JurispRadar
ECLI:NL:GHDHA:2026:2507Laag28/100

Hof wijst verzoeken vrouw bij huwelijksvermogensverdeling af

ECLI:NL:GHDHA:2026:2507, Gerechtshof Den Haag, 08-07-2026, 200.362.016/01

Gerechtshof Den HaagUitspraak: 8 juli 2026Publicatie: 3 augustus 2026
Zaaknummer:200.362.016/01
Goederenrecht
Internationaal privaatrecht
Personen- en familierecht
Arbeidsrelaties
Vastgoed
Echtscheiding
Huwelijksvermogensrecht
Privevermogen
Verdeling Gemeenschap
Franco Nederlands Recht

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Verdeling huwelijksgemeenschap naar Frans recht. De man heeft aangetoond de woning volledig te hebben gefinancierd en heeft daarom recht op de opbrengst van de woning. Ten aanzien van de VOF, heeft de vrouw onvoldoende gesteld dat zij niet heeft meegedeeld in de verkoopopbrengst van de VOF. De vrouw moet aan de man een bedrag betalen dat wordt toegerekend aan haar aandeel in de verkoop van de VOF.

Kern van de zaak

Na echtscheiding is in geschil hoe een woning in het buitenland, een Citroën en een VOF-aandeel verdeeld moeten worden. De vrouw bestrijdt de uitspraak van de rechtbank en vordert in hoger beroep een ander oordeel over haar aandeel in de woning en de eigendom van de auto. De man stelt dat hij de woning volledig met privévermogen heeft gefinancierd.

Beslissing van de rechter

Het hof wijst de grieven van de vrouw over de woning af: nu de man genoegzaam heeft aangetoond de woning volledig met privévermogen te hebben gefinancierd, is de vrouw niet gelijk gerechtigd tot de opbrengst. Ten aanzien van de Citroën oordeelt het hof dat deze als privévermogen van de vrouw kwalificeert omdat zij de auto al vóór het huwelijk bezat en deze dus door haar is aangebracht.

28van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een feitelijk gedreven hoger-beroepsbeschikking zonder nieuwe rechtsregels; de juridische toepassing is courant en de uitkomst is sterk casusgebonden.

Belangrijkste punten

  • 1Woning in mede-eigendom, maar man heeft met privévermogen gefinancierd: vrouw heeft geen recht op gelijk aandeel in de opbrengst
  • 2Enkele stelling dat de vrouw indirect bijdroeg door huishoudkosten te betalen, volstaat niet als bewijs van meefinanciering
  • 3Citroën was vóór het huwelijk al eigendom van de vrouw (tenaamstelling 2008) en kwalificeert als aangebracht privévermogen
  • 4Toepassing van Frans recht (art. 1405 Code Civil) speelt een rol bij de kwalificatie van aangebracht vermogen, terwijl de Nederlandse rechter bevoegd is
  • 5De rechtbank werd door het hof gevolgd op haar gronden ten aanzien van de woning; het hof maakt deze na eigen afweging tot de zijne

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat mede-eigendom van een woning niet automatisch tot gelijke verdeling leidt indien één partij aantoonbaar volledig met privévermogen heeft gefinancierd. Tevens illustreert de zaak de wisselwerking tussen Frans huwelijksvermogensrecht en Nederlandse rechterlijke bevoegdheid bij internationale gevallen.

Praktische impact

De vrouw ontvangt geen gelijk aandeel in de waarde van de woning en hoeft voor de Citroën niets te verrekenen; de man krijgt de woning toebedeeld met een betalingsverplichting van 13,5% van de taxatiewaarde aan de vrouw.

Onderwerp-impact

Voor personen in internationaal-georiënteerde huwelijken met vermogensbestanddelen in het buitenland onderstreept deze uitspraak het belang van het vastleggen van privéfinancieringsstromen, nu dit bij verdeling doorslaggevend kan zijn.

Samenvatting

Deze beschikking van het Gerechtshof Den Haag betreft een hoger beroep in een echtscheidingszaak waarbij de verdeling van een woning in het buitenland, een Citroën en een VOF-aandeel ter discussie staat. De vrouw heeft twee grieven aangevoerd tegen de beschikking van de rechtbank. Met haar eerste grief betoogt zij dat zij als mede-eigenaar gelijkelijk gerechtigd is tot de opbrengst van de gemeenschappelijke woning. Het hof verwerpt deze grief. Hoewel de woning partijen formeel in mede-eigendom toebehoort, heeft de man genoegzaam aangetoond dat hij de woning volledig heeft gefinancierd vanuit zijn privévermogen: alle betalingen zijn afkomstig van zijn privérekening en de vrouw heeft geen enkel bewijs geleverd van een eigen financiële bijdrage. De stelling dat zij indirect heeft bijgedragen doordat zij de huishoudkosten betaalde en de man daardoor kon sparen, acht het hof onvoldoende. Het hof neemt de gronden van de rechtbank over en maakt deze na eigen afweging tot de zijne. De woning wordt toebedeeld aan de man, die 13,5% van de taxatiewaarde aan de vrouw dient te voldoen. Met haar tweede grief betwist de vrouw het oordeel van de rechtbank dat de Citroën aan haar wordt toebedeeld onder vergoeding van € 1.815,- aan de man. Zij stelt dat de auto reeds vóór het huwelijk haar eigendom was, hetgeen blijkt uit de tenaamstelling uit 2008. Het hof stelt vast dat onweersproken is dat de vrouw de Citroën al vóór het huwelijk bezat en deze bij aanvang van het huwelijk heeft aangebracht. Op grond van artikel 1405 van de Franse Code Civil kwalificeert aangebracht vermogen in beginsel als privévermogen, en het hof past dit uitgangspunt toe. De Citroën wordt dan ook aangemerkt als privévermogen van de vrouw, zodat er geen vergoedingsrecht voor de man ontstaat. Deze grief slaagt. De beschikking wordt op dit punt vernietigd.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 7 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Goederenrecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2480Laag
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2480, Gerechtshof Amsterdam, 01-09-2026, 200.358.813/01

Gerechtshof Amsterdam1 sep 2026ArbeidsrelatiesVastgoed
28/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:2490Laag
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2490, Gerechtshof Amsterdam, 01-09-2026, 200.340.869/01

Gerechtshof Amsterdam1 sep 2026VastgoedRuimtelijke Ordening
18/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:2271Laag
Civiel recht
Goederenrecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2271, Gerechtshof Amsterdam, 18-08-2026, 200.342.024/01

Gerechtshof Amsterdam18 aug 2026AansprakelijkheidVastgoed
18/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2309Middel
Burgerlijk procesrecht
Goederenrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2309, Gerechtshof Den Haag, 28-07-2026, 200.366.101/01

Gerechtshof Den Haag28 jul 2026OverheidVastgoed
38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied