Hof bekrachtigt afwijzing verzoeken ontslagen projectleider gemeente
ECLI:NL:GHDHA:2026:1961, Gerechtshof Den Haag, 21-04-2026, 200.357.925/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)WWZ. Geen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ogv art 7:668a lid 1, aanhef en onder b, BW. Geen (onvoorwaardelijke) toezegging van vast dienstverband. Geen gerechtvaardigd vertrouwen op arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Geen billijke vergoeding abi art 7:673 lid 9, aanhef en onder a, BW.
Kern van de zaak
Een projectleider trad in dienst bij de BAR-organisatie (samenwerkingsverband gemeenten Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk) en werd bij herstructurering overgeplaatst naar de gemeente Ridderkerk. Na afloop van zijn tijdelijke dienstverband diende hij verzoeken in bij de kantonrechter, die werden afgewezen.
Beslissing van de rechter
Het gerechtshof Den Haag bekrachtigt de beslissing van de kantonrechter in Rotterdam, die de verzoeken van de werknemer had afgewezen. De doorslaggevende reden lijkt gelegen in de rechtsgeldige beëindiging van de tijdelijke arbeidsovereenkomst en de correcte overgang naar de gemeente conform het sociaal plan, waarbij bestaande rechten werden gerespecteerd.
Impactscore
LaagHet betreft een enkelvoudige arbeidsrechtelijke zaak op decentraal niveau zonder richtinggevende rechtsvragen; de uitspraak bevat bovendien onvoldoende detail over de precieze verzoeken en motiveringen om de impact goed te beoordelen.
Belangrijkste punten
- 1Werknemer was in dienst op basis van een tijdelijke arbeidsovereenkomst (30 januari 2023 – 29 januari 2024) bij de BAR-organisatie
- 2Bij herstructurering van de BAR-organisatie werd werknemer per 1 januari 2024 overgeplaatst naar de gemeente met behoud van opgebouwde dienstjaren en arbeidsvoorwaarden
- 3Het 'Sociaal plan Gedeeltelijke ontvlechting BAR-organisatie' was van toepassing op de overgang
- 4Werknemer heeft ingestemd met de nieuwe arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met de gemeente
- 5Zowel kantonrechter als hof wijzen de verzoeken van de werknemer af; de uitspraak bevat onvoldoende detail over de precieze aard van de verzoeken
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat een overgang van personeel bij herstructurering van een gemeentelijk samenwerkingsverband, waarbij bestaande rechten worden gerespecteerd en een sociaal plan van toepassing is, rechtsgeldige grondslag biedt voor een nieuwe tijdelijke arbeidsovereenkomst. De juridische impact is beperkt tot de specifieke casus.
Praktische impact
Voor de werknemer betekent de uitspraak dat zijn verzoeken definitief worden afgewezen en hij geen aanspraak kan maken op de door hem gevorderde rechten. Voor de gemeente bevestigt het dat de gevolgde procedure bij de herstructurering van de BAR-organisatie juridisch standhield.
Onderwerp-impact
Voor gemeentelijke samenwerkingsverbanden die herstructureren of ontflecht worden, biedt deze uitspraak enige bevestiging dat een zorgvuldige procedure met sociaal plan en instemming van de werknemer de rechtsgeldigheid van de overgang ondersteunt.
Samenvatting
Deze zaak betreft een projectleider die op 30 januari 2023 voor bepaalde tijd (twaalf maanden) in dienst trad bij de BAR-organisatie, een samenwerkingsverband van de gemeenten Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk. In het kader van een gedeeltelijke ontvlechting en herstructurering van de BAR-organisatie werd de werknemer per 1 januari 2024 overgeplaatst naar de gemeente. Op 28 november 2023 ontving hij een aanbod voor een nieuwe tijdelijke arbeidsovereenkomst met de gemeente, waarbij zijn opgebouwde dienstjaren en arbeidsvoorwaarden op grond van het 'Sociaal plan Gedeeltelijke ontvlechting BAR-organisatie' werden gerespecteerd. De werknemer stemde in met dit aanbod. Desondanks heeft hij vervolgens verzoeken ingediend bij de kantonrechter in Rotterdam, die op 9 mei 2025 alle verzoeken afwees. In hoger beroep bij het gerechtshof Den Haag voerde de werknemer aan dat de kantonrechter ten onrechte had beslist. De exacte aard van zijn verzoeken blijkt niet volledig uit de beschikbare tekst van de uitspraak, hetgeen de beoordeling van de juridische gronden bemoeilijkt. Het hof heeft op 21 april 2026 – na een mondelinge behandeling op 26 februari 2026 – de beschikking van de kantonrechter bekrachtigd en daarmee de verzoeken van de werknemer definitief afgewezen. De procedure volgde de reguliere arbeidsrechtelijke weg via verzoekschriftprocedure. Gelet op de instemming van de werknemer met de nieuwe arbeidsovereenkomst en de toepassing van het sociaal plan, oordeelde zowel de kantonrechter als het hof klaarblijkelijk dat de rechtsovergang correct en rechtsgeldig was uitgevoerd. De uitspraak heeft beperkte precedentwerking maar biedt enige bevestiging voor gemeenten die personeel overhevelen bij herstructurering van samenwerkingsverbanden.