maltese beperking kon beroepen. In hoger beroep bevestigt het hof zijn bevoegdheid op grond van artikel 79 lid 2 tweede volzin AVG, nu de betrokkene gewoonlijk in Nederland verblijft. Het hof neemt de toepasselijkheid van Nederlands recht als uitgangspunt, nu geen van partijen daartegen bezwaar heeft gemaakt, en stelt vast dat de verstrekkingsvordering primair door de AVG wordt beheerst. Ten aanzien van de Maltese beperkingswetgeving bevestigt het hof op inhoudelijke gronden het oordeel van de voorzieningenrechter: Risepoint komt geen beroep toe op de RDPR 2018-beperking. Daarnaast verwerpt het hof het betoog van Risepoint dat de kortgedingrechter de voorziening had moeten weigeren wegens juridische en feitelijke complexiteit. Hoewel de kortgedingrechter die vrijheid heeft, dient hij daar terughoudend van gebruik te maken — zeker gezien het klemmende belang van de betrokkene bij effectieve bescherming van zijn AVG-rechten. Nu de zaak niet zodanig complex is dat een verantwoorde beslissing in kort geding onmogelijk is, slaagt dit verweer niet. De uitspraak bevestigt het robuuste karakter van het AVG-inzagerecht en de beperkte ruimte voor verwerkingsverantwoordelijken om nationale beperkingswetgeving in te roepen in grensoverschrijdende situaties.