Gebruikelijk loon DGA deels terecht bijgesteld door Belastingdienst
ECLI:NL:GHDHA:2026:1599, Gerechtshof Den Haag, 13-05-2026, BK-25/608 t/m BK-25/612
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Artikel 12a Wet LB, artikel 31 Wet LB, artikel 67c, lid 1, AWR. Gebruikelijk loon. Bestuurder van beheermaatschappij onroerend-goedvennootschappen. Meest vergelijkbare dienstbetrekking. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat het loon lager is dan het normloon. De Inspecteur heeft niet aannemelijk gemaakt dat het loon hoger is dan het normloon. Bijtelling privégebruik auto. Eindheffingsbestanddeel. Verzuimboetes. Hoger beroep belanghebbende en incidenteel hoger beroep Inspecteur ongegrond.
Kern van de zaak
Een vennootschap (belanghebbende) betaalt haar directeur-grootaandeelhouder (DGA) jarenlang slechts €10.386 per jaar aan loon, terwijl de Belastingdienst stelt dat het gebruikelijk loon aanzienlijk hoger moet zijn. Tevens speelt een bijtelling voor privégebruik van auto's (Mini Coopers) van de zaak. De Belastingdienst heeft naheffingsaanslagen loonheffingen opgelegd over de jaren 2018-2022.
Beslissing van de rechter
Het Gerechtshof Den Haag behandelt het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank, die de beroepen gegrond had verklaard en de naheffingsaanslagen verminderd. De doorslaggevende elementen betreffen de eerdere afspraken over het gebruikelijk loon (vastgesteld op omgerekend €56.722) en het privégebruik van de bedrijfsauto's, waarbij de rechtbank de verzuimboetes had gematigd tot €12.500.
Impactscore
LaagHet betreft een relatief standaard toepassing van de gebruikelijk-loonregeling in een individuele zaak zonder fundamentele nieuwe rechtsvragen; de uitkomst is casuïstisch en heeft beperkte precedentwerking.
Belangrijkste punten
- 1DGA ontving jarenlang slechts €10.386 loon, ver onder het wettelijk gebruikelijk loon ex artikel 12a Wet LB 1964
- 2Eerdere gerechtelijke procedure resulteerde in afspraak gebruikelijk loon van fl. 125.000 (€56.722), welke afspraak niet werd nagekomen
- 3Twee Mini Coopers op balans vennootschap zonder bijtelling privégebruik voor werknemers of DGA
- 4Rechtbank verklaarde beroepen gegrond en droeg Inspecteur op naheffingsaanslagen te verminderen
- 5Verzuimboetes gematigd door rechtbank tot totaal €12.500; hoger beroep loopt nog bij Gerechtshof Den Haag
Impactanalyse
Juridische impact
De zaak bevestigt de handhaving van artikel 12a Wet LB 1964 (gebruikelijk loon) en het belang van eerder gemaakte fiscale afspraken tussen Belastingdienst en belastingplichtige. De uitkomst van het hoger beroep zal verdere duidelijkheid geven over de bindendheid van dergelijke afspraken en de hoogte van het gebruikelijk loon bij langdurige naleving.
Praktische impact
Voor de vennootschap en haar DGA betekent de uitspraak dat naheffingsaanslagen over vijf jaar deels in stand blijven, met bijbehorende boetes; de exacte omvang hangt af van de eindbeslissing in hoger beroep. DGA's die bewust een te laag loon genieten lopen risico op langdurige naheffingen en boetes.
Onderwerp-impact
Deze zaak onderstreept het fiscale risico voor vennootschappen die de gebruikelijk-loonregeling niet naleven en geen bijtelling toepassen voor privégebruik van zakelijke auto's, wat relevante aandachtspunten zijn voor financiële dienstverleners en belastingadviseurs.
Samenvatting
Deze zaak bij het Gerechtshof Den Haag draait om naheffingsaanslagen loonheffingen over de jaren 2018 tot en met 2022, opgelegd aan een vennootschap waarvan de directeur-grootaandeelhouder (DGA) jarenlang slechts €10.386 per jaar aan loon ontving. De Belastingdienst stelde zich op het standpunt dat dit loon ver onder het wettelijk vereiste gebruikelijk loon lag conform artikel 12a van de Wet op de loonbelasting 1964. Bijzonder is dat in het verleden al een gerechtelijke procedure had plaatsgevonden, waarbij een gebruikelijk loon van omgerekend €56.722 (fl. 125.000) passend werd geacht voor de werkzaamheden van de DGA voor zijn vennootschappen. Ondanks deze eerdere afspraken werd dit loon door de vennootschap niet gehanteerd. Naast de gebruikelijk-loonkwestie speelde ook het privégebruik van twee Mini Coopers die op de balans van de vennootschap stonden: voor geen van de werknemers of de DGA werd een bijtelling voor privégebruik toegepast. De Inspecteur legde naheffingsaanslagen en verzuimboetes op. De Rechtbank verklaarde de beroepen gegrond, vernietigde de uitspraken op bezwaar en droeg de Inspecteur op de naheffingsaanslagen te verminderen. De verzuimboetes werden gematigd tot een totaalbedrag van €12.500. Zowel de proceskosten als het griffierecht werden aan belanghebbende vergoed. Tegen deze uitspraak heeft belanghebbende hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Den Haag. De eindbeslissing in hoger beroep zal bepalen in hoeverre de naheffingsaanslagen en boetes definitief worden vastgesteld. De zaak illustreert de risico's van het structureel niet naleven van de gebruikelijk-loonregeling, zeker wanneer daarvoor eerder concrete afspraken zijn gemaakt met de Belastingdienst.