Geen pensioenindexering voor excedentdeel oud-Unilease werknemer
ECLI:NL:GHDHA:2026:2653, Gerechtshof Den Haag, 25-08-2026, 200.350.046/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Pensioenzaak; geen indexering van de excedentpensioenregeling; uitleg van de basispensioenregeling; geen strijd met artikel 134 van de Pensioenwet.
Kern van de zaak
Een voormalig Unilease-werknemer (appellant) vorderde van Aegon dat zijn pensioen in 2022 en 2023 werd geïndexeerd conform de door PMT doorgevoerde indexering. Hij nam tijdens zijn dienstverband deel aan zowel de Unilease basispensioen- als de excedentpensioenregeling en stelde dat Aegon gehouden was beide delen gelijk te indexeren.
Beslissing van de rechter
Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vorderingen van appellant af. Doorslaggevend is dat het excedentpensioenreglement geen indexatiebepaling kent en appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat een indexatietoezegging is gedaan; bovendien verschilt de excedentregeling per definitie van de PMT-basisregeling.
Impactscore
LaagHet betreft een feitelijke toepassing van bestaande contractuitsleg- en vertrouwensbeginselen in een individuele pensioenzaak zonder brede precedentwerking; de uitkomst is rechtstreeks gebaseerd op de specifieke inhoud van de betrokken reglementen.
Belangrijkste punten
- 1Het excedentpensioenreglement van Unilease bevat geen bepaling over indexatie, zodat er geen contractuele grondslag bestaat voor gelijkstelling met de PMT-indexering.
- 2Appellant kon geen gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen aan de stelling dat het excedentdeel op dezelfde wijze geïndexeerd zou worden als het basisdeel, nu de excedentregeling juist ziet op pensioenopbouw boven de maximale PMT-pensioengrondslag.
- 3De verwijzing in het basispensioenreglement dat de Unilease-regeling overeenkomt met die van PMT is onvoldoende om Aegon te verplichten de PMT-indexering zonder meer door te voeren.
- 4Appellant heeft niet gesteld hoe een eventuele indexatietoezegging tot stand zou zijn gekomen, waardoor zijn beroep op gewekt vertrouwen faalt.
- 5Appellant wordt veroordeeld in de proceskosten in hoger beroep van in totaal € 3.596,- per verwerende partij, te vermeerderen met wettelijke rente.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat een excedentpensioenregeling niet automatisch dezelfde indexatierechten meebrengt als een basispensioenregeling waarop zij aansluit, tenzij dit expliciet is overeengekomen. Gerechtvaardigd vertrouwen op indexatie vereist een concrete toezegging of contractuele grondslag.
Praktische impact
Deelnemers aan excedentpensioenregelingen kunnen niet zonder meer aanspraak maken op indexeringen die door een bedrijfstakpensioenfonds worden doorgevoerd voor de basisregeling; zij dienen hun eigen reglement te raadplegen.
Onderwerp-impact
Voor de financiële dienstverlening en pensioensector verduidelijkt deze uitspraak dat verzekeringsmaatschappijen die excedentregelingen uitvoeren niet gebonden zijn aan indexatiebeslissingen van een pensioenfonds, tenzij de polisvoorwaarden dit uitdrukkelijk bepalen.
Samenvatting
Een voormalig medewerker van Unilease stelde dat zijn pensioenverzekeraar Aegon verplicht was de indexeringen die PMT (Bedrijfstakpensioenfonds Metalektro) in 2022 en 2023 doorvoerde, ook toe te passen op zijn pensioen. Appellant had tijdens zijn dienstverband deelgenomen aan zowel de Unilease basispensioenregeling als de Unilease excedentpensioenregeling. De centrale rechtsvraag was of Aegon op grond van die regelingen gehouden was de PMT-indexering door te berekenen aan appellant. Het Gerechtshof Den Haag bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en wees de vorderingen volledig af. Ten aanzien van het excedentdeel oordeelde het hof dat het excedentpensioenreglement van Unilease geen enkele bepaling over indexatie bevat. Omdat de excedentregeling per definitie verschilt van de PMT-basisregeling – zij ziet immers op pensioenopbouw bóven de maximale pensioengrondslag van PMT – kon appellant er niet gerechtvaardigd op vertrouwen dat het excedentdeel op dezelfde wijze geïndexeerd zou worden als het basisdeel. Appellant had bovendien niet toegelicht hoe een gestelde indexatietoezegging dan tot stand zou zijn gekomen. Ten aanzien van het basisdeel was de vraag of de vermelding in het basispensioenreglement dat de Unilease-regeling overeenkomt met die van PMT, Aegon verplicht om de PMT-indexering automatisch toe te passen. Het hof beantwoordde ook deze vraag ontkennend: een algemene gelijkstellingsclausule schept geen automatische verplichting tot het overnemen van toekomstige indexatiebeslissingen van een pensioenfonds. Appellant werd veroordeeld in de proceskosten in hoger beroep van € 3.596,- per verwerende partij (Aegon en Athlon), vermeerderd met nakosten en wettelijke rente. De uitspraak onderstreept dat deelnemers aan excedentpensioenregelingen voor hun indexatierechten zijn aangewezen op de tekst van hun eigen reglement en niet kunnen aanleunen op de indexatiepraktijk van een bedrijfstakpensioenfonds.