JurispRadar
ECLI:NL:GHARL:2026:6330Laag18/100

Hoger beroep niet-ontvankelijk na faillissement belastingplichtige

ECLI:NL:GHARL:2026:6330, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 29-09-2026, 24/1636 t/m 24/1640

InstantieUitspraak: 29 september 2026Publicatie: 2 oktober 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:24/1636 t/m 24/1640
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Insolventierecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
Faillissement
Niet Ontvankelijkheid
Curator
Belastingprocedure
Faillissement
Ontslag Van Instantie

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Faillissement. Ontslag van instantie.

Kern van de zaak

Een belastingplichtige (belanghebbende) had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank in een belastinggeschil. Na het instellen van het hoger beroep werd zij failliet verklaard. De curator wenste de procedure niet voort te zetten, waarna de Inspecteur ontslag van instantie vroeg.

Beslissing van de rechter

Het Hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Doorslaggevend is dat de curator heeft medegedeeld de zaak niet te willen voortzetten en de boedel redelijkerwijs geen belang heeft bij de uitkomst van de procedure, zodat ontslag van instantie op grond van artikel 27 lid 2 Faillissementswet wordt verleend.

18van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past bestaande, vaste procedurele regels toe inzake faillissement en lopende bestuursrechtelijke procedures, zonder nieuwe rechtsvragen te beantwoorden of richtinggevende principes te stellen.

Belangrijkste punten

  • 1Faillissement uitgesproken ná instelling hoger beroep (25 november 2025), zodat art. 8:22 lid 2 Awb jo. art. 27 lid 1 Fw van toepassing is.
  • 2Uitzondering van art. 8:22 lid 2 Awb (uitnodiging vóór faillietverklaring) is niet van toepassing: partijen werden pas ná faillietverklaring uitgenodigd voor zitting.
  • 3Curator heeft medegedeeld de procedure niet te willen voortzetten; de inspecteur vroeg vervolgens ontslag van instantie.
  • 4Ontslag van instantie verleend omdat de boedel redelijkerwijs geen belang heeft bij de uitkomst van de procedure.
  • 5Geen proceskostenveroordeling en geen vergoeding griffierecht.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak illustreert de toepassing van art. 8:22 Awb jo. art. 27 Fw in belastingprocedures: wanneer een curator een lopende belastingprocedure niet overneemt en de boedel geen belang heeft, leidt dit tot ontslag van instantie en niet-ontvankelijkheid. Dit is vaste procedurele lijn, maar de uitspraak bevestigt de uitvoering ervan in het hoger beroep bij de belastingkamer.

Praktische impact

Voor de gefailleerde belastingplichtige betekent dit dat de belastingkwestie onbeslist blijft in hoger beroep. De belastingschuld die ten grondslag lag aan het geschil zal als vordering in de boedel moeten worden ingediend. De Inspecteur heeft zijn positie veiliggesteld zonder dat de inhoudelijke vraag hoeft te worden beslecht.

Onderwerp-impact

In faillissementssituaties waarbij belastinggeschillen lopen, is het voor curatoren van belang tijdig te beslissen of voortzetting van een procedure in het belang van de boedel is, nu het niet voortzetten leidt tot niet-ontvankelijkheid en daarmee definitief verlies van de ingestelde rechtsmiddelen.

Samenvatting

Deze zaak betreft een belastingplichtige die op 21 augustus 2024 hoger beroep had ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden tegen een uitspraak van de Rechtbank in een belastinggeschil. Op 25 november 2025, dus ná het instellen van het hoger beroep, werd zij failliet verklaard. Daarmee rees de vraag hoe de lopende procedure moest worden afgewikkeld. Op grond van artikel 8:22 van de Algemene wet bestuursrecht, gelezen in samenhang met artikel 27, eerste lid, van de Faillissementswet, kan de curator – op verzoek van de wederpartij – worden opgeroepen het geding over te nemen wanneer een procedure al aanhangig is ten tijde van de faillietverklaring. De uitzondering van artikel 8:22, tweede lid, Awb – op grond waarvan deze regeling buiten toepassing blijft als partijen vóór de faillietverklaring zijn uitgenodigd voor een zitting – was hier niet van toepassing, omdat de uitnodiging voor de zitting dateerde van 14 januari 2026, dus ná het faillissement. De Inspecteur heeft de curator niet formeel verzocht het geding over te nemen, en de curator heeft zelf medegedeeld de zaak niet te willen voortzetten. Hierop heeft de Inspecteur het Hof op de voet van artikel 27, tweede lid, Fw verzocht om ontslag van instantie. Het Hof heeft dit verzoek ingewilligd, omdat de boedel redelijkerwijs geen belang heeft bij de uitkomst van de procedure. Als gevolg hiervan is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak is een toepassing van vaste procedurele regels rondom faillissement en lopende bestuursrechtelijke procedures. Er is geen inhoudelijk oordeel gegeven over de belastingkwestie zelf. Het Hof zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 8 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Belastingrecht

Hoge Raad·9 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1661

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

18/100Bekijk
Hoge Raad·9 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1648

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens schending digitaal procederen

18/100Bekijk
Hoge Raad·9 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1656

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

28/100Bekijk
Hoge Raad·9 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1662

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied