ECLI:NL:GHARL:2026:6107, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22-09-2026, 21-003671-25
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Het hof heeft een verdachte wegens twee overtredingen van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken en een taakstraf van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis. Het hof heeft het verweer van verdachte dat hij, nadat de auto tot stilstand was gekomen, met zijn partner van plaats is gewisseld en verdachte pas toen achter het stuur is gaan zitten, verworpen. Ook heeft het hof het verweer van verdachte, dat hij meende dat hij naar aanleiding van een brief van het CBR waarin hem werd meegedeeld dat hij weer geschikt was bevonden om te rijden, verworpen. Het hof is van oordeel dat het rijbewijs van verdachte, dat in het bezit was van het CBR, op het moment dat verdachte werd aangehouden, nog ongeldig was en dat verdachte dat redelijkerwijs moest weten.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.