WOZ-waarde woning bevestigd ondanks geschil over grondprijs
ECLI:NL:GHDHA:2026:2235, Gerechtshof Den Haag, 15-04-2026, BK-25/423
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Wet WOZ. De Heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de door hem vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is. Gebruik van grondquotes.
Kern van de zaak
Een belastingplichtige (belanghebbende) betwist de WOZ-waarde van zijn woning, waarbij in hoger beroep uitsluitend de gehanteerde grondprijs nog in geschil is. De Heffingsambtenaar heeft de waarde vastgesteld op € 1.025.000 op basis van vergelijkende verkopen.
Beslissing van de rechter
Het Gerechtshof Den Haag bevestigt de uitspraak van de Rechtbank en stelt vast dat de Heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Doorslaggevend is dat de matrix met vergelijkingsobjecten de vastgestelde waarde van € 1.025.000 voldoende onderbouwt.
Impactscore
LaagHet betreft een feitelijke belastingzaak over een individuele WOZ-waarde zonder nieuwe rechtsvragen; de uitspraak past volledig binnen bestaande jurisprudentie en heeft geen bredere precedentwerking.
Belangrijkste punten
- 1In hoger beroep was uitsluitend de gehanteerde grondprijs nog in geschil, overige waarderingsaspecten waren niet langer betwist.
- 2De bewijslast rust op de Heffingsambtenaar om aannemelijk te maken dat de waarde niet te hoog is vastgesteld.
- 3Waarderingsmethoden zijn slechts hulpmiddelen; de rechter toetst uitsluitend of de voorgestane waarde het wettelijke waardebegrip doorstaat (HR 29 november 2000).
- 4De waarde is via een vergelijkingsmatrix berekend op € 1.045.000 en vastgesteld op € 1.025.000, waarbij rekening is gehouden met verschillen tussen de woning en vergelijkingsobjecten.
- 5Het Hof oordeelt dat de Heffingsambtenaar aan zijn bewijslast heeft voldaan en bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat waarderingsmethoden hulpmiddelen zijn en dat de rechter enkel toetst of de waarde het wettelijke WOZ-waardebegrip van artikel 17 lid 2 Wet WOZ doorstaat. Er worden geen nieuwe rechtsnormen gesteld.
Praktische impact
Voor de belastingplichtige betekent dit dat de hogere WOZ-waarde van € 1.025.000 in stand blijft, met bijbehorende fiscale gevolgen voor onder meer onroerendezaakbelasting en eventuele vermogensrendementsheffing.
Onderwerp-impact
In WOZ-geschillen over grondprijzen blijft de vergelijkingsmethode een geaccepteerde onderbouwing, mits de matrix voldoende inzichtelijk de verschillen tussen het object en vergelijkingsobjecten verrekent.
Samenvatting
In deze belastingzaak voor het Gerechtshof Den Haag stond de WOZ-waarde van een woning centraal. De Heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld op € 1.025.000. De belastingplichtige (belanghebbende) was het hier niet mee eens en tekende bezwaar en beroep aan. In hoger beroep had de procedure zich inmiddels versmald tot één enkel geschilpunt: de voor de woning gehanteerde grondprijs. Het Hof stelde voorop dat de WOZ-waarde ingevolge artikel 17 lid 2 Wet WOZ de prijs vertegenwoordigt die een meestbiedende koper zou betalen bij een optimale verkoop. De bewijslast om aannemelijk te maken dat de vastgestelde waarde niet te hoog is, rust op de Heffingsambtenaar. Het Hof benadrukte verder, onder verwijzing naar HR 29 november 2000 (ECLI:NL:HR:2000:AA8610), dat waarderingsmethoden slechts hulpmiddelen zijn bij de waardebepaling en dat partijen vrij zijn in hun methodekeuze. De rechter toetst uitsluitend of de verdedigde waarde het wettelijke waardebegrip doorstaat. De Heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een vergelijkingsmatrix, waarbij marktgegevens van vergelijkbare woningen zijn gehanteerd en gecorrigeerd voor relevante verschillen. Op basis van die matrix werd de waarde berekend op € 1.045.000 en vervolgens vastgesteld op het iets lagere bedrag van € 1.025.000. Het Hof oordeelde dat de Heffingsambtenaar hiermee aan zijn bewijslast had voldaan en dat de vastgestelde waarde de wettelijke toets doorstaat. Het hoger beroep van de belastingplichtige werd verworpen en de uitspraak van de Rechtbank werd bevestigd. De uitspraak is illustratief voor de vaste rechtspraktijk rondom WOZ-geschillen en voegt geen nieuwe rechtsnormen toe.