Klacht tegen notarissen over woningverkoop uit nalatenschap ongegrond
ECLI:NL:GHAMS:2026:544, Gerechtshof Amsterdam, 24-02-2026, 200.354.777
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Klacht tegen een notaris en een toegevoegd notaris. Overdracht woning door executeur-afwikkelingsbewindvoerder, die zelfstandig hiertoe bevoegd was. Een van de erfgenamen, klaagster, was het niet eens met de overdracht. Had klaagster eerder moeten worden geïnformeerd over de voorgenomen overdracht? Klacht deels gegrond, deels ongegrond. Maatregel: waarschuwing + pkv in hoger beroep.
Kern van de zaak
Klaagster diende een klacht in tegen notarissen die meewerkten aan de verkoop van een woning uit een nalatenschap. Zij stelde dat de notarissen haar bezwaren hadden moeten respecteren en verdacht de kopers van vriendjespolitiek, onderhandse betalingen en een te lage koopprijs. De executeur-afwikkelingsbewindvoerder had de woning zelfstandig verkocht zonder haar instemming.
Beslissing van de rechter
Het Gerechtshof Amsterdam verklaart de klacht op alle onderdelen ongegrond. De doorslaggevende reden is dat de executeur-afwikkelingsbewindvoerder op grond van artikel 4:171 lid 1 BW zelfstandig bevoegd was over de goederen van de nalatenschap te beschikken, zodat de toestemming van klaagster niet vereist was en de notaris zijn ministerie rechtsgeldig kon verlenen.
Impactscore
LaagDe uitspraak past bestaande wetgeving (art. 4:171 BW en art. 21 Wna) toe op een individuele casus zonder nieuwe rechtsnormen te stellen; de precedentwerking is beperkt tot vergelijkbare tuchtrechtelijke klachten over notarissen bij nalatenschapsverkopen.
Belangrijkste punten
- 1Executeur-afwikkelingsbewindvoerder is op grond van art. 4:171 lid 1 BW zelfstandig bevoegd over nalatenschapsgoederen te beschikken zonder medewerking of machtiging van kantonrechter.
- 2Toestemming van erfgenamen (klaagster en haar broer) was niet vereist voor de verkoop en overdracht van de woning.
- 3De notaris is zijn ministerieplicht (art. 21 Wna) nagekomen; er waren geen beletselen om de akte te passeren.
- 4De notaris heeft voldoende onderzoek gedaan door bij de executeur navraag te doen over het biedingsproces en de verklaring voor de ouderdom van het bod.
- 5Inhoudelijke verwijten over koopprijs, vriendjespolitiek en onderhandse betalingen dienen gericht te worden aan de broer en/of de executeur, niet aan de notarissen.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de reikwijdte van de zelfstandige beschikkingsbevoegdheid van de executeur-afwikkelingsbewindvoerder ex art. 4:171 BW en de grenzen van de notariële onderzoeksplicht bij nalatenschapstransacties. Notarissen hoeven geen toestemming van erfgenamen te verlangen als de executeur rechtsgeldig zelfstandig kan handelen.
Praktische impact
Erfgenamen die bezwaar hebben tegen handelingen van een executeur-afwikkelingsbewindvoerder kunnen dat bezwaar niet via een klacht tegen de notaris effectueren; zij dienen zich tot de executeur of de civiele rechter te wenden.
Onderwerp-impact
In nalatenschapskwesties waarbij een executeur-afwikkelingsbewindvoerder is aangesteld, hebben erfgenamen geen vetorecht over verkoop van nalatenschapsgoederen, wat conflicten binnen families bij erfenissen verder kan bemoeilijken om via tuchtrecht aan te kaarten.
Samenvatting
In deze zaak klaagde een erfgename (klaagster) bij het Gerechtshof Amsterdam over twee notarissen die op 8 april 2024 meewerkten aan de overdracht van een woning uit de nalatenschap van erflaatster. Klaagster stelde dat de notarissen haar bezwaren hadden moeten honoreren: de kopers waren kennissen van haar broer, de woning was ruim onder de WOZ-waarde verkocht en er zou geld onder de tafel zijn betaald. Zij meende dat de notarissen zonder haar toestemming niet tot passeren hadden mogen overgaan. De centrale juridische vraag was of de notarissen hun ministerie mochten verlenen aan de transactie ondanks de bezwaren van klaagster, en of zij voldoende onderzoek hadden verricht. Het hof bevestigt het oordeel van de kamer voor het notariaat en verklaart alle klachtonderdelen ongegrond. Doorslaggevend is dat erflaatster in haar testament een executeur-afwikkelingsbewindvoerder had aangesteld, die krachtens artikel 4:171 lid 1 BW zelfstandig bevoegd is over de goederen van de nalatenschap te beschikken – zonder medewerking van de erfgenamen en zonder machtiging van de kantonrechter. De toestemming van klaagster was dus schlicht niet vereist, en de notarissen hadden evenmin een volmacht van haar nodig. Daarnaast had de notaris zijn onderzoeksplicht naar behoren vervuld door bij de executeur navraag te doen over het biedingsproces. De verklaring die hij ontving voor de ouderdom van het bod – de slechte staat van de woning – achtte het hof afdoende. Inhoudelijke verwijten over de koopprijs en mogelijke onregelmatigheden dienen gericht te worden aan de broer en/of de executeur, niet aan de notarissen. De uitspraak onderstreept dat het notariële tuchtrecht niet de aangewezen weg is voor erfgenamen die het oneens zijn met beslissingen van een executeur-afwikkelingsbewindvoerder. Zij dienen zich tot de civiele rechter of de executeur zelf te wenden.