JurispRadar
ECLI:NL:GHDHA:2026:1867Laag28/100

Dexia aansprakelijk voor schade aandelenleaseovereenkomsten

ECLI:NL:GHDHA:2026:1867, Gerechtshof Den Haag, 19-05-2026, 200.298.247/02

Gerechtshof Den HaagUitspraak: 19 mei 2026Publicatie: 3 juni 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:200.298.247/02

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Dexia / advisering / wetenschap / tussenpersoon / Spaar Select

Kern van de zaak

Een gedupeerde belegger (geïntimeerde) vordert van Dexia schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen bij aandelenleaseovereenkomsten. Dexia betwist de vordering en doet een beroep op verjaring. De kantonrechter wees de vorderingen van Dexia af en kende die van geïntimeerde toe; Dexia ging in hoger beroep.

Beslissing van de rechter

Het hof verwerpt het beroep op verjaring van Dexia en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter. Doorslaggevend is dat aan een stuitingshandeling ex artikel 3:317 lid 1 BW niet de eis mag worden gesteld dat daarin een precieze feitelijke en juridische onderbouwing wordt gegeven.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past in een lange reeks vergelijkbare Dexia-arresten en bevestigt bestaande rechtspraak over verjaring en stuitingshandeling; er worden geen nieuwe rechtsnormen gesteld en de zaak heeft een beperkte precedentwerking.

Belangrijkste punten

  • 1Vordering geïntimeerde is gebaseerd op onrechtmatige daad van Dexia bij aandelenleaseovereenkomsten.
  • 2Verjaringstermijn van vijf jaar (art. 3:310 lid 1 BW) start bij daadwerkelijke bekendheid met schade én aansprakelijke persoon.
  • 3Stuitingshandeling (art. 3:317 lid 1 BW) vereist geen precieze feitelijke en juridische inkleding, enkel ondubbelzinnig voorbehoud van recht.
  • 4Context en overige omstandigheden zijn mede bepalend voor de kwalificatie van een stuitingshandeling.
  • 5Dexia wordt veroordeeld tot terugbetaling van inleg, restschuld, wettelijke rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de ruime uitleg van artikel 3:317 lid 1 BW: een stuitingsbrief hoeft geen gedetailleerde juridische onderbouwing te bevatten om geldig te zijn. Dit sluit aan bij vaste rechtspraak over Dexia-zaken en versterkt de positie van gedupeerde beleggers bij verjaringsverweren.

Praktische impact

Gedupeerde aandelenleasehouders worden beschermd tegen een strenge vereisten-lat voor stuitingsbrieven; Dexia kan zich niet onttrekken aan aansprakelijkheid via een formeel verjaringsverweer wanneer tijdig en ondubbelzinnig een voorbehoud is gemaakt.

Onderwerp-impact

In het kader van aandelenleasegeschillen (Dexia-dossiers) onderstreept de uitspraak dat financiële dienstverleners gehouden blijven aan hun zorgplicht en dat consumenten effectieve bescherming genieten tegen verjaring van schadeclaims.

Samenvatting

In deze hoger beroep-procedure bij het Gerechtshof Den Haag staat een geschil tussen Dexia en een gedupeerde belegger centraal over aandelenleaseovereenkomsten. De belegger (geïntimeerde) had bij de kantonrechter met succes gevorderd dat Dexia onrechtmatig had gehandeld en/of toerekenbaar was tekortgeschoten, en vorderde terugbetaling van betaalde inleg, de restschuld, wettelijke rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten. De kantonrechter had de vorderingen van Dexia afgewezen en Dexia in de proceskosten veroordeeld. Dexia stelde hoger beroep in en voerde onder meer als grief aan dat de vordering van geïntimeerde was verjaard. Het hof gaat niet mee in dit verjaringsverweer. De vordering is gebaseerd op onrechtmatige daad, waarvoor een verjaringstermijn van vijf jaar geldt (artikel 3:310 lid 1 BW), aanvangende op het moment van daadwerkelijke bekendheid met de schade en de aansprakelijke persoon. Het hof stelt vast dat de verjaring rechtsgeldig is gestuit: voor een geldige stuitingshandeling in de zin van artikel 3:317 lid 1 BW is slechts vereist dat de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht voorbehoudt. De stelling van Dexia dat de stuitingsmededeling ook een precieze feitelijke en juridische inkleding moet bevatten, wordt uitdrukkelijk verworpen. Of een mededeling kwalificeert als stuiting wordt bepaald aan de hand van de inhoud én de context en overige omstandigheden van het geval. Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter. Dexia wordt gehouden aan haar aansprakelijkheid voor de door de belegger geleden schade voortvloeiend uit de aandelenleaseovereenkomsten. De grieven van Dexia worden verworpen. Deze uitspraak sluit aan bij een vaste lijn in de rechtspraak over Dexia-zaken en biedt geen nieuwe rechtsontwikkeling, maar bevestigt de bescherming van gedupeerde beleggers tegenover formele verjaringsverweren van financiële dienstverleners.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 11 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Aansprakelijkheidsrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2083Middel
Aansprakelijkheidsrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2083, Gerechtshof Den Haag, 30-06-2026, 200.332.838/01

Gerechtshof Den Haag30 jun 2026TransportAansprakelijkheid
38/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:1885Laag
Aansprakelijkheidsrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHDHA:2026:1885, Gerechtshof Den Haag, 09-06-2026, 200.346.852/01

Gerechtshof Den Haag9 jun 2026AansprakelijkheidSchadevergoeding
18/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:1866Laag
Aansprakelijkheidsrecht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:1866, Gerechtshof Den Haag, 19-05-2026, 200.286.748/02

Gerechtshof Den Haag19 mei 2026Financiele DienstverleningAansprakelijkheid
28/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:942Laag
Aansprakelijkheidsrecht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:942, Gerechtshof Den Haag, 12-05-2026, 200.342.473/01

Gerechtshof Den Haag12 mei 2026AansprakelijkheidIncasso
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied